Thema's
Wet
In de Mediawet is van alles geregeld voor de publieke omroep (landelijk, regionaal en lokaal), de commerciële omroep, en de programma's die via de ether of de kabel worden uitgezonden. Ook staan er bepalingen in over de rol en de bevoegdheden van het Commissariaat voor de Media. Het Commissariaat houdt toezicht op de juiste uitvoering van de wet en neemt een positie in tussen de overheid en de omroepen.
Relevante Artikelen over programmaraden in de Mediawet
Artikel 6.15
1. In gemeenten waar een omroepnetwerk aanwezig is, stelt de gemeenteraad een programmaraad in.
2. De programmaraad is representatief voor de belangrijkste in de gemeente of gemeenten voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen en beschikt als geheel over voldoende kennis van de informatiebehoeften van bevolkings- en leeftijdsgroepen van verschillende omvang en samenstelling binnen het -kijken luisterpubliek.
Artikel 6.16
1. Een programmaraad bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste vijftien leden, die worden benoemd door de gemeenteraad van de gemeente waar het omroepnetwerk aanwezig.
2. Benoeming geschiedt voor een periode van vier jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
3. De gemeenteraad vervult een vacature zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen zes maanden.
Artikel 6.17
1. In gemeenten waar al een programmaraad functioneert, vindt de instelling en benoeming van de leden van de programmaraad plaats na overleg met deze programmaraad.
2. Als een aantal omroepnetwerken gekoppeld is en daardoor feitelijk
als één omroepnetwerk functioneert, stellen de betrokken gemeenteraden
gezamenlijk één programmaraad in en benoemen zij gezamenlijk de
leden.
Artikel 6.18
1. Voor benoeming tot lid van een programmaraad komen in aanmerking personen die:
a. woonachtig zijn in het gebied waarop het advies van de programmaraad
betrekking heeft; en
b. aangesloten zijn op het omroepnetwerk in dat gebied dan wel deel uitmaken van een huishouden dat daarop is aangesloten.
2. Met het lidmaatschap van een programmaraad zijn onverenigbaar:
a. het lidmaatschap van een gemeenteraad in een gemeente die behoort tot het gebied waarop het advies van de programmaraad betrekking heeft;
b. het lidmaatschap van een College van Burgemeester en Wethouders in een gemeente als bedoeld in onderdeel a;
c. een binding met de aanbieder van het omroepnetwerk dat aanwezig is in het gebied waarop het advies van de programmaraad betrekking heeft; en
d. het lidmaatschap van het bestuur van of een betrekking, al dan niet
tegen betaling, bij een publieke media-instelling of een commerciële
media-instelling.
Artikel 6.19
1. Een programmaraad stelt een reglement vast waarin in ieder geval regels zijn opgenomen over:
a. de wijze waarop de instelling, de taak en de samenstelling van de
programmaraad kenbaar wordt gemaakt aan de aangeslotenen op het
omroepnetwerk in het gebied waarop het advies van de programmaraad
betrekking heeft; en
b. de totstandkoming, de inhoud, de vaststelling, de openbaarmaking
en de geldigheidsduur van het advies van de programmaraad.
2. Het reglement voorziet in een transparante adviesprocedure.
Artikel 6.20
1. De programmaraad adviseert de aanbieder van het omroepnetwerk welk vrij toegankelijk programma-aanbod op vijftien uitzendnetten voor televisie en vijfentwintig uitzendnetten voor radio hij krachtens artikel 6.13, eerste lid, ten minste verspreidt naar alle aangeslotenen op het netwerk.
2. De aanbieder van een omroepnetwerk volgt het advies, bedoeld in het eerste lid, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
3. De aanbieder van een omroepnetwerk kan de programmaraad voorts een advies vragen over het overige vrij toegankelijke programma-aanbod dat hij verspreidt naar alle aangeslotenen op het omroepnetwerk.
Artikel 6.21
1. De programmaraad maakt bij zijn advisering een duidelijk onderscheid tussen advisering als bedoeld in artikel 6.20, eerste lid, en advisering als bedoeld in het derde lid van dat artikel.
2. Onverminderd de artikelen 6.13 en 6.14, gaat de programmaraad in zijn advisering uit van een pluriforme samenstelling van het pakket aan vrij toegankelijk programma-aanbod, rekening houdend met de in de gemeente levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften.
Artikel 6.22
Deze paragraaf is niet van toepassing op de aanbieder van een omroepnetwerk aan wie het Commissariaat ontheffing heeft verleend op grond van artikel 6.14, tweede lid.
Artikelen over Doorgifteverplichtingen omroepnetwerken
Artikel 6.12
Deze paragraaf is van toepassing als omroepnetwerken voor een significant aantal eindgebruikers in Nederland het belangrijkste middel zijn om programma-aanbod te ontvangen.
Artikel 6.13
1. Als een significant aantal aangeslotenen op een omroepnetwerk programma-aanbod op analoge wijze ontvangt, verspreidt de aanbieder van dat omroepnetwerk naar die aangeslotenen in ieder geval vrij toegankelijk programma-aanbod op ten minste vijftien omroepnetten voor televisie en op ten minste vijfentwintig omroepnetten voor radio,
waaronder:
a. het programma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst op drie algemene televisieprogrammakanalen en vijf algemene radioprogrammakanalen;
b. het in artikel 2.70 bedoelde programma-aanbod van de regionale
publieke mediadienst dat bestemd is voor de provincie of deel van de
provincie waarbinnen het omroepnetwerk zich bevindt op één omroepnet
voor televisie en één omroepnet voor radio;
c. het in artikel 2.70 bedoelde programma-aanbod van de lokale
publieke mediadienst dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen het
omroepnetwerk zich bevindt op één omroepnet voor televisie en één
omroepnet voor radio;
d. het programma-aanbod van twee televisieprogrammakanalen en
twee radioprogrammakanalen van de Nederlandstalige landelijke
Belgische openbare omroepdienst; en
e. ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel c, dat een lokale
publieke media-instelling verzorgt en dat gericht is op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen, waaronder minderheden, met dien verstande dat deze verplichting beperkt is tot het programma-aanbod op ten hoogste twee omroepnetten voor televisie en vijf omroepnetten voor radio.
2. Als een significant aantal aangeslotenen op een omroepnetwerk
programma-aanbod op digitale wijze ontvangt, verspreidt de aanbieder
van dat omroepnetwerk naar die aangeslotenen in ieder geval:
a. het programma-aanbod, bedoeld in het eerste lid; en
b. het in artikel 2.70 bedoelde programma-aanbod van een regionale
publieke mediadienst dat bestemd is voor een provincie of deel van een
provincie aangrenzend aan de provincie waarbinnen het omroepnetwerk
zich bevindt op één omroepnet voor televisie.
Artikel 6.14
1. Het is de aanbieder van een omroepnetwerk toegestaan naar een aangeslotene op het omroepnetwerk op diens verzoek minder programma-aanbod dan bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onderdelen a en b, dat door de aangeslotenen op analoge wijze of op digitale wijze wordt ontvangen, te verspreiden, mits hij een evenredig lager tarief in
rekening brengt.
2. Het Commissariaat kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 6.13, als het onverkort nakomen daarvan leidt tot disproportionele kosten, tot een belemmering van innovatie of tot anderszins onredelijke uitkomsten. Het Commissariaat kan aan een ontheffing voorschriften verbinden.