Nieuwe Mediawet

De Tweede Kamer heeft de nieuwe mediawet aangenomen, die het afschaffen van programmaraden regelt. De wet is nu naar de Eerste Kamer gestuurd ter behandeling. De verwachting is dat de wet per 1 januari 2014 in werking treedt. 

Artikel 6.12

1.Deze paragraaf is van toepassing op pakketaanbieders die een of meer programmapakketten naar ten minste 100 000 abonnees in Nederland verspreiden of laten verspreiden.

2.Als een pakketaanbieder programma-aanbod door middel van twee of meer omroepnetwerken of omroepzenders verspreidt of laat verspreiden, worden voor de toepassing van het eerste lid de desbetref- fende aantallen abonnees samengevoegd.

3. Als een pakketaanbieder een rechtspersoon is, worden voor de toepassing van dit artikel samengevoegd het aantal abonnees van die pakketaanbieder en de aantallen abonnees van de dochtermaatschappijen
die de pakketaanbieder in stand houdt. Als de pakketaanbieder een rechtspersoon is en een dochtermaatschappij die door een andere pakketaanbieder in stand wordt gehouden, worden voor de toepassing van dit artikel samengevoegd het aantal abonnees van die dochtermaatschappij, het aantal abonnees van de pakketaanbieder die deze dochtermaatschappij in stand houdt, en de aantallen abonnees van de andere dochtermaatschappijen die deze pakketaanbieder in stand houdt.

Artikel 6.13

1. Als een pakketaanbieder een of meer digitale programmapakketten verspreidt of laat verspreiden, ontvangen alle abonnees die met hem een overeenkomst met betrekking tot de ontvangst van een of meer digitale programmapakketten hebben gesloten, in elk geval een digitaal standaardprogrammapakket.

2.Het standaardprogrammapakket bestaat uit ten minste dertig televisieprogrammakanalen en een door de pakketaanbieder met inachtneming van het vierde lid te bepalen aantal radioprogrammaka- nalen. De programmakanalen worden ongewijzigd verspreid.

Bij ministeriële regeling kunnen diensten worden aangewezen waarvan het signaal als integraal onderdeel van de programmakanalen moet worden doorgegeven en kunnen nadere regels worden
gesteld voor de doorgifte van deze diensten

3.Voor zover het betreft televisieprogrammakanalen, bevat het standaardprogrammapakket in elk geval:
a. drie algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst;
b. één televisieprogrammakanaal van de regionale publieke media- dienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
c. de televisieprogrammakanalen van de regionale publieke media- dienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincies aangrenzend aan de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
d. één televisieprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; en
e. drie televisieprogrammakanalen van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst.

4.Voor zover het betreft radioprogrammakanalen, bevat het standaard- programmapakket in elk geval:
a. vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst;
b. één radioprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
c. één radioprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst metprogramma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
d. één radioprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel c, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden; en
e. vijf radioprogrammakanalen van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst.

5.Bij de vaststelling of een pakketaanbieder heeft voldaan aan het vereiste, bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid, worden de volgende regels in acht genomen:
a. ten minste dertig unieke televisieprogrammakanalen worden aangeboden in een door de pakketaanbieder te bepalen uitzendkwaliteit;
b. als televisieprogrammakanalen in verschillende uitzendkwaliteit worden aangeboden, worden programmakanalen met dezelfde naam en ordening van het programma-aanbod als één programmakanaal aangemerkt;
c. als televisieprogrammakanalen in verschillende uitzendkwaliteit worden aangeboden, worden programmakanalen met dezelfde naam maar met een verschillende ordening van het programma-aanbod als afzonderlijke programmakanalen aangemerkt; en
d. als televisieprogrammakanalen via omroepzenders worden verspreid zonder dat voor de ontvangst andere kosten moeten worden betaald dan de kosten van aanschaf en gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst mogelijk maken, en deze programmakanalen zijn opgenomen in de elektronische programmagids die onderdeel van de technische voorzieningen is, worden deze programmakanalen aangemerkt als televisieprogrammakanalen als bedoeld in onderdeel a.

Artikel 6.14

1.Als een pakketaanbieder een of meer analoge programmapakketten verspreidt of laat verspreiden, ontvangen alle abonnees die met hem een overeenkomst met betrekking tot de ontvangst van een of meer analoge programmapakketten hebben gesloten, in elk geval een analoog standaardprogrammapakket.

2.Het standaardprogrammapakket bestaat uit ten minste vijftien televisieprogrammakanalen en een door de pakketaanbieder met inachtneming van het derde lid te bepalen aantal radioprogrammaka- nalen. De programmakanalen worden ongewijzigd verspreid.

3.Artikel 6.13, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, is van toepassing. Artikel 6.13, derde lid, aanhef en onderdeel e, is van toepassing met dien verstande dat het aantal televisieprogrammakanalen twee bedraagt.

4.Artikel 6.13, vierde lid, aanhef en onderdelen a, b en c, is van toepassing. Artikel 6.13, vierde lid, aanhef en onderdeel e, is van toepassing met dien verstande dat het aantal radioprogrammakanalen twee bedraagt.

Artikel 6.15 
Artikel 6.12 is van toepassing.

Artikel 6.16

1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een pakketaanbieder voorziet in de instelling van een geschillencommissie voor de behandeling van klachten van abonnees over de samenstelling van het digitale standaardprogrammapakket.

2. Als het eerste lid toepassing heeft gevonden, kunnen twee of meer pakketaanbieders besluiten gezamenlijk een geschillencommissie als bedoeld in het eerste lid in te stellen.

3. Als het eerste lid toepassing heeft gevonden, worden bij ministeriële regeling tevens voorschriften gegeven over de wijze van behandeling van de klachten, de samenstelling van de geschillencommissie en over de gevolgen van de beslissing van de geschillencommissie in geval van gegrondheid van een klacht.