Programmaraadnieuws
SP, ChristenUnie en PvdA willen een goede regeling consumenteninvloed

Nieuws
- NL Kabel blij met opheffen programmaraden + interview Lunch(radio1)
- PVDA Den Haag: Verdwijnen lokale programmaraden hele slechte zaak
- Reactie programmaraden: Minister laat kijkers in de steek
- Regionale kijkverschillen duidelijk uit onderzoek naar zendervoorkeuren analoge abonnees
- Tv-programma Kassa besteed uitgebreid aandacht aan Ziggo en zwartboek Jasper van Dijk(SP)
- Jasper van DIjk(SP) ontvangt bijna 2000 klachten over kabelbedrijven
- Minister komt na de zomer met brief over toekomst programmaraden/consumenteninvloed
- Interview Marieke Pette bij radio Kassa over invloed consumenteninvloed op digitaal pakket
Op 12 december 2012 werd de mediabegroting behandeld in de Tweede Kamer. Daarbij kwam ook een voorstel van Minister van Bijsterveldt aan de orde dat een digitaal basispakket van minimaal 30 zenders garandeert. Zij wil geen verdere regels voor consumenteninvloed en ook de programmaraden worden afgeschaft.
Jasper van Dijk (SP) en Joel Voordewind (ChristenUnie) hebben zich in hun bijdrages nadrukkelijk wel sterk gemaakt voor een goede regeling van consumenteninvloed op de kabel. Samen met Martijn van Dam (PvdA) dienden zij een motie in om dit voor elkaar te krijgen. Jasper van Dijk bood ook zijn Zwartboek kabelklachten aan de minister aan. De SP startte een klachtenmeldpunt nadat Ziggo afgelopen zomer vijf zenders schrapte uit het analoge aanbod. Het zwartboek bevat de ingediende klachten.
De motie luidt als volgt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat consumenteninvloed op het aanbod van radio- en televisiezenders een rol moet spelen bij de nieuwe regeling hieromtrent;
constaterende dat de minister uitsluitend regelt dat het wettelijk minimumpakket 30 zenders moet bevatten;
constaterende dat de Kamer eerder om inspraak van kijkers heeft verzocht, bijvoorbeeld in de motie-Atsma/Slob van 27 november 2007 (31200-VIII, nr. 47);
verzoekt de regering, bij de wijziging van de Mediawet inzake de distributie van radio- en televisiezenders tevens een goede regeling voor consumenteninvloed te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Jasper van Dijk over de motie: "Kijkers hebben recht op inspraak over het zenderaanbod op televisie en radio. De regering moet daarom een volwaardig voorstel doen voor consumenteninvloed op digitale zenderpakketten. Zonder inspraak zijn de kabelbedrijven heer en meester over de inhoud van zenderpakketten. Er moet een tegenmacht zijn waar kijkers terecht kunnen".
Minister Van Bijsterveldt laat de kijker volledig in de steek rond de regulering van digitale zenderpakketten. Dat blijkt uit haar voorstel om slechts te regelen dat het minimumpakket voor digitale televisie uit 30 zenders moet bestaan. Van Dijk: 'Dat is een lege huls, want basispakketten bestaan nu al uit minstens 50 zenders. Er wordt niets geregeld rond inspraak en er is ook geen klachtenloket. Terwijl iedereen weet dat kabelbedrijven te pas en te onpas zenders kunnen schrappen of wegstoppen in dure pluspakketten. Daarom moet er een tegenmacht zijn met volwaardige bevoegdheden. De kern is dat kijkers recht hebben op een veelzijdig en betaalbaar zenderaanbod.'
Hieronder staan de opmerkingen over consumenteninvloed op de kabel, gemaakt tijdens het debat van 12 december.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik kom te spreken over de kabelbedrijven en het zenderaanbod. In verband met de overgang naar digitale tv worden analoge zenderpakketten steeds meer uitgekleed. Met name kabelbedrijf Ziggo maakt er een potje van. Dit bedrijf heeft de afgelopen zomer botweg vijf zenders geschrapt, zonder het tarief te verlagen. Ik heb daarop een meldpunt kabelklachten ingesteld, waar al snel circa 2000 klachten binnenkwamen. Kijkers zijn woedend over de manier waarop ze behandeld worden door met name Ziggo. Ik heb daar een zwartboek over gemaakt. Ik bied dit graag aan de minister aan, omdat ik weet dat zij dit op prijs stelt.
De voorzitter: Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.
**
(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik heb ook exemplaren voor collega-Kamerleden. Dit is de betere literatuur.
De belangrijkste twee aanbevelingen luiden als volgt. Overigens neemt dat niet weg dat u het gewoon moet lezen, mijnheer Van der Ham; ik geef gewoon een samenvatting. 1. Zorg voor een aanvaardbare overgang van analoog naar digitaal. Het analoge pakket moet niet botweg worden afgeknepen, zoals nu gebeurt. 2. Kijkers moeten volwaardige inspraak krijgen over een pluriform en betaalbaar zenderaanbod, bijvoorbeeld via het waarborgmodel met regionale klantenraden. Nu lees ik in de brief van de minister van 5 december dat zij uitsluitend een minimumpakket van 30 zenders wil garanderen, meer niet. Geen inspraak, geen waarborgen, 30 zenders. That's it. Nu is dat aanbod al vrij lachwekkend, want digitale basispakketten bestaan al gauw uit 50 zenders. Hiermee ontlok je dus een neerwaartse spiraal, waarbij kijkers extra zenders alleen nog in dure pluspakketten kunnen zien. Erkent dat minister dat risico?
Verder wil ik alle betrokkenen op dit dossier graag uitnodigen voor een hoorzitting voordat wij overgaan tot behandeling van dit voorstel, want het is veel te karig. De minister laat de kijker in de kou staan. Zij moet oppassen dat zij niet het schoothondje van de kabelbedrijven wordt, want zij zullen ongetwijfeld heel blij zijn met dit magere voorstel.
Daarna woordvoerder Maarten Haverkamp (CDA)
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik krijg graag nog een reactie van het CDA op het voorstel van de minister om slechts 30 zenders te garanderen in het digitale televisietijdperk. Ik weet dat de voorganger van de heer Haverkamp, de heer Atsma, groot voorstander was van inspraak van kijkers. Ik heb hier nog een motie van zijn hand waarin hij stelt dat de invloed van kijkers goed geborgd moet worden. Programmaraden moeten volgens hem bovendien wettelijk verankerd worden. Dat geldt natuurlijk ook voor datgene wat ervoor in de plaats komt. De minister wil daar nu niets voor regelen. Kan ik op de steun van het CDA rekenen om ervoor te zorgen dat er voor kijkers inspraak wordt geregeld?
De heer Haverkamp (CDA): Allereerst is het een verdubbeling van het aantal verplichte zenders. Het aanbod is dus al toegenomen. Verder zijn er nu alternatieven ten opzichte van de periode dat deze motie werd ingediend. Je kunt nu ook op andere wijze programma's tot je nemen. In principe steunen wij de brief van de minister. Mocht de heer Van Dijk met allerlei vernieuwende voorstellen komen voor de inspraak van klanten of kijkers, dan zullen wij die met een open vizier bekijken.
De heer Jasper van Dijk (SP): Dat laatste is mooi. Dat wekt verwachtingen.
De heer Haverkamp (CDA): Zeker van de kant van de heer Van Dijk!
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik heb de heer Haverkamp net een rapport gegeven dat vol met voorstellen staat. Hij kan het voor de tweede termijn uit hebben. Tegen die tijd heb ik een motie klaarliggen!
De heer Haverkamp zegt dat er genoeg alternatieven zijn voor een kabelbedrijf. Dat is natuurlijk maar de vraag. Mensen hebben immers vaak een drie-in-één-pakket. De heer Haverkamp weet ook dat de marktwerking op de kabel uiterst gebrekkig is. Het zou het dus CDA sieren als de heer Haverkamp, geheel in de traditie van zijn voorganger, zou zeggen dat er voor de kijkers natuurlijk een tegenmacht moet zijn tegen de macht van de kabelbedrijven, die nu te pas en te onpas zenders kunnen schrappen uit hun basispakketten.
De heer Haverkamp (CDA): Ik realiseer me dat ik in de traditie sta van een groot mediawoordvoerder, vandaar ook mijn aandacht voor de publieke omroep, de regionale omroep en de lokale omroep...
De heer Voordewind (ChristenUnie): Dat is toch iets te makkelijk voor wat betreft de verhoging. Het was namelijk juist een kernpunt van de minister dat dit bestel is gebaseerd op ledenomroepen. Er moet dus een geworteldheid zijn in de samenleving, en daarom moet je niet een boek kunnen kopen en daarmee ook lid kunnen zijn. Is de heer Haverkamp gedraaid of maakt het hem niet zo veel meer uit? Het is een van de twee.
Er was inderdaad een sterke aandrang om de programmaraden te behouden, getuige ook eerdere moties van Atsma en Slob. De minister heeft ook de toezegging gedaan om de invloed van de kijkers in de wet te borgen. Dat wordt nu gewoon overboord gezet. Wat vindt de CDA-fractie daarvan?
Haverkamp
Wat betreft de invloed die mensen hebben op wat zij zelf op de televisie willen zien, kan ik kort zijn. Dit is een andere wereld dan in 2008. Ik heb dat net ook al gezegd in antwoord op vragen van de SP-fractie. Als de heer Voordewind of de SP-fractie met goede voorstellen komt, willen wij daar natuurlijk naar kijken.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Daarin zie ik een opening voor steun aan een idee van de ChristenUnie of de SP om de invloed van de programmaraden te garanderen in de wet. Vindt de CDA-fractie het niet op zijn minst opmerkelijk of zelfs afkeurenswaardig dat op dit moment allerlei campagnes worden gevoerd van drie keer de winkelwaarde voor het lidmaatschap van een omroep? Is dat acceptabel volgens de CDA-fractie.
De heer Haverkamp (CDA): Ik heb niet gezegd dat wij voor programmaraden in de wet gaan. Ik wil best naar voorstellen kijken, maar daarvan verwacht ik dat ze iets creatiever zijn dan dit. Wat betreft het tweede punt heb ik weinig toe te voegen aan wat ik al heb gezegdber
De heer Jasper van Dijk (SP): Daaruit maak ik op dat de PVV het niet eens is met dat voorstel. Ik zie het alternatief van de heer Bosma tegemoet, wellicht in tweede termijn. Ik kom op mijn andere vraag. Is de PVV het ermee eens dat het voorstel van de minister voor minimaal dertig zenders in het digitale pakket, wat karig is? Zo ja, is de PVV het ermee eens dat wij iets voor consumenteninvloed moeten regelen?
De heer Bosma (PVV): Die vraag van de heer Van Dijk is een keiharde aanval op de heer Roemer, de fractieleider van de heer Van Dijk. De heer Roemer zegt namelijk altijd dat dit kabinet door de Partij voor de Vrijheid wordt gegijzeld. De heer Van Dijk stelt echter iets totaal anders, namelijk dat het kabinet iets doet waarmee de PVV het niet eens is. Deze aanval op de heer Roemer accepteer ik niet.
Ik ga verder met het zwartboek van de heer Van Dijk. Het valt mij vooral op dat het zwartboek heel veel witte pagina's heeft. De heer Van Dijk wil meer inspraak voor kabelmensen, maar het valt mij ook op dat hij in zijn boek wederom partij kiest voor het grote internationale kapitaal. De heer Van Dijk pleit in zijn boek namelijk niet voor concurrentie op de kabel. Die concurrentie is echter wel nodig. Er zijn allerlei leuke initiatieven om ervoor te zorgen dat er veel meer partijen op de kabel komen, maar daar heeft de heer Van Dijk het helemaal niet over. Consumenteninvloed? Ja graag, maar niet via het model van de afgelopen jaren met die gekke programmaraden. Ik heb jarenlang in die wereld rondgelopen en ik zeg: je gunt het je ergste vijand niet.
De heer Jasper van Dijk (SP): Wat de heer Bosma zegt is feitelijk onjuist. Er staat namelijk wel degelijk iets over concurrentie op de kabel in het zwartboek. Ik heb overigens niet echt antwoord op mijn vraag gekregen. Het gaat mij niet om de programmaraden, maar om het voorstel over digitale televisie en de mogelijkheden voor inspraak van kijkers.
De heer Bosma (PVV): Ik ben voor inspraak. Ik zou zeggen: mijnheer Van Dijk, kom met een goed model. Ik vind het echter heerlijk dat de programmaraden weggaan. Dat is fantastisch, geweldig.
Voordewind (Christen Unie)
Ik kom tot slot bij de positie van de programmaraden. Die zien we dus als sneeuw voor de zon verdwijnen. Het CDA heeft zich wat dit betreft in ieder geval hard gemaakt voor de kijkersinvloed. Als de minister al aan de positie van de programmaraden wil komen, is zij dan bereid om andere vormen van invloed op en medezeggenschap bij de kabelaars te organiseren?
Beantwoording Minister
Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: De heer Van Dijk en de heer Voordewind hebben mij gevraagd om een tussenvorm voor inspraak te overwegen. Ik denk dat ik het beste heel eerlijk kan zijn: ik overweeg dat niet. Dat zit hem in het feit dat ik af wil van de bureaucratie van raden en allerlei instituties rondom de organisaties. We zien een enorme groei van de digitale abonnementen. Zo'n 75% heeft inmiddels een abonnement op digitale televisie. Naar mijn idee creëer ik met het minimum van 30 zenders een goede randvoorwaarde om tot een evenwichtig pakket te komen. Ik wil daar verder zo min mogelijk bureaucratie voor de betrokken bedrijven omheen hebben. Het is waar dat het nu vaak meer zenders zijn. Maar wie zegt dat dit in de toekomst niet zal verminderen? Met 30 zenders heb ik een mooie ondergrens aangelegd. Daarmee houd ik de mogelijkheid van zeven verplichte zenders, met daarnaast een aantrekkelijk pakket van overige zenders. Ik vind dat mensen zelf kritisch moeten kunnen bekijken wat zij willen en wat niet. Als het ene digitale pakket niet bevalt, schakel je over naar een ander pakket. Zo werkt het. Voor de bescheiden marktsituatie is dat volgens mij niet al te risicovol.
Naar mijn gevoel moeten we die slag nu echt maken en moeten de raden nu echt gaan afronden. We hebben al vaak vastgesteld dat een en ander meer bureaucratie en sores oplevert dan veel meerwaarde. Daar moeten wij eerlijk over zijn.
Dan kom ik op de hoeveelheid zenders. De een zegt dat ik te veel doe, dan ander dat ik te weinig doe. Mevrouw Van Miltenburg wil misschien wat minder zenders, anderen wat meer. Met dit aantal zenders zit ik in een mooi evenwicht. Ik heb al toegelicht waarom. De zeven verplichte zenders geven nog altijd de ruimte voor zo'n 23 vrije zenders in pakketten waar mensen voor kunnen kiezen. Dat biedt voldoende ruimte voor de consument.
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik reken nog op een reactie op mijn rapport, maar die komt uiteraard later. Ik vind dat de minister buitengewoon passief is. Uiteraard is het haar goed recht om te zeggen: ik heb geen zin om dingen te regelen. Maar dat past totaal niet in de wens van de Kamer die al jarenlang is geuit, bijvoorbeeld in een motie van de heer Atsma, een welbekende partijgenoot van de minister, en de heer Slob waarin wordt gevraagd om een tegenmacht te regelen ten opzichte van de kabelbedrijven en om inspraak van kijkers. Dat wij overgaan van programmaraden naar een nieuw stelsel vanwege de digitalisering is volstrekt duidelijk. Daar is geen discussie over, maar de minister noemt in haar brief van 5 december ook bepaalde voorstellen, zoals het waarborgmodel, klantenraden en consumentenonderzoek. Ik vind het vreemd dat zij alles in één keer van tafel veegt en zegt: 30 zenders, that's it. Waarom staat zij niet open voor een model met minimale inspraak voor kijkers?
Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Of het is een heel klein minimumpakket met allerlei dingen eromheen of het is een wat ruimer pakket met de zeven verplichte zenders waarin er ruimte voor de markt is om een en ander op een goede manier af te wikkelen. Maar ik voel weinig voor en-en. Ik wil op een gegeven moment toch af van al die bureaucratie eromheen. Heel veel organisaties werken al met klantenpeilingen. Je zou ook helemaal gek zijn als je dat niet doet, want je helpt jezelf van de markt af als je dat niet goed doet. Met dit voorstel is een evenwichtig geheel ontstaan. Als wij toch allerlei beïnvloeding en dergelijke willen creëren, dan moeten wij toch weer terug naar een heel klein pakket. Het is niet en-en; het is van tweeën één.
De heer Jasper van Dijk (SP): Het argument van de marktwerking, waarbij er concurrentie is, is heel betrekkelijk als de minister eerlijk is. Mensen gaan niet snel even naar een ander systeem over als zij al jarenlang naar volle tevredenheid bij een bepaald bedrijf zitten en een en ander ineens niet meer tot tevredenheid leidt doordat zenders worden geschrapt. De marktwerking vind ik dus geen sterk argument. Als de minister voet bij stuk houdt, zal ik een uitspraak van de Kamer vragen.
Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Als iemand naar volle tevredenheid ergens zit, moet hij er vooral lekker blijven. Als hij opeens niet meer tevreden is, dan is er iets gebeurd. Dan zijn de Europese regels zo dat iemand heel makkelijk zijn abonnement kan opzeggen. Dat is namelijk een plicht van de organisatie. Dan kan zo iemand tot een andere keus komen. Als iemand opeens niet tevreden is, zal hij op dat moment de scherpte krijgen in die zijn dat hij zegt: hé, wacht even, die levert niet meer wat ik ervan verwacht; ik ga verder kijken. Zo hoort het ook te werken.
De heer Bosma (PVV): Collega Van Dijk heeft een leuk rapport geschreven, maar het centrale punt noemt hij ergens achterin in een bijzinnetje, namelijk dat de beste bescherming van de consument, de kijker, concurrentie op de kabel is. Er moeten dus meerdere partijen op de kabel komen. Er zijn tal van initiatieven, bijvoorbeeld YouCA van Peter Jelgersma en anderen. Dat zorgt ervoor dat mensen ook kunnen kiezen. Minister Verhagen wil heel weinig doen op dit dossier. Het ligt bij Economische Zaken en niet bij OCW. Er is een Kamerbrede motie waarin wordt gevraagd om op dit dossier in actie te komen, een amendement zelfs, wordt mij ingefluisterd. Is de minister bereid om eens even met haar collega-minister en toevallig partijgenoot, Verhagen, te praten om ervoor te zorgen dat er concurrentie komt op de kabel?
Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dit voorstel ligt op dit moment bij de Eerste Kamer. Ik heb met minister Verhagen overleg gehad over dat voorstel. Hij is daar op dit moment buitengewoon prudent mee bezig. De Kamer heeft daar immers een amendement over aangenomen.
Dat is een amendement waarvan we moeten afwachten of het straks in Europese zin houdbaar is. Daar zal de Eerste Kamer eerst haar zegje over moeten doen en een besluit over moeten nemen. Ik ga daar niet in interveniëren. Op het moment dat ik dat doe, weet ik heel zeker dat de heer Van Dam naar de knop grijpt en zegt: wacht even! Ik hoor dat hij geen interruptie meer heeft. Dat is waar. Dan kan ik gewoon vrolijk mijn gang gaan, maar dat doe ik niet. Ik heb minister Verhagen van mijn zorgen op de hoogte gesteld. Minister Verhagen heeft het keurig beschreven aan de Eerste Kamer, of hij zal dit nog doen. Het is echter aan de Eerste Kamer om hierover uiteindelijk een beslissing te nemen.
De heer Bosma (PVV): Daar willen we allemaal niet intreden, maar we zien nu dat UPC -- laat ik er één noemen -- enorme tarieven kan vragen. Dat geld stroomt allemaal naar de heer Malone in Arizona of Colorado. Waar zit hij ook alweer? Dat moet dus stoppen. Ik ben heel blij met de toezegging van de minister dat zij dit af en toe bespreekt met minister Verhagen. Is de minister het in zijn algemeenheid met mij eens dat de concurrentie op de kabel de beste bescherming is van de consument en de kijker?
Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ja.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik ga nog even door op de programmaraden. Ik begrijp best dat de minister zegt dat we in een nieuwe situatie zitten, omdat we te maken hebben met een digitaal tijdperk. Juist in die context heeft de partijgenoot van de minister, de heer Atsma, samen met mijn collega Slob echter de motie ingediend om de consumenteninvloed te blijven waarborgen. Het vorige kabinet heeft hiervoor het waarborgmodel georganiseerd. Dat is wat anders dan een marktonderzoek van een aanbieder zelf. Ik ken die marktonderzoeken. Die zijn erg gericht op bepaalde pakketten die zij graag gepresenteerd zien worden. Wij moeten dat marktonderzoek breder uitvoeren en in het eigen hand houden als wij inderdaad diversiteit in het pakket willen krijgen.
Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Het zal de heer Voordewind niet zijn ontgaan dat er een nieuw kabinet zit en ook een nieuwe woordvoerder in plaats van de heer Atsma. Het zijn nieuwe tijden met nieuwe inzichten, ook door de groei van de digitale infrastructuur. Ik bied ruimte om mooie pakketten te kunnen samenstellen. Er zijn slechts 7 verplichte en 23 vrije zenders. Naar mijn idee moet dat op een goede manier kunnen. Ik wil niet gaan stapelen in bureaucratie en marktruimte.
Japer van Dijk (SP) Mijn tweede motie gaat over de consumenteninvloed.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat consumenteninvloed op het aanbod van radio- en televisiezenders een rol moet spelen bij de nieuwe regeling hieromtrent;
constaterende dat de minister uitsluitend regelt dat het wettelijk minimumpakket 30 zenders moet bevatten;
constaterende dat de Kamer eerder om inspraak van kijkers heeft verzocht, bijvoorbeeld in de motie-Atsma/Slob van 27 november 2007 (31200-VIII, nr. 47);
verzoekt de regering, bij de wijziging van de Mediawet inzake de distributie van radio- en televisiezenders tevens een goede regeling voor consumenteninvloed te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Jasper van Dijk, Voordewind en Van Dam. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 127 (33000-VIII).
Antwoord Minister
In de motie-Jasper van Dijk c.s. op stuk nr. 127 wordt de regering verzocht bij de wijziging van de Mediawet inzake de distributie van radio- en televisiezenders, tevens een goede regeling voor consumenteninvloed te realiseren. Deze ontraad ik. Het is of-of. Of er is een klein aantal met allerlei bureaucratie, inspraakrechten et cetera eromheen, of een grotere hoeveelheid verplichte zenders zonder van alles eromheen. Dan moet het binnen die grotere hoeveelheid gebeuren. In deze motie wordt om beide gevraagd. Dat vind ik niet wenselijk.
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik heb nog één vraag over mijn motie op stuk nr. 127. De minister zegt dus duidelijk dat het of-of is: of een lager aantal minimumzenders. De minister kiest nu voor 30, maar zegt dat dat er minder worden. Dan zou zij wel willen kijken naar de mogelijkheid voor consumenteninvloed. Begrijp ik dat goed?
Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ja, maar mijn voorkeur ligt bij het aantal dat ik nu voorstel. Ik wil namelijk af van al die regels en al die bureaucratie. Als er sprake zou zijn van een zekere invloed, ben ik zeker niet van plan die invloed à la raden vorm in inhoud te geven. Wij weten namelijk dat dat een grote administratievelastendruk oplevert voor de organisaties en dat het meer lasten oplevert dan effectiviteit.
Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik ben blij te horen dat de minister af wil van overbodige regels. Zij heeft het dictum van deze motie volmondig toegezegd.
Bron: Kabelraden.nl/Tweede Kamer
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
