Nieuws
Programmaraad pleit voor het behoud subsidie gemeente Achtkarspelen
Programmaraden
Thema's
Bezwaar Programmaraad Friesland tegen het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Achtkarspelen van 25 juli 2005 om in 2005 geen subsidie te verlenen. Door het stopzetten van de subsidie dreigt de programmaraad Friesland geen subsidie van al haar gemeenten te krijgen vanwege een solidariteitsvoorwaarde. De gemeenten subsidieren gezamenlijk de programmaraad mist zij allemaal subsidie verlenen.
Lees hier de gehele pleitnota
Graag willen wij gevolg geven aan uw uitnodiging om een toelichting te geven op ons bezwaar-schrift en hiermee een kort overzicht te geven van de belangrijkste feiten, argumenten en conclusies, gezien vanuit de taakstelling en beleving van de programmaraad.
Wij danken het college voor het tijdig toezenden van het verweerschrift zodat wij de mogelijkheid hebben thans hierop te kunnen reageren. Door het indienen van het verweerschrift heeft het college nu pas duidelijkheid verschaft over haar aan de besluitvorming ten grondslag liggende motivering. In ons bezwaarschrift moesten wij naar de motivering gissen. De essentie van het verschil van op-vatting zal duidelijk worden. Er is sprake van misvattingen en inconsistenties.
4 Negatief bericht van Achtkarspelen
4.1 De afwijzing van de subsidieaanvraag is geschied omdat volgens het jaarverslag 2004 de taakopvatting en de activiteiten aanzienlijk verder gaan dan de wettelijke taak. Indien de programmaraad zich zou beperken tot de wettelijk voorgeschreven activiteiten, zou-den de kosten ook aanzienlijk kunnen worden beperkt en zou wellicht zonder gemeente-lijke subsidie kunnen worden gewerkt. De prioriteiten van het gemeentebestuur liggen niet op het terrein waarop de programmaraad zich beweegt, zodat ook om die reden geen subsidie kan worden verleend.
4.2 We hebben begrepen dat de afwijzing is gebaseerd op 2 argumenten:
4.2.1 De programmaraad beperkt zich niet tot de wettelijke taak waardoor de pro-grammaraad onnodig kosten maakt. De programmaraad heeft een te ruime taakopvatting.
4.2.2 Het wettelijke werkterrein van de programmaraad (de niet-ruime taakopvatting) verdient geen subsidiering.
6 Bezwaarschrift
6.1 Het college schrijft onder punt 3. Inhoud bezwaarschrift dat zij onder punt 4. ingaat op ons groot aantal argumenten maar doet dit met geen enkel woord. Onder punt 4 Wettelijk kader beschrijft het college het wettelijke kader waarover geen verschil van mening meer bestaat. Het verschil van mening spitst zich toe op de inconsistentie van de argumentatie door het college.
6.2 Het college vat de kern van ons bezwaar samen.
6.3 Het besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid.
Commentaar van de programmaraad:
6.3.1 Het college neemt het afwijzende besluit op basis van het jaarverslag 2004 en neemt geen kennis van het jaarverslag 2003. Tussen de twee jaarverslagen be-staat geen verschil m.b.t. de taakopvatting van de programmaraad.
6.3.2 Een onzorgvuldige voorbereiding van een besluit zou het college kunnen her-stellen. Thans is er echter sprake van onzorgvuldige besluitvorming met inhou-delijke tegenstrijdigheid en onjuistheden.
6.3.3 Overige onzorgvuldigheden zullen wij nader bespreken.
6.4 De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen.
Commentaar van de programmaraad:
6.4.1 Het college heeft de solidariteitsvoorwaarde zowel voor 2004 als ook voor 2005 bij haar besluitvorming betrokken.
6.4.2 Het college heeft geen bestuurlijk overleg gevoerd met andere gemeenten alvo-rens het besluit te nemen. In hoeverre een dergelijke handelwijze kies is, laten wij graag over aan het college.
6.4.3 Het geven van onze mening over de samenwerkingsvaardigheid van het college is thans niet aan de orde.
7 Situatie (zie Verweerschrift ad 5: Besluitvorming)
7.2 De toekenning van de subsidie voor 2004 gebeurde omdat de programmaraad in staat zou moeten zijn de wettelijke taak naar behoren uit te voeren en omdat de solidariteit met de andere gemeenten een rol speelde.
Commentaar van de programmaraad:
7.2.1 Het college erkent dat de programmaraad de gevraagde subsidie nodig heeft om zijn wettelijke taken naar behoren uit te voeren .
7.2.2 Het college is van oordeel dat de solidariteit een rol speelt.
7.2.3 Het college wijst op onze klachten die wij bij de NMa hebben ingediend en ka-rakteriseert deze klachten als niet behorend tot de wettelijke taak. Let wel: dit betreft klachten die wij in 2003 hebben ingediend en die ook al in het jaarver-slag van 2003 werden vermeld. Toen maakten deze klachten blijkbaar wel on-derdeel uit van onze wettelijke taken. Zie ook hier een voorbeeld van inconsis-tentie in het beleid van het college.
7.3 De afwijzing van de subsidie voor 2005 gebeurde omdat het college uit het Jaarverslag 2004 heeft afgeleid dat de programmaraad een erg ruime taakopvatting heeft.
Commentaar van de programmaraad:
7.3.1 Het jaarverslag 2004 geeft geen blijk van een ruimere taakopvatting van de pro-grammaraad dan het jaarverslag 2003.
7.3.2 De programmaraad heeft niet een te ruime maar simpelweg een serieuze taak-opvatting op basis van de Mediawet en het Modelreglement van het Commissa-riaat voor de Media.
7.3.3 De Programmaraad Friesland werkt volgens de taakopvatting zoals omschreven in het modelreglement van het Commissariaat voor Media. Wij citeren hier-uit: Het advies is transparant, helder en deugdelijk gemotiveerd, waarbij is aangegeven op welke wijze bij de vaststelling van het pluriforme pakket reke-ning is gehouden met de maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geeste-lijke behoeften alsmede de onder de bevolking levende voorkeuren.
7.3.4 De programmaraad werkt zonder last of ruggespraak en is derhalve over zijn werkwijze geen rekenschap schuldig.
7.3.5 Als de wettelijke taak van de programmaraad in 2004 de gevraagde subsidie rechtvaardigt en als het college deze mening over 2004 thans nog steeds heeft, moet de logische conclusie worden getrokken dat de vermeende ruime taakop-vatting geen reden voor afwijzing van de subsidie kan zijn omdat in de ver-meende ruime taakopvatting de wettelijke taak zoals deze in 2004 werd ver-vuld, bevat.
7.4 Het college schrijft: Bij de beoordeling van dit verzoek speelde een belangrijke rol het Jaarverslag 2004 van bezwaarde, dat wij op 27 april ontvingen (productie 7). Uit dit ver-slag leidden wij af, dat bezwaarde een erg ruime taakopvatting heeft . Op bladzijde 3 van het verslag vermeldt bezwaarde als zijn doelstelling Het kiezen van de meest pluriforme en meest aantrekkelijke programmapakket voor de consument tegen een re-delijke prijs. Het eerste deel van deze doelstelling behoort tot de wettelijke taak van bezwaarde, het tweede deel (prijsbeoordeling) uitdrukkelijk niet.
Commentaar van de programmaraad:
7.4.1 Op bladzijde 1 van het Jaarverslag 2003 stond dezelfde doelstelling.
7.4.2 Zie hier wederom een voorbeeld van zwalkend beleid: In 2004 vormde de doel-stelling van de programmaraad geen beletsel voor verstrekking van de subsidie. Thans wordt de doelstelling gehanteerd als bewijs voor een erg ruime taakop-vatting. Sterker nog: Het college wijst thans het subsidieverzoek af op basis van de inhoud van de doelstelling terwijl de doelstelling sinds 2002 ongewij-zigd is gebleven! Dat is volstrekt onacceptabel.
7.4.3 In het economische verkeer zijn prijs en inhoud van een product of dienst on-losmakelijk met elkaar verbonden. Deze wetmatigheid geldt uiteraard ook bij programmapakketten.
7.4.4 Een redelijke prijs is een prijs die in een acceptabele verhouding staat tot het-geen de dienst of het product biedt.
7.4.5 Het advies over het wettelijk basispakket is zwaarwegend. Dat wil zeggen dat de Kabelexploitant in principe niet van het advies mag afwijken. De kabel-exploitant mag echter wel afwijken van het advies om zwaarwichtige reden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een zwaarwichtige reden kan zijn het feit dat het advies te veel dure programmas bevat en het feit dat het gevolg geven aan het advies de economische exploitatie van het kabelnet in gevaar kan brengen. Zie voor een nadere uitleg: Handboek Programmaraden.
7.4.6 De programmaraad wil dus geen programmas adviseren die er toe leiden dat de prijs van het programmapakket op een onredelijk niveau zou komen.
7.5 Het college schrijft: Gezien de toonzetting van het verslag komt bezwaarde eerder over als een actiegroep die de oorlog aan UPC heeft verklaard dan als een onafhankelijk ad-viesorgaan dat adviseert over de samenstelling van een deel van het programmapakket.
Commentaar van de programmaraad:
7.5.1 Gezien de toonzetting van het college (oorlog) wekt het college de indruk dat hij de programmaraad cote que cote in een negatief daglicht wil stellen. We trekken ons er niets van aan en zullen zakelijk blijven argumenteren.
7.5.2 De werkwijze van de programmaraad wordt landelijk als voorbeeldig gekarak-teriseerd. Ook de leden van de werkgroep mediabeleid zijn zonder uitzondering positief. Dit bleek ook tijdens de bijeenkomst in Hegebeintum op 27 mei 2005 waar wij een presentatie hebben gehouden waarvan wij u graag een kopie ver-strekken. Helaas was niemand van Achtkarspelen hierbij aanwezig.
7.5.3 Net als veel andere programmaraden in den lande geeft de programmaraad simpelweg serieus invulling aan een wettelijke taak, waartoe ook dient te beho-ren het voorleggen van geschillen aan daartoe aangewezen toezichthoudende organen, zoals het Commissariaat voor de Media en de NMa. Zie ook het over-zicht Jurisprudentie op de website van het Landelijk Steunpunt op www.kabelraden.nl.
7.6 Bij de verlening van de eenmalige subsidie in 2004 speelde uitdrukkelijk de overwe-ging een rol, dat bezwaarde in staat moest zijn de wettelijke taak naar behoren uit te voeren. Deze overweging gold nog even sterk bij de beoordeling van het verzoek voor het jaar 2005, schrijft het college. Het afwijzende besluit is mede gebaseerd op het jaarverslag 2004.
Commentaar van de programmaraad:
7.6.1 Deze zinnen treffen de kern van de zaak.
7.6.2 Nogmaals: Als de programmaraad in 2004 geld nodig had om zijn wettelijke taak naar behoren uit te voeren en als de taakopvatting in 2005 gelijk was aan 2004, wordt geconcludeerd dat het college geen reden heeft om de subsidie voor 2005 niet te verstrekken.
7.6.3 Het college geeft voeding aan het beeld van een onbetrouwbare overheid met zwalkend beleid.
10 Verstrekkende gevolgen
10.1 Het college beweert dat het college geen tekort aan informatie heeft.
Commentaar van de programmaraad:
10.1.1 Als het college de inhoud van de jaarverslagen 2003 en 2004 had vergeleken, had het college niet tot de conclusie kunnen komen dat er met ingang van 2004 een te ruime taakopvatting zou zijn ontstaan.
17 Verantwoordelijkheid voor programmaraden
17.1 De regering heeft het standpunt dat de verantwoordelijkheid voor de financiering van de decentrale ondersteuning van de programmaraden op de gemeenten en de kabelexploi-tanten blijft rusten. Het college is het met de regering oneens. Ons college ziet het in-stellen van een programmaraad als een wettelijke plicht, maar ook niet meer dan dat.
Commentaar van de programmaraad:
17.1.1 Het instellen van een programmaraad veroorzaakt kosten. Als het college geen kosten voor de programmaraad wil maken, moet het college geen programma-raad willen installeren.
17.1.2 Op 19 mei 2005 schreven de Minister EZ en de Staatssecretaris OC&W aan de Tweede Kamer: Daarnaast is op 11 mei 2004 aan de Eerste Kamer toege-zegd dat er overleg zal plaatsvinden over de decentrale financiering van pro-grammaraden. Dit overleg heeft op 18 april 2005 plaatsgevonden. In dit overleg is door de Staatssecretaris gezegd dat de landelijke overheid zorg draagt voor de ondersteuning van programmaraden door financiering van het centrale on-dersteuningsorgaan Kabelraden.nl. De gemeenten moeten, al dan niet in sa-menwerking met kabelexploitanten, voorzien in decentrale ondersteuning. De VNG heeft tijdens dit overleg toegezegd de Staatssecretaris in een brief aanvul-len te informeren.
17.1.3 Het college wijst op de brief van de VNG van 17 december 1997. Deze brief is echter al lang niet meer actueel. Graag willen wij u attenderen op de ledenbrief van de VNG van 19 december 2003. Zie VNG.nl onder VNG Brieven Le-denbrieven 2003. Wij citeren hieruit: In het eerdergenoemd onderzoek door bureau Van Naem en Partners naar de wenselijkheid en de bekostiging van de landelijke ondersteuning van de programmaraden, is in overleg met de VNG ook gekeken naar de kosten die programmaraden op lokaal niveau zouden moe-ten maken, indien zij willen voldoen aan het modelreglement van het Commis-sariaat voor de Media. Deze zijn volgens Van Naem en partners ongeveer 29.000 per programmaraad. Het Rijk is van oordeel dat gemeenten en kabelex-ploitanten deze kosten gezamenlijk moeten delen. Eerder, toen er nog honder-den programmaraden leken te ontstaan, hebben wij gepleit voor vergoeding aan gemeenten. Nu er slechts iets meer dan 55 zijn voor het gehele land, hebben wij ons neergelegd bij de gebruikelijke taakverdeling tussen de overheden.
18 Werkgroep Mediabeleid
18.1 Het college is van mening dat het werkterrein van de programmaraad een beleidsterrein vormt waarop de gemeente nauwelijks taken heeft.
Commentaar van de programmaraad:
18.1.1 De taken van de programmaraad worden uiteraard niet vervuld door de ge-meente maar door de programmaraad.
18.1.2 Gevreesd wordt dat het college bedoelt dat de programmaraad nauwelijks taken heeft. Thans gaat het niet om de mening van het college over de wettelijke ta-ken van de programmaraad; dat is de competentie van de wetgever.
19 Wettelijke taak
19.1 Het is echter niet noodzakelijk, dat de programmaraad daarvoor allerlei tijd en geld vergende onderzoeken verricht binnen het verzorgingsgebied, schrijft het college.
Commentaar van de programmaraad:
19.1.1 Zie hier weer n van de onjuiste beweringen van het colleges zoals herhaalde-lijk in de interne beleidsvoorbereidende rapporten van de beleidsambtenaar werd aangetroffen. Het is niet waar dat de programmaraad onderzoeken heeft verricht. Graag ontvangt de programmaraad het bewijs voor allerlei tijd en geld vergende onderzoeken.
19.1.2 De besluitvorming van het college blijkt gebaseerd te zijn op insinuaties zoals ook uit de interne rapporten blijkt.
20 Welke programmas
20.1 Dit argument is opnieuw een bewijs voor de te ruime taakopvatting, schrijft het colle-ge over het keuzeproces.
Commentaar van de programmaraad:
20.1.1 Het college geeft er blijk van niet te begrijpen hoe keuzeprocessen bij het ver-vullen van de taak van de programmaraad tot stand komen. Wij hebben ge-tracht uit te leggen dat je keuzes alleen dan verantwoord kunt maken als je een goed overzicht van de relevante zenders hebt. Uit het overzicht van de zenders maak je vervolgens een keuze via selectiecriteria waarbij uiteindelijk toewijzing zal plaatsvinden naar het wettelijk beschermde basispakket. Een-voudiger kunnen we het niet maken, willen we aan de kwaliteitseis blijven voldoen die het Commissariaat voor de Media stelt aan adviezen van pro-grammaraden.
20.1.2 De programmaraad weigert nadrukkelijk om adviezen op te stellen die de toets van zorgvuldigheid niet kunnen doorstaan.
21 Aanvullend pakket
21.1 Het college schrijft: Aangezien UPC de programmaraad geen advies vraagt m.b.t. die overige programmas, behoort die advisering in casu niet tot de wettelijke taak van bezwaarde.
Commentaar van de programmaraad:
21.1.1 Tijdens het keuzeproces maakt de programmaraad een keuze uit de 40 relevan-te tv-zenders en de 50 relevante radiozenders. De zenders worden in volgorde van belangrijkheid geplaatst. De belangrijkste zenders vormen de zenders van het wettelijk basispakket en de volgende zenders vormen het aanvullend pakket totdat het maximum is bereikt.
21.1.2 De wettelijke taak van de programmaraad kan alleen op deze wijze praktisch worden vervuld. Dat de advisering van het aanvullende pakket niet de juridi-sche status heeft als het wettelijke pakket, is bekend. Dat onze werkwijze de wettelijk juiste is, blijkt ook uit het feit dat wij volgens het Commissariaat voor de Media moeten aangeven welk gedeelte het wettelijk basispakket betreft en welk gedeelte betrekking heeft op het aanvullend pakket. Zie ook het Besluit-vormingsformulier dat als bijlage 9 in het Handboek Programmaraden is op-genomen.
25 Gemeentelijke prioriteiten en financile positie:
25.1 Het besluit kan naar onze mening volledig worden gedragen door de daaraan ten grondslag liggende motivering, schrijft het college.
Commentaar van de programmaraad:
25.1.1 Het besluit kan geenszins worden gedragen door daaraan ten grondslag liggen-de onjuiste en tegenstrijdige motivering zoals wij hebben aangetoond m.b.t. een zogenaamd te ruime taakopvatting, m.b.t. de vergelijking met 2003 en m.b.t. de diverse beweringen.
26 Vraagtekens bij nut programmaraad
26.1 Ons college heeft kennis genomen van alle stukken die ten grondslag liggen aan ons besluit, inclusief het Jaarverslag 2004. Van misvattingen en informatieachterstand is geen sprake. Ons college heeft een andere visie op de taak en het functioneren van de programmaraad dan bezwaarde en dat is ons goed recht.
Commentaar van de programmaraad:
26.1.1 Het college kan per definitie geen blijk geven van een andere visie op de taak en het functioneren van de programmaraad en heeft hier ook geen recht toe. De taak en het functioneren van de programmaraad zijn vastgelegd in de Mediawet en het modelreglement van het Commissariaat van de Media.
26.1.2 Wij prijzen ons gelukkig dat niet elk college een eigen visie op de taak en het functioneren van een programmaraad mag hebben want dan was het inhoud geven aan de wettelijke taak onuitvoerbaar.
40 Samenvatting standpunten Programmaraad Friesland
40.1 Het advies van een programmaraad moet zorgvuldig worden beargumenteerd omdat an-ders een eis tot handhaving bij het Commissariaat voor de Media niet ontvankelijk zou worden verklaard.
40.2 Als het college de inhoud van de jaarverslagen 2003 en 2004 had vergeleken, had het college niet tot de conclusie kunnen komen dat er met ingang van 2004 een te ruime taakopvatting zou zijn ontstaan.
40.3 Er is sprake van gewekt vertrouwen omdat in 2004 de subsidie wel werd toegekend en de werkwijze niet werd veranderd.
40.4 Een incidentele subsidie past niet bij de continuteit van de programmaraad.
40.5 De Programmaraad Friesland werkt zonder last of ruggespraak maar staat altijd open voor suggesties om de werkwijze te veranderen mits de kwaliteit van de twee adviezen blijft gewaarborgd.
40.6 Het keuzeproces geschiedt op basis van het modelreglement van het Commissariaat voor de Media.
40.7 De Programmaraad Friesland werkt efficint, systematisch en effectief aan de twee jaar-lijkse adviezen.
40.8 De negatieve toonzetting van het college over een vereenvoudiging van de werkwijze zou verlammend kunnen werken op het enthousiasme van vrijwilligers.
40.9 Als de wettelijke taak van de programmaraad in 2004 de gevraagde subsidie rechtvaar-digt en als het college deze mening over 2004 thans nog steeds heeft, moet de logische conclusie worden getrokken dat de vermeende ruime taakopvatting geen reden voor af-wijzing van de subsidie kan zijn omdat in de vermeende ruime taakopvatting de wette-lijke taak zoals deze in 2004 werd vervuld, bevat.
40.10 De gemeenten zijn wettelijk verplicht programmaraden te benoemen en zullen vervol-gens de programmaraden in staat moeten stellen de taken naar behoren te kunnen ver-vullen. Vanuit de verantwoordelijkheid van de lokale overheid dient de gemeente een vergoeding te verstrekken waardoor het functioneren wordt gewaarborgd.
40.11 De 9 gemeenten hebben destijds bij de verkoop van de kabelnetten het immense bedrag van hfl 100 miljoen ontvangen.
40.12 De gemeenten zijn erbij gebaat dat er zo weinig mogelijk satelliet-antennes worden ge-plaatst als gevolg van het feit dat de burgers tevreden zijn met het door de kabelexploi-tanten gedistribueerde programmapakket, een programmapakket dat mede tot stand komt dankzij de inspanningen van de programmaraad.
40.13 De wetgever heeft de gemeenten verplicht programmaraden in te stellen, maar heeft de financiering uitdrukkelijk niet in de wet geregeld, ervan uitgaande dat de gemeenten de waarde van een programmaraad inzien en middelen hiervoor vrij maken.
40.14 De Programmaraad Friesland is van mening dat de financile bijdrage nodig is om zijn taakstelling op kwalitatief verantwoorde wijze te kunnen verrichten en om zijn doelstel-ling te kunnen realiseren.
40.15 De Programmaraad Friesland onderstreept dat de kabel een primaire nutsvoorziening vormt die bescherming behoeft omdat de commercile belangen van een regionaal mo-nopolist niet dezelfde zijn als de maatschappelijke belangen, waarop de wetgever doelt. Daardoor is het noodzakelijk uitgewerkte kabelplannen voor televisie en radio op te stel-len en hierover transparant richting Friese samenleving te communiceren.
40.16 De Programmaraad Friesland concludeert dat de gemeenteraad Achtkarspelen het werk van de programmaraad zinvol acht want anders had geen benoeming plaatsgevonden.
40.17 De werkzaamheden van de Programmaraad Friesland vinden correct plaats conform de wettelijke bepalingen in artikel 82k (nieuw).
40.18 Uit de formulering van de afwijzing van ons verzoek blijkt dat het niet de financile po-sitie is die tot afwijzing van het subsidieverzoek heeft geleid, maar de extra werkzaam-heden. Aangezien er geen sprake is van extra werkzaamheden die de wettelijke vereisten te boven gaan, vervalt het argument. Voor alle duidelijkheid: Het college van B & W zegt dus niet dat het geen geld heeft, het zegt dat het geen geld heeft voor de bovenwet-telijke taken, dus wel geld voor de wettelijke taken. Ook hier schiet de motivering van het besluit te kort.
40.19 De programmaraad zorgt ervoor dat het basispakket voor de consument in uw verzor-gingsgebied evenwichtig (pluriform) is samengesteld. Dat betekent bijvoorbeeld dat er een goede mix is tussen publieke en commercile zenders en dat alle leeftijds- en doel-groepen iets van hun gading vinden. Wij willen voorkomen dat het aanbod dermate wordt verschraald dat de consument door de kabelexploitant gedwongen wordt om het aparte pakket UPC-Digital aan te schaffen, dat evenals het kabelabonnement oorspron-kelijk nog eens 15 per maand zou kosten.
40.20 Wij zijn van mening dat de gemeenteraad weinig ethisch zou handelen als hij leden van de programmaraad benoemt terwijl hij het werk van de programmaraad nutteloos zou achten (of de gemeenteraad dit laatste ook daadwerkelijk vindt is ons niet bekend; dit keer heeft immers het college het besluit genomen).
40.21 De programmaraad treedt op als consumentenvertegenwoordiging voor de kijkers en luisteraars. Het ligt nogal voor de hand dat wij een orgaan zijn voor belangen van bur-gers / consumenten. Dat is immers ook de reden waarom de wetgever programmaraden heeft ingesteld. De wetgever heeft willen voorkomen dat monopolistische bedrijven ge-heel hun eigen gang kunnen gaan. De adviseur van het college schrijft: De Programma-raad in het UPC-gebied wil graag fungeren als consumentenraad, maar mist daartoe de bevoegdheden. Graag willen wij het college wijzen op de Mediawet waarin alle be-voegdheden van ons als belangenbehartiger en vertegenwoordiger van de consumenten is geregeld. Overigens ontvangen wij van burgers van Achtkarspelen veel e-mail, in het bijzonder met betrekking tot onze strijd om Eurosport weer op de kabel te krijgen en met betrekking tot ons niet gerealiseerde voornemen om Rebecca niet meer te adviseren.
40.22 Wij constateren dat de afwijzende beschikking niet alleen onvoldoende is gemotiveerd maar dat de motivering deels ook op onjuiste gronden is gebaseerd. Dat is strijdig met de Algemene wet bestuursrecht.
40.23 Wij zijn van mening dat een besluit dat haaks staat op het vorig jaar genomen besluit een extra overtuigende motivering behoort te bevatten. Dat geldt a fortiori als een ge-meente zich ten opzichte van andere gemeenten van wie de Programmaraad financieel afhankelijk is een afwijkende opstelling kiest.
40.24 Een ander wezenlijk gebrek is dat, afgaande op de beschikking en het verweerschrift, geen belangenafweging heeft plaatsgevonden, terwijl een zorgvuldige afweging van al-le relevante en kenbare belangen een van de meest elementaire beginselen van behoor-lijk bestuur is. Wij hebben in dit bezwaarschrift aangegeven wat de effecten van dit be-sluit kunnen zijn (hetzij voor de gemeente Achtkarspelen hetzij voor de Programma-raad, met zelfs eventuele consequentie van opheffing van de Programmaraad aan toe vanwege de solidariteitsvoorwaarde). Aan deze en andere effecten van het besluit van het college is in de beschikking en het verweerschrift op geen enkele wijze aandacht ge-schonken. We vertrouwen er echter op dat dat bij de heroverweging in het kader van de-ze bezwarenprocedure rechtgezet wordt.
40.25 We laten bespreking van de overige denigrerende uitingen van het college achterwege zoals magere resultaten, minder vergaderen, geringe belangstelling, inmenging, betere leden etc. Zoals gezegd, houden wij het zakelijk.
41 Conclusies
41.1 De beschikking is in strijd met de Wet algemeen Bestuursrecht genomen (motiverings-plicht, zorgvuldige en expliciete belangenafweging).
41.2 De taakopvatting en de activiteiten vinden plaats conform de wettelijke bepalingen.
41.3 De Programmaraad beweegt zich nadrukkelijk op het terrein dat in 2004 aanleiding gaf tot subsidiering.
41.4 Aangezien er geen wijziging is opgetreden in het werkterrein, is er geen reden om het subsidieverzoek af te wijzen
Deze pleitnota vormt een toelichting op ons bezwaarschrift en komt niet in de plaats van het be-zwaarschrift.
Wij constateren samenvattend dat de afwijzende beschikking niet alleen onvoldoende is gemoti-veerd maar dat de motivering deels ook op onjuiste en tegenstrijdige gronden is gebaseerd. Dat is strijdig met de Algemene wet bestuursrecht.
Wij verzoeken uw commissie uw advies dusdanig te formuleren dat het college tot herziening van haar besluit zal komen en wijzen in het bijzonder op de verstrekkendheid van het huidige collegebe-sluit waartegen wij bezwaar hebben aangetekend.
Dank u voor uw aandacht.
Bron: Programmaraad Friesland
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
