Nieuws
Programmaraad Gelderland Oost in beroep uitspraak Commissariaat over termijnen
Programmaraden
Thema's
De programmaraad Gelderland oost heeft besloten in beroep te gaan tegen de uitspraak van het COmmissariaat over het verschuiven en niet willen uitvoeren van adviezen door UPC.
bezwaarschrift
Geachte mevrouw, mijnheer,
Op 21 mei 2004 hebben wij uw beslissing van 19 mei j.l. inzake ons verzoek tot bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet jegens UPC Nederland in goede orde ontvangen.
Met dit schrijven maken wij bezwaar tegen de door u genomen beslissing om niet handhavend op te treden tegen UPC Nederland vanwege het feit dat deze kabelexploitant weigert het door de Programmaraad Gelderland Oost uitgebrachte radio-advies te implementeren per 1 april j.l. om de navolgende redenen:
1. Zoals in voornoemd schrijven van 19 mei door u geconstateerd is het Commissariaat voor de Media bevoegd om handhavend op te treden indien een aanbieder van een omroepnetwerk om andere dan zwaarwichtige redenen afwijkt van het advies van een programmaraad over de samenstelling van het wettelijk minimumpakket.
2. De door u getrokken conclusie dat UPC niet om andere dan zwaarwichtige redenen, is afgeweken van het advies van de Programmaraad Gelderland Oost bestrijden wij.
Op 11 december 2003 heeft de plenaire vergadering van de Programmaraad Gelderland Oost het radio-advies voor de periode 2004-2005 opgesteld en bepaald dat implementatie op of rond 1 april 2004 dient plaats te vinden.
Dit is op 15 december 2003 aan UPC meegedeeld.
De datum 1 april 2004 is door deze Programmaraad bewust gekozen zijnde een redelijke termijn (gebaseerd op de implementatieperioden van voorgaande adviezen) waarbinnen UPC de implementatie kan realiseren.
In uw schrijven van 19 mei j.l. merkt u op dat in de Mediawet geen bepaling is opgenomen waaruit voor de aanbieder van een omroepnetwerk de verplichting zou volgen dat zij voor een bepaalde datum het advies dient uit te voeren.
In de Mediawet is evenmin een bepaling opgenomen dat:
- de Programmaraad geen datum mag vaststellen waarbinnen implementatie dient plaats te vinden;
- de Programmaraad niet van een aanbieder van een omroepnetwerk mag eisen dat implementatie binnen een redelijke termijn dient plaats te vinden;
- dat een aanbieder van een omroepnetwerk zonder zwaarwichtige redenen een dergelijke eis naast zich neer mag leggen;
- daarmee de aanbieder van een omroepnetwerk de vrijheid respectievelijk het recht heeft een uitgebracht advies al dan niet tijdelijk of zelfs helemaal niet uit te voeren;
- een aanbieder van een omroepnetwerk het recht heeft de werkwijze van een onafhankelijke Programmaraad mag benvloeden c.q. vaststellen door het eenzijdig stellen van nadere eisen, zoals het zonder toe- of instemming van een Programmaraad eenzijdig vaststellen van een implementatiedatum.
3. De stelling zoals verwoord in uw beslissing van 19 mei 2004 dat een sanctie alleen kan worden opgelegd als een verbodsbepaling is overtreden delen wij niet: wij zijn van mening dat ook indien een gebodsbepaling wordt overtreden (i.c. het uitvoeren van een advies) verwacht mag worden dat het Commissariaat voor de Media in deze handhavend optreedt.
4. In uw beslissing van 19 mei j.l. merkt u op dat het Commissariaat voor de Media het niet onredelijk acht dat UPC tot harmonisering van de implementatiedata wenst over te gaan. U gaat daarbij geheel voorbij aan de consumentenbelangen die hierdoor worden geschaad: het doorvoeren van zenderwijzigingen in een vakantieperiode heeft als logisch gevolg een verdergaande verminderde dienstverlening door deze toch al niet sterk opererende kabelexploitant.
5. Tevens merkt u op dat UPC zorgvuldig heeft gehandeld door tijdig en gemotiveerd te informeren over de voorgenomen wijziging.
De Programmaraad Gelderland Oost bestrijdt ten ene male dat er sprake is geweest van een correcte en rele motivering van de voorgenomen wijziging.
Genoemd zijn slechts:
a. gelijktijdige implementatie van het radio- en tv-advies vanuit praktisch oogpunt is
wenselijk en
b. de meerderheid van de programmaraden volgens de nieuwe data gaat adviseren c.q. al
geadviseerd heeft.
Wij merken hierover op dat de onder 5.a. genoemde motivering niet nader is toegelicht en (zie onder 4.) zeker niet in het belang van de consument.
De onder 5.b. genoemde motivering is, zoals wij reeds hebben aangegeven in ons schrijven van 14 maart 2004 een onjuiste voorstelling van zaken hetgeen is gebleken uit een inventarisatie door het Landelijk Steunpunt Programmaraden: Kabelraden.nl.
Wij kunnen ons niet voorstellen dat u bovenstaande motiveringen zorgvuldig vindt.
De wetgever heeft geen adviserende Programmaraden ingesteld met de intentie om de aanbieder van een omroepnetwerk de vrije hand te geven voor wat betreft de uitvoering van een advies.
Derhalve mag geconcludeerd worden dat in principe een uitgebracht advies terstond en onverwijld dient te worden gemplementeerd, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten: anders zou de aanbieder van een omroepnetwerk de facto de vrijheid hebben om een uitgebracht advies om andere dan zwaarwichtige redenen nimmer uit te voeren, hetgeen niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest bij het instellen van het instituut Programmaraden.
De Programmaraad Gelderland Oost acht het evenwel reel en in het belang van de consument dat de aanbieder van een omroepnetwerk voldoende tijd (i.c. meer dan 3 maanden) moet krijgen om een correcte implementatie te kunnen bewerkstelligen.
Aangezien deze periode inmiddels geruime tijd voorbij is en er naar onze mening voor kabelexploitant UPC geen zwaarwichtige redenen zijn (geweest) om implementatie verder uit te stellen, verzoeken wij u uw beslissing van 19 mei 2004 zo spoedig mogelijk te herzien en alsnog tot handhaving over te gaan.
Hoogachtend,
Bron: Programmaraad Gelderland Oost
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
