Nieuws
Commissariaat treedt niet handhavend op tegen verschuiven termijnen UPC
Programmaraden
Thema's
Het Commissariaat treedt niet handhavend op jegens UPC inzake het niet op 1 april 2004 overgaan tot implementatie van het radioadvies voor de periode 2004-2005. Dit verzoek om handhaving werd gedaan door de programmaraad Haarlem, de APR en de programmaraad Gelderland Oost. De programmaraden hadden om een uitspraak gevraagd, omdat . Het Commissariaat werd gevraagd om een principe uitspraak te doen op welke termijn de kabelmaatschappij het advies van een programmaraad dient uit te voeren.
geen overtreding van een wetsartikel
Volgens het Commissariaat:"Uit het door de PGO gedane verzoek en de door hem ingebrachte gedingstukken is niet de conclusie te trekken dat UPC, om andere dan zwaarwichtige redenen, is afgeweken van het advies van de PGO over de samenstelling van het wettelijk minimumpakket van radioprogrammas voor de periode 2004-2005. Het door de PGO aangebrachte geschil betreft enkel het moment waarop tot daadwerkelijk invoering van dit advies zal worden overgegaan. In de Mediawet is echter geen bepaling opgenomen, waaruit voor de aanbieder van een omroepnetwerk de verplichting zou volgen dat zij voor een bepaalde datum het advies dient uit te voeren.
Te dien aanzien overweegt het Commissariaat als volgt.
Een fundamenteel rechtsbeginsel bij de toepassing van een bestuursrechtelijke maatregel, zoals een geldboete, is dat deze alleen kan worden opgelegd wegens een gedraging die in strijd is met enig wettelijk voorschrift. Met andere woorden, voor het opleggen van een sanctie is een overtreding van voorafgaande wettelijke verbodsbepaling vereist. Aangezien in het onderhavige geval UPC geen enkele tot haar gerichte verbodsbepaling heeft overtreden is het Commissariaat niet bevoegd handhavend op te treden.
Uitspraak
Het Commissariaat voor de Media
Gezien het verzoek van de Programmaraad Gelderland-Oost bij brief van 9 april 2004 om bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet, jegens UPC Nederland, inzake het niet op of omstreeks 1 april 2004 overgaan tot implementatie van het radioadvies voor de periode 2004-2005.
Gelet op de artikelen 82k, tweede lid, 134 en 135 van de Mediawet,
Gelet op de Beleidsregels inzake afwijken door aanbieder van een omroepnetwerk van programmaraadadvies (handhaving van artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet) van
9 oktober 2001,
Overwegende:
1. Relevante feiten
UPC Nederland (hierna: UPC) is de aanbieder van de omroepnetwerken in de gemeenten Aalten, Brummen, Dinxperlo, Doetinchem, Gendringen, Hengelo, Lichtenvoorde, Lochem, Ruurlo, Bergh, Vorden, Warnsveld, Zelhem en Zutphen. De omroepnetwerken in voornoemde gemeenten zijn gekoppeld en functioneren feitelijk als n omroepnetwerk.
De Programmaraad Gelderland-Oost (hierna: de PGO) is de door de gemeenteraden van bovengenoemde gemeenten ingestelde programmaraad, die UPC, op grond van artikel 82k, eerste lid, van de Mediawet, adviseert welke 15 televisieprogrammas en 25 radioprogrammas ten minste worden uitgezonden naar alle aangeslotenen op het omroepnetwerk.
Bij brief van 28 augustus 2003 deelt UPC aan de PGO mee dat de jaarlijkse implementatiedatum van het advies voor televisie zal worden verzet van 1 september naar 1 juli. Tevens deelt UPC in deze brief mee dat de jaarlijkse implementatiedatum van het radioadvies zal worden verzet van 1 april naar 1 juli. Ten behoeve van de periode 2004-2005 verzoekt UPC de PGO om uiterlijk 1 januari 2004 zijn advies voor radio en televisie af te geven.
Bij e-mail van 29 augustus 2003 deelt de PGO aan UPC mee dat hij niet zonder meer akkoord gaat met de gewijzigde implementatiedata.
Bij brief van 12 november 2003 verzoekt UPC aan de PGO zijn televisieadvies 2004-2005 uiterlijk 1 maart 2004 af te geven, zodat op 1 juli 2004 dit advies tegelijkertijd met het radioadvies 2004-2005 kan worden gemplementeerd.
Bij brief van 22 november 2003 deelt de PGO aan UPC mee dat hij niet akkoord kan gaan met de wijziging van de implementatiedatum.
Bij brief van 19 februari 2004 deelt UPC aan de PGO mee dat zij de implementatiedatum van 1 juli zal handhaven. Zij deelt tevens mee dat zij, indien het tv-advies op een later tijdstip dan 1 maart wordt ontvangen, geen invoering van het advies per 1 juli kan garanderen.
Per e-mail van 11 maart 2004 bevestigt UPC de ontvangst van het radioadvies 2004-2005 van de PGO en deelt mee dat als het advies technisch uitvoerbaar is, de implementatie van het advies op 1 juli 2004 zal plaatsvinden.
Bij brief van 14 maart 2004 verzoekt de PGO het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat), voor zover te zijner competentie, een principe-uitspraak te doen in welke mate een aanbieder van een omroepnetwerk gerechtigd is de werkzaamheden dan wel de werkwijze van de onafhankelijke programmaraad naar believen aan te passen door wijzigingen dwingend voor te schrijven en te dreigen met sancties bij het niet nakomen daarvan dan wel het ten uitvoer brengen van sancties.
Bij brief van 9 april 2004 verzoekt de PGO het Commissariaat om bestuursrechtelijke handhaving, omdat UPC niet op of omstreeks 1 april 2004 is overgegaan tot implementatie van het radioadvies voor de periode 2004-2005.
2. Bevoegdheid
Ingevolge artikel 134 is het Commissariaat belast met bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk VI van de Mediawet, waarin de artikelen 82i en 82k van de Mediawet zijn opgenomen.
Artikel 82i, eerste lid, van de Mediawet, bepaalt, voor zover hier van belang, dat de aanbieder van een omroepnetwerk ten minste een wettelijk minimumpakket uitzendt van 25 radioprogrammas voor algemene omroep.
Artikel 82k, eerste lid, van de Mediawet, bepaalt voor zover hier van belang, dat in de gemeenten waar een omroepnetwerk aanwezig is de gemeenteraad een programmaraad instelt die de aanbieder van een omroepnetwerk adviseert over de samenstelling van het wettelijk minimumpakket. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de aanbieder van een omroepnetwerk slechts om zwaarwichtige redenen kan afwijken van laatstgenoemd advies van de programmaraad.
Op grond van het bepaalde in artikel 2.1., onder a en b, van de Beleidsregels kan het Commissariaat op verzoek van de programmaraad van wiens advies, voor zover het gaat om het al dan niet opnemen van programma in het wettelijk minimumpakket, wordt afgeweken, overgaan tot bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet.
Uit het vorenstaande volgt dat van strijd met de Mediawet kan worden gesproken en handhavend kan worden opgetreden, indien een aanbieder van een omroepnetwerk om andere dan zwaarwichtige redenen afwijkt van het advies van een programmaraad over de samenstelling van het wettelijk minimumpakket. Tevens kan het Commissariaat handhavend optreden indien een aanbieder van een omroepnetwerk het advies opvolgt, maar om zwaarwichtige redenen had moeten afwijken van dit advies.
Uit het door de PGO gedane verzoek en de door hem ingebrachte gedingstukken is niet de conclusie te trekken dat UPC, om andere dan zwaarwichtige redenen, is afgeweken van het advies van de PGO over de samenstelling van het wettelijk minimumpakket van radioprogrammas voor de periode 2004-2005. Het door de PGO aangebrachte geschil betreft enkel het moment waarop tot daadwerkelijk invoering van dit advies zal worden overgegaan. In de Mediawet is echter geen bepaling opgenomen, waaruit voor de aanbieder van een omroepnetwerk de verplichting zou volgen dat zij voor een bepaalde datum het advies dient uit te voeren.
Te dien aanzien overweegt het Commissariaat als volgt.
Een fundamenteel rechtsbeginsel bij de toepassing van een bestuursrechtelijke maatregel, zoals een geldboete, is dat deze alleen kan worden opgelegd wegens een gedraging die in strijd is met enig wettelijk voorschrift. Met andere woorden, voor het opleggen van een sanctie is een overtreding van voorafgaande wettelijke verbodsbepaling vereist. Aangezien in het onderhavige geval UPC geen enkele tot haar gerichte verbodsbepaling heeft overtreden is het Commissariaat niet bevoegd handhavend op te treden. Het verzoek van de PGO dient derhalve reeds om deze reden te worden afgewezen.
Overigens acht het Commissariaat, gelet op haar bedrijfsvoering en de contractuele relaties, het van UPC niet onredelijk dat zij de implementatiedata van radio- en televisieadviezen wil harmoniseren. Het Commissariaat meent dat UPC in de voorbereiding hierop, ook zorgvuldig heeft gehandeld door betrokkenen ruimschoots op tijd en gemotiveerd te informeren over de wijziging van de implementatiedata. Tevens heeft zij de betrokken programmaraden nog in de gelegenheid gesteld mondeling van hun bezwaren te doen blijken tijdens een bijeenkomst ten kantore van UPC.
3. Besluit
Het verzoek van de PGO om bestuurlijke handhaving van 9 april 2004 af te wijzen.
COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA, 18 mei 2004
Bron: Commissariaat
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
