Nieuws
Commissariaat: Arte en UPC moeten gaan onderhandelen
Programmaraden
Thema's
Het Commissariaat voor de media heeft geen uitspraak gedaan in de zaak die de programmaraad Rotterdam had aangespannen tegen UPC voor het niet doorgeven van de zender Arte. Het Commissariaat komt tot de conclusie dat UPC terecht heeft aangenomen dat Arte belang heeft bij doorgifte in Nederland en er dus vanuit mocht gaan dat de auteursrechten niet zonder meer geregeld worden in de (concept) kaderovereenkomst daarover. UPC moet echter wel alles in het werk stellen om te voldoen aan het advies van de APR. Daarom vraagt het Commissariaat Arte en UPC te gaan onderhandelen over de condities voor doorgifte. Voor 30 januari moeten partijen aangeven of ze genegen zijn de onderhandelingen te starten. Mochten UPC en Arte niet om de tafel gaan zitten dan zal het Commissariaat alsnog een uitspraak doen in deze zaak. Zie hier de gehele brief die het Commissariaat heeft gestuurd:
Brief
Geachte mevrouw,
Naar aanleiding van het verzoek van de Stichting Programmaraad Rotterdam (SPR) bij brief d.d. 28 augustus 2003 tot bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet ter zake van het uitzenden van het programma ARTE door UPC Nederland B.V., berichten wij u het volgende.
Uit de inhoud van de door de SPR, de aanbieder van het programma ARTE en UPC overgelegde stukken en het gestelde tijdens de hoorzitting op 23 oktober 2003 blijkt dat de genoemde programma-aanbieder gehoor geeft aan uitnodigingen van programmaraden om zijn programma te presenteren. Dit gevoegd bij de niet onbelangrijke, eveneens uit de stukken blijkende, omstandigheid dat deze programma-aanbieder gedurende de proefperiode, vanaf 1999 en geindigd op 1 april 2003, in staat is geweest de auteursrechten te regelen, leidt tot onze vaststelling dat deze programma-aanbieder er belang bij heeft dat zijn programma in Nederland via omroepnetwerken wordt uitgezonden. De aanwezigheid van een vertegenwoordiger in Nederland wijst eveneens in deze richting, althans niet op het tegendeel. Naar ons oordeel gaat UPC er derhalve op goede gronden van uit dat ARTE niet wordt betrokken bij de nieuwe conceptovereenkomst tussen VECAI en onder meer BUMA/AGICOA, de hierna te noemen Kaderovereenkomst.
Op grond van artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet rust op de aanbieder van het omroepnetwerk de verplichting om het advies van de programmaraad, voor zover dit het wettelijke minimumpakket betreft, op te volgen. Met die verplichting wordt bewerkstelligd dat alle aangeslotenen een pluriform samengesteld programmapakket kunnen ontvangen. Deze verplichting brengt met zich dat de aanbieder van het omroepnetwerk in beginsel al het nodige moet doen om te voldoen aan deze verplichting. Op deze aanbieder rust een verplichting zich ervoor in te spannen, zowel in financile als niet-financile zin, dat gevolg kan worden gegeven aan het advies van de programmaraad.
Nu het programma ARTE door UPC niet wordt betrokken bij de Kaderovereenkomst en de SPR dit programma heeft geadviseerd om te worden uitgezonden in het wettelijk minimumpakket kan UPC, als reden om van het SPR-advies af te wijken, niet volstaan met louter de mededeling dat geen overeenstemming is bereikt met de programma-aanbieder van ARTE over de vraag wie de kosten van de auteursrechten moet dragen, als gevolg van de omstandigheid dat geen overeenstemming bestaat tussen betrokkenen over de status van het programma in relatie tot de Kaderovereenkomst.
Wij stellen vast dat de proefperiode, waarbinnen het programma ARTE is uitgezonden via het omroepnetwerk van UPC, is geindigd op 1 april 2003. Nu UPC, naar ons oordeel, een gegronde reden had ARTE niet te betrekken bij de Kaderovereenkomst, had het in de rede gelegen dat UPC ten behoeve van een aansluitende periode met de aanbieder van het programma ARTE in onderhandeling was getreden teneinde te trachten een regeling over de auteursrechten tot stand te brengen. Wij hebben niet kunnen vaststellen dat dergelijke onderhandelingen hebben plaatsgevonden.
Alvorens een besluit te nemen op het verzoek om bestuursrechtelijke handhaving van de SPR stellen wij UPC en de aanbieder van het programma ARTE in de gelegenheid in onderhandeling te treden en overeenstemming te bereiken over de regeling van de auteursrechten en over wie de kosten daarvan moet dragen. Een en ander om UPC in de gelegenheid te stellen zich ervoor in te spannen dat gevolg kan worden gegeven aan het advies van de SPR. Wij verzoeken u ons vr 30 januari 2004 bekend te maken of u bereid bent met de aanbieder van het programma ARTE te dezer zake in onderhandeling te treden.
Uw reactie zien wij vr 30 januari 2004 tegemoet.
Hoogachtend,
Commissariaat voor de Media
Bron: Commissariaat voor de Media
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
