Nieuws

PvdA wil bij wet analoge basispakket op de kabel laten wederverkopen

Nieuws

De PvdA wil middels een wetswijziging het analoge basispakket op de kabel op ‘groothandelsniveau' tegen kostengeoriënteerd tarief ter beschikking laten stellen voor wederverkoop. Dit blijkt uit een door PvdA-kamerlid Martijn van Dam ingediend amendement bij de behandeling van een wijziging van de Telecommunicatiewet. Het amendement voorziet er in dat de regering regels kan opstellen middels een Algemene Maatregel van Bestuur.

De OPTA (Onafhankelijke Post & Telecommunicatie Autoriteit), toezichthouder voor onder andere de televisiedistributiemarkt, is bezig met een nieuwe marktanalyse nadat het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) de oude marktanalyse vernietigde. In die marktanalyse stelde OPTA dat kabelaars Ziggo en UPC het analoge kabelaanbod dienden aan te bieden aan derden die dat opnieuw konden verkopen.

PvdA-kamerlid Martijn van Dam heeft overigens ook een amendement ingediend om de verzwaarde motivering die OPTA dient te plegen, te schrappen. Volgens het amendement is ‘de afgelopen jaren gebleken dat deze verzwaarde motiveringsplicht OPTA belemmert haar toezichthoudende taak ten gunste van de belangen van de consument en de eerlijke marktwerking uit te voeren.' De verwachting is dat volgende week over de amendementen gestemd zal worden.

De OPTA zegt niet vooruit te willen lopen de nieuwe marktanalyse aangaande de televisiedistributiemarkt naar verwachting volgende week zal verschijnen.

Amendementen
ARTIKEL IIIa
In de Mediawet 2008 wordt na artikel 6.14 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6.14a

* 1. De aanbieder van een omroepnetwerk, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, stelt zijn programma-aanbod op groothandelsniveau tegen kostengeoriënteerd tarief ter beschikking voor wederverkoop.
* 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de hoogte of de vaststelling van het tarief en over de overige voorwaarden waaronder de aanbieder van een omroepnetwerk, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, zijn programma-aanbod ter beschikking stelt voor wederverkoop.

Toelichting
Met dit amendement wordt geregeld dat aangeslotenen van een omroepnetwerk (kabeltelevisie) kunnen kiezen voor een aanbieder van het pakket TV- en radiozenders. Dat gebeurt door de aanbieders van de kabelnetwerken te verplichten hun aanbod ook op groothandelsniveau aan te bieden tegen een kostengeoriënteerd tarief, zodat dit aanbod door concurrerende aanbieders op groothandelsniveau kan worden ingekocht en vervolgens kan worden doorverkocht aan consumenten. Met het tweede lid wordt de mogelijkheid gecreëerd voor de regering om nadere regels te maken over de wijze waarop dat kostengeoriënteerde tarief wordt vastgesteld, de hoogte van dat tarief en de overige voorwaarden waaronder het aanbod beschikbaar moet worden gesteld.

Nr. 15 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DAM
Ontvangen 8 juni 2011

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Aan artikel I, onderdeel B, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

* d. Het vierde lid vervalt.

Toelichting
Het vierde lid van artikel 1.3 betreft de verzwaring van de motivatieplicht voor OPTA. Deze verzwaarde motiveringsplicht wordt niet voorgeschreven door de Europese richtlijn, maar is een eigen keuze geweest van de Tweede Kamer in eerdere samenstelling. De afgelopen jaren is gebleken dat deze verzwaarde motiveringsplicht OPTA belemmert haar toezichthoudende taak ten gunste van de belangen van de consument en de eerlijke marktwerking uit te voeren. Het betreffende vierde lid geeft aanbieders van communicatiediensten een extra juridisch handvat om in beroep te gaan tegen besluiten van OPTA. Het vierde lid zou er bijvoorbeeld toe kunnen leiden dat een besluit van OPTA om concurrenten toegang te geven tot de kabel zodat consumenten hun aanbieder van kabeltelevisie voortaan kunnen kiezen, opnieuw voor de rechter sneuvelt. OPTA heeft ook na het schrappen van het vierde lid een plicht zijn besluiten te motiveren, maar die motivering is dan van normale zwaarte. Gelet op de marktomstandigheden is het van belang dat OPTA zijn taak op een normale manier kan uitvoeren en niet wordt belast met een extra zware onderbouwingsplicht. Dat is in het belang van de eerlijke marktwerking en zodoende in het belang van de consument.

 

 

 


 

Bron: Dutchmedia