Nieuws

25-01-2011 | Commissariaat: UPC moet TVE doorgeven in Rotterdam

Nieuws

De programmaraad Rotterdam is in het gelijk gesteld door het Commissariaat voor de Media. De programmaraad had een handhavingsverzoek ingediend bij het Commissariaat. De programmaraad wilde na het stoppen van het Gesprek, de zender TVE als vervanger op dat kanaal. UPC wilde dit niet, want op het kanaal bleef Euronews uitzenden. De programmaraad is nu in het gelijk gesteld. UPC krijgt van het Commissariaat voor de Media 6 weken de tijd om TVE door te geven in Rotterdam. Indien UPC dit niet opvolgt, zal het Commissariaat een dwangsom opleggen van 2.500 euro per dag.

Lees hier de hele uitspraak:

Betreft: bestuursrechtelijke handhaving
Het Commissariaat voor de Media
Gezien het verzoek van de Programma Raad Rotterdam bij brief van 7 oktober 2010 om
bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in artikel 6.20, tweede lid, van de Mediawet 2008, jegens UPC Nederland B.V., inzake het niet volgen van het advies van de Programma Raad Rotterdam voor zover het betreft het in het wettelijk minimumpakket geadviseerde programmakanaal TVE Internacional in plaats van het programmakanaal Het Gesprek.

Gelet op de artikelen 6.20 en 7.12, eerste lid, van de Mediawet 2008,
Gelet op de Beleidsregels inzake afwijken door aanbieder van een omroepnetwerk van
programmaraadadvies (handhaving van artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet) van
9 oktober 2001, welke beleidsregels gelet op de Tijdelijke regeling van 13 januari 2009
houdende beleidsregels omtrent de toepasselijkheid van de beleidsregels van het
Commissariaat voor de Media in verband met de inwerkingtreding van de Mediawet 2008
(Regeling toepasselijkheidb eleid onder de Mediawet 2008) van toepassing zijn,
Overwegende:

A. Procedure
1. Bij brief van 7 oktober 2010, ingekomen 11 oktober 2010, verzoekt de Stichting
Programma Raad Rotterdam (hierna: PRR) aan het Commissariaat voor de Media
(hierna: het Commissariaat) om UPC Nederland B.V. (hierna: UPC) de Mediawet
2008 te doen naleven met betrekking tot het volgen van zijn advies voor zover het
betreft het in het wettelijk minimumpakket geadviseerde programma TVE
Internacional in plaats van het programmakanaal Het Gesprek.

2. Bij brief van 25 oktober 2010 verzoekt het Commissariaat, gelet op het bepaalde in
artikel 2.2., onder b, van de Beleidsregels inzake afwijken door aanbieder van een
omroepnetwerk van programmaraadadvies (hierna: de Beleidsregels), UPC de
motivering die aan haar standpunt over het niet opvolgen van het advies ligt, aan hem
te doen toekomen.

3. Bij brief van 8 november 2010, ingekomen 9 november 2010, doet UPC haar
standpunt aan het Commissariaat toekomen.

4. Op grond van het bepaalde in artikel 4:7 en artikel 4:8 van de Algemene wet
bestuursrecht en artikel 2.3, onder b, van de Beleidsregels heeft het Commissariaat
de PRR en UPC op 3 december 2010 gehoord. Het verslag van de hoorzitting is
bijgevoegd.

B. Relevante feiten
5. UPC is de aanbieder van het omroepnetwerk in de gemeente Rotterdam.

6. De PRR is de door de raad van de gemeente Rotterdam ingestelde programmaraad
die UPC op grond van het bepaalde in artikel 6.20, eerste lid, van de Mediawet 2008
adviseert welk vrij toegankelijk programma-aanbod op vijftien omroepnetten voor
televisie en vijfentwintig omroepnetten voor radio hij krachtens artikel 6.13, eerste lid,
ten minste verspreidt naar alle aangeslotenen op het omroepnetwerk.

7. In januari 2010 heeft de PRR zijn TV Advies 2010-2011 (hierna: het TV Advies)
gepubliceerd. De volgende programmakanalen werden geadviseerd voor doorgifte in
het wettelijk minimumpakket:
1 Nederland 1
2 Nederland 2
3 Nederland 3
4 VRTTV 1
5 VRT Canvas/Ketnet
6 TV Riinmond
7 Lokale Omroep Rotterdam TV (SLOR)/ E-TV (kanaaldelînq)
8 BBC 1
9 ARD
10 TV 5 Monde
11 RTL 4
12 Brava NL
13 Euronews / Het Gesprek (kanaaldeling)
14 TMF
15 SBS

8. Zoals uit het bovenstaande blijkt is in dit advies het programmakanaal Het Gesprek in
kanaaldeling met Euronews geadviseerd voor doorgifte in het wettelijk
minimumpakket.

9. Naar aanleiding van het faillissement van de aanbieder van het programmakanaal Het
Gesprek heeft de PRR op 24 augustus 2010 besloten om als vervangend
programmakanaal voor Euronews/Het Gesprek het programmakanaal TVE
Internacional aan te wijzen.

10. Bij brief van 30 augustus 2010 is aan UPC meegedeeld dat Het Gesprek vervangen
moet worden door het programma TVE Internacional.

11. Bij e-mail van 3 september 2010 deelt UPC mee dat het advies ten aanzien van de
vervanging van het programmakanaal Het Gesprek niet opgevolgd zal worden, omdat
dit advies buiten het wettelijk minimumpakket valt.

C. Wettelijk kader
12. Artikel 6.13, eerste lid van de Mediawet 2008:
"1. Als een significant aantal aangeslotenen op een omroepnetwerk programmaaanbod
op analoge wijze ontvangt, verspreidt de aanbieder van dat omroepnetwerk
naar die aangeslotenen in ieder geval ongewijzigd en vrij toegankelijk programmaaanbod
op ten minste vijftien omroepnetten voor televisie en op ten minste
vijfentwintig omroepnetten voor radio, waaronder:
a. het programma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst op drie algemene
televisieprogrammakanalen en vijf algemene radioprogrammakanalen;
b. het in artikel 2. 70 bedoelde programma-aanbod van de regionale publieke
mediadienst dat bestemd is voor de provincie of deel van de provincie waarbinnen het
omroepnetwerk zich bevindt op één omroepnet voor televisie en één omroepnet voor
radio;
c. het in artikel 2.70 bedoelde programma-aanbod van de lokale publieke mediadienst
dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen het omroepnetwerk zich bevindt op één
omroepnet voor televisie en één omroepnet voor radio;
d. het programma-aanbod van twee televisieprogrammakanalen en twee
radioprogrammakanalen van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare
omroepdienst; en
e. ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel c, dat een lokale publieke
media-instelling verzorgt en dat gericht is op specifieke bevolkings- en
leeftijdsgroepen, waaronder minderheden, met dien verstande dat deze verplichting
beperkt is tot het programma-aanbod op ten hoogste twee omroepnetten voor
televisie en vijf omroepnetten voor radio. IJ

13. Artikel 6.15, eerste lid, van de Mediawet 2008:
"i.tn gemeenten waar een omroepnetwerk aanwezig is, stelt de gemeenteraad een
programmaraad in. IJ

14. Artikel 6.20, van de Mediawet 2008:
"1. De programmaraad adviseert de aanbieder van het omroepnetwerk welk vrij
toegankelijk programma-aanbod op vijftien omroepnetten voor televisie en
vijfentwintig omroepnetten voor radio hij krachtens artikel 6. 13, eerste lid, ten minste
verspreidt naar alle aangeslotenen op het netwerk.
2. De aanbieder van een omroepnetwerk volgt het advies, bedoeld in het eerste lid,
tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
3. De aanbieder van een omroepnetwerk kan de programmaraad voorts een advies
vragen over het overige vrij toegankelijke programma-aanbod dat hij verspreidt naar
alle aangeslotenen op het omroepnetwerk. IJ

15. Artikel 7.11, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Mediawet 2008:
"1. Het Commissariaat is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het
bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van:
a. de artikelen 2.2 tot en met 2.22, 2.24 tot en met 2.33, 2.34a tot en met 2. 34i, 2.36
tot en met 2.41,2.53 tot en met 2.57,2.59,2.60,2.73 tot en met 2.87,2.125 tot en
met 2.131,2.143 tot en met 2.145,2.149,2.150, eerste lid, 2.151, eerste lid, 2.158,
2. 163, 2. 164, eerste en tweede lid, 2. 166 tot en met 2. 168, 2. 180 tot en met 2. 187, 4.2 tot en met 4.5 en 6.26; en
b. hoofdstuk 8. IJ

16. Artikel 7.12, eerste en derde lid, van de Mediawet 2008:
"1. Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van
de artikelen 2.34, eerste lid, 2.58, onderdelen a tot en met c, en e, en 2. 170, of artikel
5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder
een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225 000 per overtreding.
3. Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2. 132 tot en met
2. 134, 6.10 tot en met 6. 14 en 6.20 kan het Commissariaat aan de overtreder een last

D. Standpunt UPC
17. UPC is van oordeel dat de PRR niet bevoegd is om het programmakanaal TVE
Internacional bindend aan UPC te adviseren. Volgens UPC zou de PRR hiermee
effectief zestien televisieprogrammakanalen adviseren voor het wettelijk
minimumpakket. Dat de PRR effectief zestien televisieprogrammakanalen adviseert is
gevolg van het feit dat de PRR twee afzonderlijke (must carry) programmakanalen
adviseert in kanaaldeling, te weten het programmakanaal Rotterdam TV vande
Stichting Lokale Omroep Rotterdam (hierna: de SLOR) en het programmakanaal ETV
(eveneens een programmakanaal van de SLOR). De PRR mag volgens UPC, op
grond van artikel 6.20, eerste lid, in samenhang met artikel 6.13, eerste lid, van de
Mediawet 2008, maar vijftien televisieprogrammakanalen voor het wettelijk
minimum pakket adviseren.

18. Volgens de PRR zou er onduidelijkheid bestaan over de status van E-TV. Omdat
E-TV een overeenkomst heeft met de SLOR vindt de PRR dat dit programmakanaal
binnen de bestaande ruimte van de SLOR moet worden opgenomen, anders gaat het
ten koste van het toch al krappe basispakket.

19. UPC vindt dat de status van E-TV allerminst onduidelijk is. E-TV valt volgens UPC
onder artikel 6.13, eerste lid, onder e, van de Mediawet 2008 (de zogeheten
toegangsomroep). E-TV heeft hiermee de must carry-status. Dit is ook zo vastgesteld
door de SLOR. De PRR maakt niet duidelijk waarom de bepaling niet duidelijk is,
maar geeft slechts aan dat de door U PC voorgestane lezing ten koste gaat van de
toch al krappe adviesruimte met betrekking tot het wettelijk basispakket. Deze
constatering is op zichzelf genomen juist, maar kan niet dienen als argument dat de
status van E-TV onduidelijk is.

20. UPC voert verder aan dat de programmaraden geen bevoegdheid hebben om
kabelexploitanten te adviseren over kanaaldeling. Programmaraden kunnen alleen
zwaarwegend adviseren over programma's. Dit is in een aantal besluiten van het
Commissariaat bevestigd.

21. UPC heeft ook praktische bezwaren die aan de uitvoering van het advies in de weg
staan. De aanbieder van het programmakanaal Het Gesprek is failliet gegaan, maar
Euronews niet. Als UPC het advies van de PRR onverkort moet volgen dan zou zij de
doorgifte van Euronews moeten staken. UPC zou dan in strijd handelen met de
lopende verplichtingen jegens Euronews.

22. UPC vindt voorts, voor zover het Commissariaat zou oordelen dat de PRR wel
bevoegd is om het programmakanaal TVE Internacional bindend te adviseren, dat zij
zwaarwichtige redenen heeft zich tegen de onverkorte opvolging van een dergelijk
advies te verzetten. Die redenen zijn gelegen in het onevenredige beslag (16
programmakanalen in plaats van 15) dat daarmee gelegd zou worden op de
doorgiftecapaciteit van UPC in het adviesgebied, en het feit dat UPC daardoor
gedwongen zou worden te handelen in strijd met contractuele verplichtingen jegens
programma-aanbieders.

E. Standpunt PRR
23. Naar aanleiding van het verdwijnen van het televisieprogrammakanaal Het Gesprek
heeft de PRR op 24 augustus 2010 besloten de plek van Het Gesprek in het wettelijk
minimumpakket van het advies 2010-2011 te bestemmen voor het Spaanse
televisieprogrammakanaal TVE Internacional.

24. De PRR is van oordeel dat alleen het Commissariaat bevoegd om te bepalen of E- TV
de must carry status heeft. De PRR vindt evenwel dat het programmakanaal E-TV niet
bij deze kwestie betrokken hoeft te worden. Als dit programmakanaal de must carrystatus
heeft, dan schuift het in het TV Advies door naar plaats 8. Nu de PRR de
geadviseerde programmakanalen een uitdrukkelijke rangorde heeft gegeven schuiven
alle programmakanalen een plaats op en komt het programmakanaal TMF op
nummer 15 en valt SBS buiten het TV Advies. De plaats waarop Euronews en Het
Gesprek zijn geadviseerd blijft echter binnen het TV Advies. Zij verschuiven dan
namelijk van plaats 13 naar 14. Volgens de PRR blijft hij dan ook bevoegd een ander
programmakanaal in de plaats van Het Gesprek te adviseren, nu dit programma door
faillissement van de aanbieder is weggevallen

25. Volgens de PRR is er ruimte beschikbaar voor extra programmakanalen. Euronews
hoeft daarom niet uit het pakket van UPC te verdwijnen. Mocht toch sprake zijn van
ruimtegebrek, dan kan UPC een programmakanaallaten vervallen waarmee geen
contractuele verplichtingen zijn. Dit heeft UPC in 2010 eerder gedaan.

26. Euronews zou door de PRR nooit als zelfstandig programmakanaal in het wettelijk
minimumpakket zijn geadviseerd. Door kanaaldeling met Het Gesprek werd
advisering wel mogelijk. De PRR vindt een aanvullend advies over het wegvallen van
het programmakanaal Het Gesprek meer dan redelijk.

27. UPC heeft volgens de PRR op geen enkele manier zijn stelling onderbouwd dat UPC
verplichtingen heeft ten opzichte van de aanbieder van Euronews die zij zou
schenden door Euronews uit het pakket te verwijderen.

F. Standpunt Commissariaat
28. Ingevolge artikel 6.13, eerste lid, van de Mediawet 2008, verspreidt de aanbieder van
een omroepnetwerk als een significant aantal aangeslotenen op een omroepnetwerk
het programma-aanbod op analoge wijze ontvangt in ieder geval ongewijzigd en vrij
toegankelijk programma-aanbod op ten minste vijftien omroepnetten voor televisie en
op ten minste vijfentwintig omroepnetten voor radio. Dit verplichte pakket wordt
aangeduid als het wettelijk minimumpakket. In dit pakket dienen in ieder geval te zijn
opgenomen het programma-aanbod van drie algemene televisieprogrammakanalen
en vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst, het
programma-aanbod van de regionale en lokale publieke mediadienst op één
omroepnet voor televisie en één omroepnet voor radio en het programma-aanbod van
televisie- en radiokanalen van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare
omroepdienst. Indien een lokale publieke mediadienst programma-aanbod verzorgt dat
gericht is op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen, waaronder minderheden, dan
dient dit media-aanbod eveneens deel uit te maken van het wettelijk minimumpakket, met
dien verstande dat deze verplichting beperkt is tot het programma-aanbod op ten hoogste
twee omroepnetten voor televisie en vijf omroepnetten voor radio.

29. Ingevolge artikel 6.20, eerste lid, van de Mediawet 2008 adviseert de programmaraad
de aanbieder van het omroepnetwerk welk vrij toegankelijk programma-aanbod op
vijftien omroepnetten voor televisie en vijfentwintig omroepnetten voor radio hij
krachtens artikel 6.13, eerste lid, ten minste verspreidt naar alle aangeslotenen op het
netwerk. Slechts om zwaarwichtige redenen kan de aanbieder van een
omroepnetwerk van dit advies afwijken.

30. UPC heeft aangegeven dat effectief wordt geadviseerd over zestien kanalen, en dat
dit niet is toegestaan. Ter hoorzitting is aan de orde gekomen of de Mediawet 2008 op
dit punt anders luidt dan de Mediawet (oud), en of advisering over meer dan vijftien
kanalen wel zou zijn toegestaan. Om de hierna volgende redenen is het
Commissariaat van oordeel dat dit niet het geval is.

31. Uit de Memorie van Toelichting bij de Mediawet 2008 (TK, vergaderjaar 2007-2008,
31 356, nr. 3, pag. 77) blijkt uit de toelichting bij de artikelen 6.15 tot en met 6.22 dat
de regels over de programmaraden ten opzichte van de regeling van de artikelen 82k
tot en met 820 van de Mediawet (oud) niet zijn gewijzigd.

32. Onder het regime van de Mediawet (oud) had de programmaraad de bevoegdheid de
aanbieder van een omroepnetwerk zwaarwegend te adviseren over de samenstelling
van het wettelijk minimumpakket van vijftien televisie- en vijfentwintig
radioprogramma's. In de Mediawet (oud) werd hiermee bedoeld wat thans in de
Mediawet 2008 onder programmakanaal wordt verstaan, althans daarover bestaan in
het algemeen geen misverstanden bij de programmaraden. Ingevolge artikel 1.1 van
de Mediawet 2008 is een programmakanaal namelijk het geordende aanbod van
programma's dat onder een herkenbare naam wordt uitgezonden via een elektronisch
communicatienetwerk. Bijvoorbeeld Nederland 1, 2 en 3, SBS, Nickelodeon. Het
woord "kanaal" heeft in de begrippen aanbodkanaal en programmakanaal dus een
inhoudelijke betekenis en is niet de technische aanduiding voor transmissieruimte op
een elektronisch communicatienetwerk. Nu de wetgever heeft beoogd de regels over
de programmaraden in de Mediawet 2008 niet te wijzigen ten opzichte van de situatie
onder de Mediawet (oud) is het Commissariaat van oordeel dat ook onder de
Mediawet 2008 de bevoegdheid van de programmaraden om zwaarwegend te
adviseren niet verder reikt dan te adviseren over vijftien televisie- en vijfentwintig
radioprogrammakanalen (zie ook Memorie van Toelichting bij de Mediawet 2008, TK
vergaderjaar 2007-2008, 31 356, nr. 3, pag. 23).

33. Nu de regels over programmaraden niet inhoudelijk zijn gewijzigd ten opzichte van de
situatie onder de Mediawet (oud), blijft het Commissariaat voorts bij zijn oordeel, zoals
hij dat in zijn eerdere beslissingen onder de Mediawet (oud) heeft gegeven, inzake
Programmaraad Gelderland Oost /UPC/ ARTE/Turner Classic Movies (14 juni 2005)
en Stichting Haagse ProgrammaRaad Casema/ARTE/Euronews (7 februari 2006). Dit
oordeel hield in dat de programmaraad noch het Commissariaat bevoegd zijn een
programma-aanbieder of een aanbieder van een omroepnetwerk kanaaldeling voor te
schrijven. Het Commissariaat blijft van oordeel dat zowel kanaaldeling als de
uitzendtijdenverdeling bij kanaaldeling de uitsluitende bevoegdheid is van de
betrokken programma-aanbieders en de aanbieder van het omroepnetwerk. Daarbij
komt dat ingevolge artikel 6.13, eerste lid, onder aanhef van de Mediawet 2008 de
aanbieder van een omroepnetwerk het in dat artikel bedoelde programma-aanbod
ongewijzigd moet verspreiden. Ook deze bepaling staat in de weg aan een advies tot
kanaaldeling.

34. Het Commissariaat stelt dan ook vast dat de PRR effectief zeventien
programmakanalen in het wettelijk minimumpakket adviseert. De PRR heeft ter
hoorzitting aangegeven dat hij een uitdrukkelijke rangorde aangeeft in zijn advisering
over het wettelijk minimumpakket. Het betreft hier een rangorde die is opgenomen in
de tabel in randnummer 7 hierboven. Het Commissariaat gaat er, gezien die rangorde,
van uit dat nu de PRR niet bevoegd is tot het opleggen van kanaaldeling, de
programmakanalen E-TV en Het Gesprek op plaats 8 respectievelijk plaats 15 van het
TV Advies komen. Het Commissariaat stelt hierbij vast dat het programmakanaal Het
Gesprek, gelet op het feit dat het als vijftiende programmakanaal is geadviseerd, valt
binnen de wettelijke adviesbevoegdheid van de PRR. Nu het programmakanaal Het
Gesprek uit het wettelijk minimumpakket is komen te vervallen, is het Commissariaat
van oordeel dat de PRR bevoegd om daarvoor in de plaats een ander
programmakanaal te adviseren - zoals is qebeurd door het advies van de PRR om
TVE Internacional op te nemen - en dat dit advies door UPC dient te worden
opgevolgd tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. Gevolg van het
bovenstaande is wel dat de door de PRR in het wettelijk minimumpakket
geadviseerde programmakanalen TMF en SBS buiten dit pakket zullen vallen.

35. Ten einde vooraf inzicht te verschaffen in de procedure die bij behandeling van
verzoeken om bestuursrechtelijke handhaving gevolgd zal worden en hoe zal worden
getoetst of de redenen op grond waarvan van een programmaraadadvies is
afgeweken, of juist afgeweken had moeten worden, zwaarwegend zijn, heeft het
Commissariaat de Beleidsregels vastgesteld.

36. Artikel 3 van de Beleidsregels geeft een aantal zwaarwichtige redenen aan die een
afwijking van het programmaraadadvies kunnen rechtvaardigen. Hierbij is, aldus de
toelichting op artikel 3, aansluiting gezocht bij hetgeen daarover in de
wetsgeschiedenis naar voren is gebracht. Uit de wetsgeschiedenis (EK 1996-1997, 24
808, nr. 227b, blz. 5/6) blijkt dat zwaarwichtige redenen gelegen kunnen zijn in het in
gevaar brengen van de financieel-economische exploitatiemogelijkheden van het
omroepnetwerk. Ook kan het zijn dat de auteursrechtelijke aspecten niet kunnen
worden geregeld, of dat er door de programmaraad te veel dure programma's worden
geadviseerd en daardoor de abonnementskosten voor de aangeslotenen fors dient te
stijgen. Tenslotte kan de aanbieder van het omroepnetwerk ook afwijken van het
advies indien het een illegaal programma betreft waarvoor geen binnen- of .
buitenlandse toestemming is gegeven of een van de verplicht door te geven
programma's niet in het advies is opgenomen, dan wel de programmaraad een
onvoldoende divers programmapakket adviseert, hetgeen in strijd is met wettelijke
taakopdracht van de programmaraad. Hieruit is af te leiden dat de wetgever heeft
willen voorkomen dat de kabelexploitant door het advies in een positie wordt gebracht
waarin hij door opvolging daarvan in strijd met (het doel of strekking van) de Mediawet
dan wel andere wettelijke bepalingen zou handelen. Van bovengenoemde
omstandigheden is in het onderhavige geval geen sprake.

37. In de toelichting bij artikel 3 van de Beleidsregels staat aangegeven dat
bovengenoemde opsomming van zwaarwichtige redenen niet uitputtend is bedoeld en
dat niet valt uit te sluiten dat in voorkomende gevallen andere gronden als
zwaarwichtige redenen een rechtvaardiging kunnen vormen om af te wijken van het
advies van een programmaraad.

38. Het Commissariaat is echter van oordeel dat van dergelijke andere gronden geen
sprake is. Nu het Commissariaat heeft vastgesteld dat het TV Advies een rangorde
bevat en het vervangende programmakanaal TVE Internacional valt binnen de vijftien
programmakanalen die de PRR kan adviseren en UPC daarvoor ook niet meer dan
vijftien omroepnetten hoeft te gebruiken, ziet het Commissariaat niet in dat extra
beslag wordt gelegd op de doorgiftecapaciteit van UPC.

39. Nu het programmakanaal Euronews door het wegvallen van Het Gesprek in het
wettelijk minimumpakket blijft, namelijk op de veertiende plaats, is UPC niet
genoodzaakt in strijd te handelen met de door haar gestelde contractuele
verplichtingen jegens de aanbieder van dat programrnakanaal.

F. Conclusie
40. Op grond van het vorenstaande is het Commissariaat van oordeel dat UPC ten
onrechte zwaarwichtige redenen aanwezig heeft geacht op grond waarvan zij van het
TV Advies ten aanzien van het programmakanaal van TVE Internacional is
afgeweken. Het Commissariaat is van oordeel dat dit advies opgevolgd dient te
worden door voormeld programmakanaal in het analoge wettelijk minimumpakket te
verspreiden naar alle aangeslotenen in het adviesgebied van de PRR. Het
Commissariaat ziet daarom aanleiding om tot inwilliging van het verzoek van de PRR
over te gaan.

G. Status E-TV
41. Ten aanzien van de status van het prog rammakanaal E- TV merkt het Comm issariaat
ten overvloede nog het volgende op.

42. Op grond van artikel 2.88, eerste lid, van de Mediawet 2008 bepaalt de lokale
publieke media-instelling, onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, de vorm
en de inhoud van haar media-aanbod.

43. Het programmabeleidbepalende orgaan (pbo) van de SLOR bepaalt in het kader van
zijn statutaire taakopdracht het programmabeleid ter zake van zowel het radio- en
televisieprogramma bedoeld in artikel 6.13 eerste lid, aanhef, onder c en e, van de
Mediawet 2008.

44. Het Commissariaat is op grond van artikel 7.11, eerste lid, van de Mediawet' 2008
belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in zowel artikel 2.70
als artikel 6.13 van de Mediawet 2008. In het tweede lid van artikel 7.20 van de
Mediawet 2008 is bepaald dat het Commissariaat geen voorafgaand toezicht uitoefent
op de inhoud van het media-aanbod. Het Commissariaat zal en kan derhalve niet van te
voren aangeven of het programma-aanbod van een lokale publieke media-instelling
behoort tot het programma-aanbod, bedoeld in artikel 6.13, aanhef, onder c en e, van de
Mediawet 2008. Aan een beoordeling of een door een lokale publieke media-instelling
uit te zenden programma-aanbod beschouwd moet worden als programma-aanbod
als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, aanhef en onder e, van de Mediawet 2008 komt
het Commissariaat toe indien de aanbieder van een omroepnetwerk hiervoor geen
omroepnet beschikbaar stelt en de lokale publieke media-instelling vervolgens aan het
Commissariaat om bestuursrechtelijke handhaving van dat artikellid verzoekt.

45. De door de SLOR voor uitzending via het omroepnetwerk van UPC ter beschikking
gestelde radio- en televisieprogramma's, waaromtrent de PRR op grond van artikel
6.20, eerste lid, van de Mediawet 2008 een advies dient uit te brengen alvorens UPC
deze programma's uitzendt, hebben voor de PRR, ten behoeve van haar advies, de
must carry-status enkel en alleen al indien de SLOR die status aan die programma's
toekent. De PRR houdt in haar advies over de pluriforme samenstelling van het
programmapakket weliswaar rekening met de inhoud van de desbetreffende SLORprogramma's,maar kan de door SLOR aan deze programma's toegekende must
carry-status niet negeren.

46. Uit hetgeen UPC heeft gesteld blijkt ook dat de SLOR het programmakanaal E-TV bij
UPC heeft aangeboden als een programma, zoals bedoeld in artikel 6.13, eerste lid,
aanhef en onder e, van de Mediawet 2008.

47. Ten aanzien van de vraag, voor zover in dit kader relevant, of het programmakanaal
E- TV een neventaak van de SLOR is dan wel behoort tot haar hoofdtaak, merkt het
Commissariaat dat het onderscheid tussen hoofd en neventaak in de Mediawet 2008
is komen te vervallen. Het aanbieden van het programmakanaal E- TV behoort thans
dan ook tot de hoofdtaak van de SLOR.

Besluit
Ingevolge het bepaalde in artikel 7.12, derde lid, van de Mediawet 2008, legt het
Commissariaat UPC wegens overtreding van het bepaalde in artikel 6.20, tweede lid,
van de Mediawet 2008 een last onder dwangsom op met de volgende inhoud:
UPC dient binnen zes weken na dagtekening van dit besluit het aanvullende advies
van de PRR voor wat betreft het programmakanaal TVE Internacional op te volgen.
Indien UPC de last niet opvolgt, verbeurt zij een dwangsom van € 2.500 voor iedere
dag na afloop van de laatste dag van de gestelde termijn waarop zij nalaat aan de last
te voldoen, met een maximum van € 50.000,-.

Bron: Kabelraden.nl