Nieuws
Commentaar Programmaraad Amstelveen op Kabel Deutschland arrest
Programmaraden
Enkele observaties over de Zaak C-336/07, Kabel Deutschland Vertrieb und Service GmbH & Co gegen Niedersächsische Landesmedienanstalt für privaten Rundfunk
ten behoeve van het hoger beroep bij de Raad van State van Ziggo vs. Commissariaat voor de Media
Vergelijking Duitse situatie met de Nederlandse: Oorspronkelijke Duitse kabelbedrijven zijn veelal regionaal georganiseerd met inmiddels bovenregionale spreiding door overname en groei. In Duitsland hebben deze kabelbedrijven de facto net als in Nederland regionale kabel-monopolies. Zij distribueren over dezelfde kabel digitaal EN analoog radio, televisie en andere diensten. De Duitse (publieke) zenders worden allemaal ONgecodeerd verspreid/uitgezonden via DVB-T. In Nederland gebeurt dit door de NPO (KPN heeft een ongeclausuleerde licentie voor 15 jaar om deze uitzending te verzorgen. In Duitsland kan men overal vrij deze zenders ontvangen. De concurrentiepositie van analoge kabel is daar dus zwak. Voor weinig geld, alleen een televisie en wat kijk-en luistergeld, kan men al een basispakket ontvangen.In Nederland en Duitsland kennen de kabelbedrijven GEEN scheiding tussen transmissie en inhoud (ref. elelectriciteitnetwerken en – producenten). De rechtszaak van Kabel Deutschland tegen de Landesmedienanstalt (dit is hun Commissariaat voor de Media, die ook nog frequenties uitgeeft) is dan ook geheel ende al te vergelijken met de juridische strijd tussen Ziggo of UPC en het Commissariaat voor de Media.
Vergelijking Duitse wetgeving met de Nederlandse: Op nationaal niveau is er bijna niets geregeld, haast alles wordt zeer bewust op het niveau van de Länder geregeld en afgehandeld (ZDF is de enige nationale zender, alle andere zijn (inter)regionaal georganiseerd). In Nederland hebben we de Mediawet en de Telecomwet die alles nationaal regelen, lokaal kennen we Programmaraden die oorspronkelijk zijn opgericht in proportie met de oorspronkelijke, veelal gemeentelijke, kabelnetwerken. In Duitsland schrijven de Länder de must-carry zenders voor zonder maximum. In Nederland zijn er nationaal enkele voorgeschreven en vullen de lokale Programmaraden deze lijst aan tot een wettelijk maximum. De rest mag door de distributiebedrijven naar eigen inzicht worden ingevuld. In Duitsland is het achter de decoder zetten van publieke (thema)zenders bijvoor-beeld verboden net als de verkoop door de Publieke Omroep van programma's/themazenders aan derden. Vergelijk dit met de Nederlandse situatie waarbij de Publieke Omroep betaling ontvangt van de kabelaars voor zo genaamde thema-kanalen die daarna via de decoder worden doorverkocht aan de consument. In Duitsland gelden voor radio-distributie dezelfde regels en procedures als televisie, ref. § 37 (5).De Landesmedienanstalt bepaalt in Duitsland zowel de ether-invulling als door de automatische koppeling de analoge kabeldistributie. In Duitsland worden de frequenties rechtstreeks aan de zenders verstrekt waar de distributiebedrijven niets aan mogen wijzigen. In Nederland is dit wel mogelijk. In Duitsland heeft men ter voorkoming van moeizame onderhandelingen tussen distributiebedrijven en zenders besloten dat de zenders rechtstreeks moeten worden doorgegeven. Van (vrijblijvende) onderhandelingen is geen sprake.
De zaak C-336/07: De vraag was of en hoe men must-carry zenders mag voorschrijven als de consument deze zenders ook vrijelijk kan ontvangen via alternatieve media zoals in dit geval ongecodeerd (terrestrial) DVB-T. Dat mag, mits goed gedocumenteerd in een transparant proces en er geen vreemde concurrentie-voor-en nadelen door ontstaan. Volgens dit arrest is het beslag van de wetgever in Duitsland op het analoge kabelspectrum volledig. Ten tijde van het arrest waren dit 18 zenders. Immers, de volledige DVB-T selectie van de Landesmedienanstalt MOET worden doorgegeven, aangevuld met andere zenders waarvan het Landesmedienanstalt vindt dat die, in volgorde van prioriteit, een bijdrage leveren aan de diversiteit van het aanbod, etc.
Vergelijking Duitse kwestie met de Concertzender-zaak: In Nederland is het beslag slechts 25 radio en 15 televisiezenders. Ergo, deoverblijvende ruimte op de kabel ter vrij gebruik door het kabelbedrijf in Nederland is veel groter dan in Duitsland. We hebben het bij de Concertzender over analoge RADIO (er bestaat nog geen wijdverspreide digitale radio voor de kabel). CAIW, een ander Nederlands kabelbedrijf, laat ondanks dat zij het televisie aanbod volledig digitaal maakt de analoge radiodistributie ongemoeid. Zo weinig ruimte neemt deze in beslag.
Sinds een jaar of 13 kent Nederland de regeling van must-carry zenders via Programmaraden en nimmer is er in EUverband formeel bezwaar tegen gemaakt. Nederland laat bijzonder veel vrijheid aan de kabelbedrijven. Dit verklaart mede de exceptioneel hoge winstgevendheid van de Nederlandse kabelbedrijven: 60% brutomarge op het basisproces. Uit Commissariaat voor de Media ZK-006565-do inzake ARTE en UPC: Het Commissariaat illustreert zijn besluit met de uitspraken (Financial Times, januari 2005) van John Malone (bestuurder UPC) dat Nederland het beste voorbeeld is van een lucratieve kabeltelevisiemarkt. De structuur en kosten zijn sindsdien niet substantieel gewijzigd, de prijzen zijn wel fors verhoogd, zie hiervoor NMAbesluit 3588/201 voor een overzicht tot 2004 en jaarverslag Ziggo 2008 voor de harmonisatie van de prijzen, en de website Ziggo voor het huidige prijspeil.
N.B. Bij doorgifte van buitenlandse publieke zenders dient de distributeur auteursrechten aan BUMA/STEMRA af te dragen. Het bevreemdt dan ook zeer dat Ziggo wel bezwaar maakt tegen Concertzender en niet tegen de doorgifte in hetzelfde basispakket van bij voorbeeld WDR3 of 4.
17 februari 2010
Bron: http://www.programmaraadamstelveen.nl/?news/own/message/35
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
