Nieuws

TRT Int weer terug in basispakket programmaraad Rotterdam

Nieuws

De procedure

De Stichting Programmaraad Rotterdam, die voor het eerst een TV-advies uitbrengt in haar nieuwe samenstelling, heeft zenders in de gelegenheid gesteld zich te presenteren op 3, 5 en 10 februari 2009. Over de bevindingen heeft de Programmaraad Rotterdam op 11 en 18 februari 2009 zich het hoofd gebogen. Na langdurig beraad is het advies gereedgekomen en definitief door de Programmaraad Rotterdam vastgesteld, ondanks afwijkende meningen van de Programmaraadsleden. Dit heeft onder meer te maken met de veel te krappe ruimte die het wettelijk basispakket biedt en de toenemende druk er op. Reden voor de Programmaraad Rotterdam om in dit advies nóg meer dan voorheen te benadrukken dat de door de wet geëiste pluriformiteit nimmer ten volle zal kunnen worden verwezenlijkt indien er geen veranderingen worden doorgevoerd. Reden genoeg ook om hier een apart onderdeel aan te wijden in dit advies.

De (on)mogelijkheden van het wettelijk basispakket

De trouwe lezer is er reeds mee bekend dat de Programmaraad Rotterdam al vele jaren in zijn adviezen melding maakt van het feit dat het steeds moeilijker wordt om tot een advies te komen dat volledig recht doet aan de eis van pluriformiteit. Aan die toenemende moeilijkheid is als eerste debet het té geringe aantal zenders dat programmaraden bindend mogen adviseren. Daarnaast neemt de druk op dit basispakket toe door allerlei nieuwe initiatieven (zie de zeer recente ontwikkelingen in het medialandschap). Verder blijkt dat zelfs de grotere of traditionele zenders, die de kijker al vele jaren gewend is via de kabel te ontvangen, geen garantie tot doorgifte hebben. Ook dit type zenders blijft dus op het basispakket ‘drukken'.

Naast het feit dat de Programmaraad Rotterdam al vele jaren deze denkbeeldige alarmbel luidt in zijn adviezen, heeft hij met name de afgelopen twee jaren de politiek rechtstreeks dan wel indirect via Kabelraden met klem verzocht op te treden tegen deze nagenoeg onmogelijke opgave van de Mediawet. Helaas heeft dit, behalve de zeer gewaardeerde inzet van enkele politici, niet geleid tot concrete oplossingen. Waarschijnlijk werd dit thema telkens weer ingehaald door de actualiteit.

Dat de Programmaraad Rotterdam nu wederom de alarmbel luidt en dit doet door hier een apart onderdeel van dit advies aan te wijden, is niet alleen een kwestie van herhaling maar komt vooral ook door de wens om nieuwe aspecten van de moeilijkheid van het pluriform adviseren tot uitdrukking te brengen. Deze nieuwe aspecten tonen niet alleen aan dat het nóg moeilijker wordt om pluriform te adviseren maar ook dat de Programmaraad Rotterdam van alles probeert om hier mee om te kunnen gaan. Zo probeert de Programmaraad Rotterdam zich meer informatie te verschaffen over het wel of niet bestaan van een doorgifteovereenkomst tussen zenders en de kabelexploitant, UPC. Dit doet hij om, in het geval van een bestaand contract, de mogelijkheid te creëren om de bewuste zender niet in het basispakket te adviseren en zodoende de druk op dit pakket enigszins (met nadruk: enigszins) te verlichten. Noch UPC noch de zenders geven hier echter de nodige informatie over. Sterker nog: de wél gegeven informatie is vaak niet op waarde te schatten of te verifiëren. Dit resulteert er vervolgens in dat de Programmaraad Rotterdam zelfs bij de grote zenders niet mag verwachten dat die worden doorgegeven indien zij niet in het wettelijk basispakket worden geadviseerd, ondanks dat hij die verwachting wel koestert. Zo is de cirkel weer rond. De moeilijkheid van het pluriform adviseren uit zich op zo veel verschillende manieren en deze uitingsvormen beïnvloeden elkaar zo sterk dat het ondoenlijk is om ze hier verder allemaal te noemen.

Desondanks is de Programmaraad Rotterdam van mening dat hij ook dit jaar weer een TV-advies heeft uitgebracht dat, gegeven de omstandigheden waarin hij zijn advies moet uitbrengen, voldoet aan de wettelijk gestelde eis van pluriformiteit. Hij is zich er tevens van bewust dat het geen ideaal advies is, maar dit kan ook niet anders. Niet voor niets wijst de Programmaraad Rotterdam al jaren op de door hem en andere programmaraden ondervonden moeilijkheden van het pluriform adviseren. Niet voor niets heeft de Programmaraad Rotterdam hier in het huidige TV-advies vele alinea's aan gewijd.

Tenslotte meldt de Programmaraad Rotterdam dat de vereiste pluriformiteit niet alleen terug te vinden is in de Mediawet maar tevens in de samenstelling van de Rotterdamse bevolking. Hierbij wordt traditioneel namelijk als eerste gedacht aan pluriformiteit in de zin van etniciteit. Er bestaan echter veel meer vormen van pluriformiteit die allen te vinden zijn in een grote stad als Rotterdam, zoals: leeftijdsverschillen, verschillen in opleidingsniveau, verschillen in leefstijl, sekseverschillen, populair versus niche- of subculturen. Bovendien loopt het een en ander door elkaar heen en is er absoluut geen sprake van strikt gescheiden (sub)doelgroepen. Al deze (sub)doelgroepen kan de Programmaraad Rotterdam nooit en te nimmer bedienen. De Mediawet, en daarmee de krappe ruimte in het basispakket, biedt hier onvoldoende mogelijkheden voor.

De Programmaraad Rotterdam sluit dit onderdeel van het advies af door, in lijn van het geschrevene in de vorige alinea, te benadrukken dat het wel of niet adviseren van een zender in het wettelijk basispakket (een bindend advies dus) niets te maken heeft met een verschil in waardering door de Programmaraad Rotterdam van die zenders of van de desbetreffende doelgroepen. Het bindend adviseren van een zender heeft nu eenmaal consequenties voor andere zenders, gezien het numerieke stelsel van een advieslijst. Indien bijvoorbeeld een zender niet in het basispakket wordt geadviseerd, betekent dit niet dat de Programmaraad Rotterdam deze zender niet op de kabel wenst te zien of dat hij het minder belangrijk vindt dat de zender wordt doorgegeven. Een kabelexploitant die de juiste betekenis haalt uit het advies van een programmaraad, is dan ook zeer belangrijk. Zo niet, dan wordt de moeilijkheid van het pluriform adviseren nóg groter. De onafhankelijkheid van de kabelexploitant respecterend, spreekt de Programmaraad Rotterdam zijn vertrouwen uit dat dit ook op die manier gebeurt.

De conclusie luidt derhalve:

dat het advies bepaalde doelgroepen zal verblijden en sommige zal teleurstellen;

dat dit niet anders kan, gezien de hierboven omschreven situatie;

dat dit niets zegt over de waardering van zenders of van de doelgroepen die zij bedienen;

dat het bindend advies slechts aangeeft welke zenders de Programmaraad Rotterdam in ieder geval doorgegeven wil zien, uitgaande van pluriformiteit; en

dat UPC bepaalt welke zenders, die niet bindend zijn geadviseerd, toch worden doorgegeven.

Al met al is de Programmaraad Rotterdam van mening dat hij ook dit jaar weer een advies heeft uitgebracht dat voldoet aan de vereiste pluriformiteit. Hieronder legt de Programmaraad Rotterdam uit hoe hij tot zijn advies is gekomen.

Het wettelijk basispakket cq. bindend advies

De must-carry zenders

Zoals bekend, bestaat het wettelijk basispakket uit vijftien zenders waarvan er zeven verplicht geadviseerd moeten worden (de zogenaamde must-carry zenders). Of programmaraden ze nu wel of niet adviseren, deze zenders worden gewoon doorgegeven. Het gaat hierbij om de zenders:

Nederland 1, 2 en 3, VRT Eén, VRT Canvas/Ketnet, de regionale publieke omroep en de lokale publieke omroep (inclusief eventuele toegangsomroepen). Dit is een duidelijke zaak en hier wil de Programmaraad Rotterdam daarom niet verder op in gaan. Wel nog even het volgende:

Zoals de Programmaraad Rotterdam in zijn vorige advies ook al heeft aangegeven, is nog steeds onduidelijk of de zender E-TV, die door een samenwerkingsovereenkomst te sluiten met de SLOR (Stichting Lokale Omroep Rotterdam) samen met de SLOR op de zevende plek is terechtgekomen, hiermee ook een must-carry status heeft gekregen. De Mediawet biedt onvoldoende duidelijkheid hierover. In ieder geval vindt de Programmaraad Rotterdam dat E-TV binnen de bestaande ruimte bij de SLOR opgenomen dient te worden. In het andere geval gaat dit namelijk ten koste van het toch al krappe wettelijk basispakket.

Ook nader onderzoek heeft de onduidelijkheid op dit punt niet weggenomen. Noch het Commissariaat voor de Media noch de SLOR geven uitsluitsel. De Programmaraad Rotterdam kan niet anders dan zich baseren op de wet en een brief van het Commissariaat voor de Media hierover. De volgende quote uit die brief is veelzeggend:

"Het onder verantwoordelijkheid van de SLOR inrichten van een tweede kanaal/programma waarop het programma van ETV.nl wordt uitgezonden is aan te merken als neventaak. Deze neventaken moeten voldoen aan de democratische, sociale en culturele behoeften van de samenleving. Neventaken mogen alleen worden verricht indien deze door het Commissariaat voorafgaand aan de start ervan zijn goedgekeurd. Wij hebben een toetsingskader ontwikkeld waarin is opgenomen aan welke voorwaarden een neventaak moet voldoen".

Van een voorfgaande toetsing is de Programmaraad Rotterdam niets gebleken.

Verder is de volgende quote in diezelfde brief van belang:

"Aan een beoordeling of een door een lokale omroepinstelling uit te zenden programma beschouwd moet worden als een programma als bedoeld in het meergenoemde tweede lid van artikel 82i komen wij eerst toe indien de aanbieder van een omroepnetwerk hiervoor geen kanaal beschikbaar stelt en de lokale omroepinstelling vervolgens aan ons om bestuursrechtelijke handhaving van dat artikellid verzoekt".

De Programmaraad Rotterdam zal het onderzoek naar duidelijkheid op dit punt voortzetten. Aangezien die onduidelijkheid voor de Programmaraad Rotterdam op dit moment wel een feit is, gaat het te ver om een voorschot te nemen op de uitkomst van dat onderzoek door er voor nu van uit te gaan dat ETV.nl een must-carry status heeft en daarmee de ruimte in het wettelijk basispakket met één zender extra nóg verder te verkleinen. Daarom wordt deze zender net als vorig jaar geadviseerd in de vorm van een zenderdeling met de SLOR.

De overige zenders in het wettelijk basispakket

Door de ruimte die de hierboven genoemde must-carry zenders in beslag nemen, is het aantal zenders dat de Programmaraad Rotterdam nog bindend mag adviseren dus slechts acht. De vereiste pluriformiteit moet dus in deze veel te krappe ruimte van acht zenders ‘gepropt' worden.

Voordat de Programmaraad Rotterdam ingaat op de specifieke zenders wil hij het volgende benadrukken: bij het invulling geven aan de beoogde pluriformiteit, neemt de Programmaraad Rotterdam de must-carry zenders mee. Dat wil zeggen: er zijn zenders die zich op een specifieke sub- of nichedoelgroep richten. De must-carry zenders richten zich weliswaar niet op die specifieke sub- of nichegroepen maar bieden wel programma's voor die groepen. De Programmaraad Rotterdam houdt er, met andere woorden, rekening mee dat bepaalde sub- of nichedoelgroepen al deels bediend worden door de must-carry zenders. Dit is dan een belangrijke aanwijzing om een specifiek op die doelgroepen gerichte zender niet in het basispakket te adviseren. De krappe ruimte in het basispakket dwingt hier toe. Door op deze wijze te handelen verlicht de Programmaraad Rotterdam enigszins (nogmaals benadrukt: enigszins) de druk op het wettelijk basispakket.

Een Engelstalige, Duitstalige en Franstalige zender behoort volgens de Programmaraad Rotterdam in ieder geval in het basispakket geadviseerd te worden. Dit vanwege de beoogde pluriformiteit van het zenderaanbod. Het gaat hier bovendien om wereldtalen die verplicht zijn in het onderwijs. Daarom vindt u de zenders BBC 1, ARD en TV 5 Monde, net als vorig jaar, in het bindend advies.

Ook de zenders RTL 4 en SBS 6 mogen niet ontbreken. Het gaat hier om twee commerciële zenders met de hoogste kijkcijfers. Daarnaast bedienen deze zenders vanwege hun product meerdere doelgroepen. Deze zenders gaan dus over de grenzen van vele doelgroepen heen.

De pluriformiteit komt nog meer tot zijn recht met de aanwezigheid van een muziekzender, in dit geval TMF. Gezien de transformatie van MTV van enkele jaren geleden, is TMF eigenlijk de enige echte muziekzender die nog over is en die meerdere doelgroepen bedient.

Net als vorig jaar, worden de zenders Euronews en Het Gesprek als zenderdeling bindend geadviseerd. Een specifieke nieuwszender (Euronews) vindt de Programmaraad Rotterdam niet per sé noodzakelijk in het basispakket omdat er al voldoende nieuws wordt aangeboden door de must-carry zenders. Het zijn juist de mogelijkheden voor pluriformiteit die de zenderdeling met Het Gesprek biedt dat de Programmaraad Rotterdam aanspreekt. Door deze zenderdeling kan namelijk tegelijk een zender als Het Gesprek geadviseerd worden en daarmee wordt een subdoelgroep bediend. Het belang hiervan ligt in het feit dat de Programmaraad Rotterdam nagenoeg nooit zenders kan adviseren die een subdoelgroep bedienen. Dit, vanwege de krapte van het wettelijk basispakket. Door de zenderdeling kan dit dus wel. De Programmaraad Rotterdam laat echter niet onvermeld dat Het Gesprek het afgelopen jaar niet geheel aan de verwachtingen voldeed en afgeweken lijkt van de oorspronkelijke plannen. Zo was het de bedoeling om zelf programma's te maken, terwijl momenteel zichtbaar is dat er toch veel wordt ingekocht bij andere zenders die veelal ook worden doorgegeven. Het onderscheidende karakter van de zender vervaagt daarmee. Wellicht dat de nieuwe investeringen die onlangs aangekondigd zijn, hier verbetering in zullen brengen. In ieder geval vindt de Programmaraad Rotterdam een periode van één jaar onvoldoende om een goed oordeel te geven over een zender.

Tenslotte de zender TRT International. Net als in alle daaraan voorgaande jaren, had de Programmaraad Rotterdam vorig jaar TRT International in het standaardpakket, en dus niet in het wettelijk basispakket, geadviseerd. Dat deed de Programmaraad Rotterdam omdat hij ervan uitging dat deze zender toch wel zou worden doorgegeven en baseerde zich daarbij op het beleid van UPC in de voorgaande jaren. Vorig jaar echter was dit voor UPC reden om deze zender niet door te geven. De Turkse gemeenschap reageerde en masse (het waren overigens niet alleen Turken die reageerden). Er zijn zelfs diverse gesprekken gevoerd en bijeenkomsten gehouden met (vertegenwoordigers van) de Turkse gemeenschap. Alleen al de grootte van deze gemeenschap (45.699 = 7,8 % van de totale Rotterdamse bevolking, voorlopige cijfers op 01.01.2009) is een belangrijke indicatie om de zender te adviseren in het wettelijk basispakket. Door het adviseren van TRT International geeft de Programmaraad Rotterdam duidelijk vorm aan de pluriformiteit van het basispakket. Wel wil de Programmaraad Rotterdam een belangrijke kanttekening plaatsen:

Er is zeer veel onderzoek gedaan naar het kijk- en luistergedrag van allochtonen in Nederland. Deze onderzoeken bieden waardevolle informatie. Er is echter geen enkel onderzoek dat uitsluitsel biedt over de, volgens de Programmaraad Rotterdam, belangrijkste en toch eenvoudige vraag als het gaat over met name de Turkse en Marokkaanse gemeenschap, te weten de vraag hoe hoog het percentage schotelbezit is onder deze doelgroep. Een hoog percentage zou namelijk een belangrijke aanwijzing zijn om specifiek op deze doelgroepen gerichte zenders niet in het basispakket te adviseren. Indien deze doelgroep de bewuste zenders toch al via de schotel ontvangt, heeft het geen zin om die zenders in het basispakket te adviseren. Daarmee kan de druk op het wettelijk basispakket enigszins verlicht worden. Maar, zoals gezegd, bieden al die onderzoeken geen duidelijk antwoord op de hierboven gestelde vraag. In dit geval van onduidelijkheid noopt alleen al de omvang van de Turkse gemeenschap in Rotterdam tot het adviseren van TRT International in het basispakket. De Programmaraad Rotterdam ziet graag dit jaar nog een onderzoek uitgevoerd naar het schotelbezit en zal, zo nodig, zelf actie ondernemen.

Het standaardpakket

Het advies voor het standaardpakket toont geen grote veranderingen of verrassingen en daarom houdt de Programmaraad Rotterdam dit onderdeel van het advies kort. Slechts bij twee zenders wil hij stil staan.

De zender TVE Internacional, vorig jaar nog in het basispakket, wordt dit jaar in het standaardpakket geadviseerd. De Programmaraad Rotterdam herinnert de lezer eraan dat de mogelijkheid om TVE Internacional überhaupt in het basispakket te adviseren twee jaren geleden is ontstaan middels een tussentijds advies doordat de zender Talpa verdween. De bekende krapte van het basispakket en alle andere moeilijkheden die daarbij komen kijken, hebben er toe geleid dat TVE Internacional in deze omstandigheden niet (meer) in het wettelijk basispakket kan worden geadviseerd. De Programmaraad Rotterdam verwijst de lezer graag naar de pagina's 2 en 3 van dit advies. Wel vindt de Programmaraad Rotterdam belangrijk dat TVE Internacional wordt doorgegeven. Niet voor niets is deze zender geadviseerd op de eerste plek na het basispakket.

Een soortgelijke motivering geldt voor de zender Arte. De omstandigheden bieden geen mogelijkheden om deze zender, die zich heel erg richt op een specifieke dus relatief kleine doelgroep, te adviseren in het wettelijk basispakket. Ook deze zender ziet de Programmaraad Rotterdam toch graag doorgegeven omdat Arte het aanbod van de analoge kabel net even meer kleur kan geven. Vandaar dat deze zender op de tweede plek na het basispakket wordt geadviseerd.

Nog een laatste woord over een nieuwe zender die zich heeft gepresenteerd, namelijk Regio TV. De Programmaraad Rotterdam vindt de programmering weinig substantieel (slechts één uur per dag). Verder is weinig bekend omtrent de inhoud. Dit is, in relatie tot de schaarste die de Programmaraad Rotterdam moet verdelen, genoeg reden om Regio TV niet in het wettelijk basispakket te adviseren.

Over de overige zenders laat de Programmaraad Rotterdam zich niet uit. Deze zenders zijn op één of hooguit twee plaatsen lager te vinden dan in het vorige advies. Dit heeft te maken met de twee plaatsen die TVE Internacional en Arte nu innemen in het standaardpakket en heeft verder niets van doen met de waardering door de Programmaraad Rotterdam. Terzijde wordt opgemerkt dat de hoogte van de plek in het standaardpakket weinig uitmaakt omdat UPC niet verplicht is dit over te nemen.

Zenders die zich hebben gepresenteerd maar niet worden geadviseerd

Family 7 wordt niet geadviseerd. De redenen hiervoor zijn exact dezelfde als die in de adviezen in voorgaande jaren. Het adviseren van Family 7 zou verder, vooral bij een bindend advies, de argumenten wegnemen voor de Programmaraad Rotterdam om andere zenders niet te adviseren. Van een goed onderbouwd advies of een bepaalde beleidslijn zou in dat geval geen sprake zijn.

Ook Brava TV wordt niet geadviseerd. Er bestaan voor de Programmaraad Rotterdam te veel onzekerheden, mede op het financiële vlak. De ervaringen van de Programmaraad Rotterdam ten aanzien van andere zenders met dezelfde exploitant spelen ook een rol. Deze zender is wel geadviseerd in Haarlem. De Programmaraad Rotterdam zal de ontwikkelingen in Haarlem dan ook nauwlettend in de gaten houden.

Slotwoord

De Programmaraad Rotterdam herinnert er aan dat de afweging met betrekking tot de vraag welke zenders in het basispakket worden geadviseerd ieder jaar anders kan uitvallen. Dit heeft te maken met de omstandigheden waarin geadviseerd moet worden en de snelheid waarmee het medialandschap verandert.

Niet geheel ten overvloede wijst de Programmaraad Rotterdam er met klem op dat UPC uiteindelijk bepaalt welke zenders, die niet in het basispakket zijn geadviseerd, doorgegeven worden. Anders gezegd: van het basispakket, zoals dat is geadviseerd door de Programmaraad Rotterdam, kan UPC slechts op grond van zwaarwegende overwegingen afwijken, maar de rest (het standaardpakket) stelt UPC geheel zelf samen.

Dit advies kenmerkt zich nog sterker dan voorheen door de term ‘verdeling van schaarste'. De Programmaraad Rotterdam hoopt deze term niet lang meer te hoeven bezigen. De politiek, de zenders en UPC kunnen hier bij helpen, de laatste vooral door een zenderpakket samen te stellen dat zo veel mogelijk recht doet aan de pluriformiteit van de Rotterdamse bevolking. Het totaaladvies van de Programmaraad Rotterdam geeft hiervoor belangrijke aanwijzingen.

 

 

TV Advies 2009 totaallijst definitief

1. Nederland 1

2. Nederland 2

3. Nederland 3

4. VRT Eén

5. VRT Canvas/ Ketnet

6. TV Rijnmond

7. Lokale Omroep Rotterdam TV / E-TV

8. BBC 1

9. ARD

10. TV 5 Monde

11. RTL 4

12. TRT International

13. Euronews / Het Gesprek (zenderdeling)

14. TMF

15. SBS 6

16. TVE Internacional

17. Arte

18. CNN

19. Discovery

20. RTL 7

21. RTL 5

22. Net 5

23. Nickelodeon / Comedy Central

24. Veronica / Jetix

25. Animal Planet

26. MTV

27. RTL 8

28. National Geographic

29. ZDF

30. BBC 2

31. Eurosport

32. BBC World News

33. Regio TV

 

Bron: Programmaraad Rotterdam

Reacties:

2009-04-02 16:32:281.Filip Joele
Beste leden van de PR Rotterdam,
Wat een goed opgesteld advies, mijn complimenten. Zonder iets te willen zeggen over de inhoud van het advies: ik ben het helemaal eens met jullie opvatting over de (on)mogelijkheden om een pluriform advies uit te brengen met zo weinig speelruimte. Een gedegen pleidooi zoals bovenstaande geeft hopelijk extra handvaten aan politici en andere personen die zich met dit onderwerp bezighouden.
Met vriendelijke groet,
Filip Joele (PR Haarlem)

Reageer

Let op: verplichte velden zijn gemarkeerd (*)

Code invoeren
Neem deze code over in het onderstaande veld
Algemeen
Mail toekomstige reacties naar mij.