Nieuws
Rotterdamse programmaraad pleit bij het Commissariaat voor behoud Arte
Programmaraden
Thema's
Op donderdag 23 oktober heeft de Rotterdamse programmaraad bij het Commissariaat voor de Media om handhaving gevraagd van hun tv-advies voor 2003 - 2004. UPC voert dit advies onvolledig uit, door te weigeren om de zender Arte door te geven. Eerder was ook de APR (programmaraad voor Groot Amsterdam) om dezelfde reden naar het Commissariaat gegaan. De vraag is echter of die klacht ontvankelijk wordt verklaard aangezien de APR Arte niet in het basispakket heeft geadviseerd, maar in het standaardpakket. Weliswaar heeft de APR ook een zwaarwegende adviesbevoegdheid over het standaardpakket, maar de beleidslijn is dat het toezicht op programma's die niet in het wettelijk basispakket zitten door de OPTA gebeurt. Opvallend daarbij is overigens wel dat programmaraden niet naar de OPTA kunnen gaan om dit toezicht af te dwingen. In Rotterdam was Arte wel geadviseerd in het wettelijk basispakket. Het Commissariaat zal binnen 4 weken uitspraak doen in beide zaken.
PLEITNOTA PROGRAMMARAAD ROTTERDAM
Gaarne maken wij gebruik van de geboden gelegenheid onze bezwaren toe te lichten tegen het besluit van UPC om de Frans-Duitse culturele zender Arte sinds 1 september niet meer aan de Rotterdamse kijkers aan te bieden. Voor de Programmaraad Rotterdam telt bijzonder zwaar dat wij Arte hadden opgenomen in het wettelijk basispakket. Op basis daarvan meenden wij gegronde verwachtingen te mogen hebben dat dit onderdeel van ons advies ook door UPC zou worden gehonoreerd. Nu dit helaas niet het geval is, menen wij dat sprake is van een verschraling van het televisieaanbod. Wij betreuren het dat de Rotterdamse abonnees het nu al twee maanden zonder Arte moeten stellen en hopen dat aan deze zeer ongewenste situatie op korte termijn een einde wordt gemaakt. In die opvatting staan wij niet alleen: de Federatie van Kunstenaarsverenigingen heeft zich in gelijke geest tot de staatssecretaris van cultuur gewend. In educatief opzicht heeft Arte met haar documentaires en achtergronden naar ons beider oordeel een duidelijk toegevoegde waarde.
Om te beginnen willen wij sterk benadrukken dat Arte telkens op ons verzoek haar format aan de Programmaraad heeft gepresenteerd. Arte is een publieke zender, waarvoor UPC de zgn. derden-rechten zou moeten betalen als onderdeel van de auteursrechten. Van belang is hier ook dat publieke zenders aan de VECAI een verklaring moeten afgeven dat zij geen belang hebben bij doorgifte in Nederland. Arte heeft een dergelijke verklaring afgegeven en voldoet daarmee ook aan de auteursrechtelijke bepalingen. Deze kaderovereenkomst is ook geaccordeerd door de VECAI, waarvan UPC deel uitmaakt. Hier lijkt dus sprake van een interne tegenstrijdigheid. Volgens deze afspraken mag Arte geen marketingactiviteiten ondernemen, hetgeen zij volgens de Programmaraad niet en volgens UPC wel heeft gedaan. Hier botsen dus de meningen.
Bij de samenstelling van het basispakket heeft de Rotterdamse Programmaraad in een aantal vergaderingen een zorgvuldige afweging gemaakt, zodat wij menen te mogen stellen dat aan de vereiste van pluriformiteit volledig recht is gedaan. In mei vorig jaar hebben wij ons advies aan UPC kenbaar gemaakt. UPC heeft daar toen geen commentaar op geleverd. In augustus kregen wij te horen dat ons advies terzake Arte niet zou worden gehonoreerd. Auteursrechten zouden niet naar behoren zijn geregeld en Arte zou zich nadrukkelijk op het smalle pad van de acquisitie hebben begeven.
Voorzover ons bekend betaalde Arte tot 1 januari de derden-rechten deels zelf op basis van een interim-regeling met auteursrechtenorganisaties, waarbij een beperkt (symbolisch) bedrag werd overeengekomen op basis van een beperkte distributie. Arte maakt geen deel uit van de oude BUMA/NOS-regeling voor buitenlandse, vooral publieke zenders. Deze regeling bepaalt dat door kabelexploitanten in staffels wordt betaald voor alle rechten van deze zenders voor kabeldoorgifte. Deze zenders hebben geen belang bij doorgifte in Nederland.
Doordat zenders als Arte en de Turkse zender TRT niet in deze regeling vielen, claimden auteursrechtenorganisaties geld voor de kabeldoorgifte van deze zenders. De problematiek voor deze zenders heeft dit jaar geresulteerd in een nieuwe kaderovereenkomst tussen BUMA en de VECAI, waarin een bepaald bedrag per abonnee per maand wordt berekend aan auteursrechtenorganisaties voor rechten van derden. Het gaat hier alleen om zenders die geen direct belang hebben bij doorgifte, niet in bestaande regelingen zijn opgenomen en wel toestemming geven voor doorgifte. Deze regeling is juist specifiek gemaakt voor Arte, TRT en MBC. Het is dan ook vreemd dat UPC als enige kabelmaatschappij verklaart dat Arte niet binnen deze regeling thuishoort. Dit terwijl de VECAI en de BUMA in een eerder stadium hebben aangegeven dat Arte wel in deze kaderovereenkomst thuishoort.
Op grond van artikel 82K, tweede lid van de Mediawet, kan de kabelexploitant slechts om zwaarwichtige redenen van ons advies afwijken. In de wet is niet uitputtend geformuleerd wanneer een advies al dan niet zwaarwegend is, maar de wel genoemde toetsingscriteria sterken ons in ons oordeel dat hier van zwaarwichtige redenen geen sprake is. Ik noem vier toetsingscriteria die wel als zwaarwegend gelden:
- gevolg geven aan het advies komt in strijd met het recht;
- gevolg geven aan het advies brengt de financieel-economische exploitatiemogelijkheden van het betrokken omroepnetwerk in gevaar;
- gevolg geven aan het advies leidt tot een onvoldoende pluriform programma-aanbod op het betrokken omroepnetwerk;
- het advies bevat te veel dure programmas.
Geen van deze redenen kan op het Rotterdamse advies van toepassing worden verklaard.
De situatie in Rotterdam verschilt met die in Amsterdam, omdat wij Arte in het basispakket hebben opgenomen en het Amsterdamse advies in het standaardpakket is uitgebracht. In het laatste geval is doorverwijzing naar de OPTA dan ook te verklaren. In het verleden is veel gesproken en geschreven over de soms diffuse relatie tussen Commissariaat en OPTA over de reikwijdte van deze organen. Voor Rotterdam, zo menen wij, gaat het hier duidelijk om het hanteren van de hoofdregel dat het Commissariaat bevoegd is waar het gaat om geschillen over de toegang tot het wettelijk basispakket.
Eerder heeft uw Commissariaat erop gewezen dat het advies van de Programmaraad alleen zwaarwegend is voor wat betreft het aspect pluriformiteit. Op dat punt wordt het primaat van beoordeling duidelijk bij de Programmaraad gelegd. Wij hebben geen overwegingen laten gelden die de bedrijfseconomische exploitatie van de kabelexploitant raken. Overigens nemen wij niet aan, maar dit terzijde, dat wij met ons advies de economische exploitatie van UPC in gevaar zouden hebben gebracht.
Met het bovenstaande nemen wij wel aan dat UPC geen gegronde redenen had om Arte van de Rotterdamse kabel te weren. Wij verzoeken uw Commissariaat daarom op korte termijn uit te spreken dat de beslissing van de kabelexploitant geen stand kan houden en te bevorderen dat deze zender weer tot de Rotterdamse kabel wordt toegelaten.
Bron: Programmaraad Rotterdam/Kabelraden.nl
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
