Thema's
Nieuws
Programmaraad Haarlem pleit bij Commissariaat voor doorgifte concertzender

Programmaraden
Zenders
Jurisprudentie
Thema's
Pleitnota PRH inzake Concertzender in Haarlem (22 januari 2008)
Allereerst kort even de feiten.
Op 6 december 2006 heeft de PRH de aanbieders in Haarlem geadviseerd de Concertzender door te geven. Dat advies geldt per 1 juli 2007. UPC heeft ons op juni 2007 laten weten het advies niet per 1 juli 2007 uit te kunnen voeren omdat men zich in de zender vergist had. Het zou 1 september 2007 worden. Die datum werd ook niet gehaald. Dit keer om technische redenen. De zender zou echter uiterlijk 1 oktober te horen zijn. Op 28 september 2007 kregen wij echter te horen dat de zender niet doorgegeven zou worden omdat er geen overeenstemming met de NPO zou zijn over de analoge kabeldistributie. De reden: er is geen overeenstemming over de vergoeding. Zoals al aangegeven, achten wij dit geen zwaarwegende reden.
De kwestie is toch wel heel simpel: een voor analoge doorgifte beschikbare zender verzoekt om doorgifte, programmaraad adviseert, kabelaar voert uit. Kleine vergoedingen zijn nooit een zwaarwegend argument geweest om de kabelaar toe te staan van het advies af te wijken.
Vandaar dit handhavingsverzoek.
Uiteraard zijn wij bekend met de uitspraken in de kwesties rond de doorgifte van Concertzender en Radio 227 in Amstelveen en Brabant. Deslaniettemin hebben wij gemeend het handhavingsverzoek door te zetten. Daar zijn twee redenen voor.
Ten eerste gaat u er in de uitspraak in Amstelveen vanuit dat de vereiste toestemming van de NPO voor doorgifte ontbreekt. Dat is bij ons toch echt niet het geval. De zender heeft zich aangeboden en zelfs een presentatie verzorgd om het verzoek nader toe te lichten. Wij lezen in de brief van NPO aan UPC niet dat de NPO de zender niet beschikbaar stelt voor de doorgifte. Er staat alleen dat men niet wil betalen.
From: "Cees de Bruin"
To:
Cc: "Jan Westerhof"
Sent: Sunday, December 09, 2007 9:40 PM
Subject: RE: doorgifte concertzender
Geachte heer Rutten,
Zoals wij reeds eerder hebben aangegeven is de Concertzender
beschikbaar, maar zijn wij niet bereid voor doorgifte van deze zender
een vergoeding aan de kabelexploitanten te betalen. Kabelexploitanten
hebben ons laten weten niet bereid te zijn de zender door te geven als
wij niet bereid zijn de door hen gevraagde doorgiftevergoeding te
betalen.
Op basis van deze gegevens heeft het Commisariaat zijn conclusies
getrokken, en hoeft ook uw programmaraad niet langer het spoor bijster
te zijn.
Met vriendelijke groet,
Cees de Bruin
Directeur DTU
NPO
Ten tweede is de situatie rond Radio 227 niet vergelijkbaar. Daar gaat het om een zender die een eerdere overeenkomst tot doorgifte ontbindt om vervolgens via de achterdeur van het advies van de Programmaraad tot een kosteloze doorgifte te komen. Het gaat hier om een nieuwe overeenkomst. Daarnaast heeft de concertzender in het verleden - voor zover wij weten - nooit betaald voor doorgifte. Het zou raar zijn als dat nu ineens wel het geval zou moeten zijn. UPC geeft ook andere zenders, zoals buitenlands publieke omroepen, door waarvan zij géén vergoeding krijgen. Voor deze zenders betalen zij zelfs de auteursrechten. Ik verwijs u hierbij naar uw besluit van 16 november 2004 inzake de doorgifte van France Culture in Haarlem en uw besluit van Daarin schrijft u letterlijk:
Uit de wetsgeschiedenis ten aanzien van de zwaarwichtige redenen, is af te leiden dat de wetgever heeft willen voorkomen dat de kabelexploitant door het advies in een positie wordt gebracht waarin opvolging daarvan in strijd met (het doel of strekking) van de Mediawet danwel andere wettelijke bepalingen (auteurswet) zou handelen.
Daarvan is geen sprake in het geval van de doorgifte van de Concertzender in Haarlem.
UPC doet een beroep op zwaarwichtige redenen, omdat zij niet in strijd wil handelen met haar eigen beleid, zoals vastgelegd in haar radio- en televisienota's. Dit kan niets afdoen aan het feit dat op grond van artikel 82k, tweede lid van de mediawet op UPC de verplichting rust om het advies van de PRH op te volgen. Deze verplichting brengt met zich dat UPC in beginsel al het nodige moet doen om te voldoen aan deze verplichting. In het onderhavige geval kunnen wij ons echter niet aan de indruk onttrekken dat het tegendeel het geval is geweest.
Tot slot: in het licht van uw beslissing van 29 maart 2005 (Arte/APR), waarin u schrijft dat het enkele feit dat betaald moet worden voor uitzending geen zwaarwichtige reden oplevert omdat de wetgever niet beoogt te verbieden dat in bepaalde gevallen (verwezen wordt naar de programma's Eurosport, Discovery en Animal Planet) door de aanbieder van het omroepnetwerk een (geringe) vergoeding wordt betaald, kan het toch niet zo zijn dat het niet ontvangen van een vergoeding wél een zwaarwichtige reden op zou leveren.
Wij zien dus ook geen enkele reden waarom UPC het advies niet uit zou hoeven te voeren. Daarbij maken wij u er graag op attent dat de zender ook deel uitmaakt van het advies dat geldt vanaf 1 juli 2008.
WR, 22/01/08
Bron: Programmaraad Haarlem