Nieuws
Commissariaat wijst beroepsverzoek programmaraad Amstelveen inzake radio 227 en concertzender af
Programmaraden
Thema's
Het Commissariaat voor de Media heeft uitspraak gedaan in de beroepszaak van de programmaraad Amstelveen. De programmaraad vroeg om handhaving aangezien Casema Radio 227 en de concertzender niet wilde doorgeven Het Commissariaat wees het verzoek over Radio 227 en de concertzender af.
Standpunt Commissariaat over de concertzender
24. Voor zowel publieke als commerciële programma-aanbieders geldt dat het in eerste
instantie aan hen is om te bepalen via welke infrastructuur (kabel, ether, satelliet, internet)
hun radio- en/of televisieprogramma's worden verspreid. Het auteursrecht garandeert
immers dat programma's niet zonder toestemming van de rechthebbenden of uitzendende
omroepinstelling door een infrastructuuraanbieder kunnen worden doorgegeven.
25. Vervolgens onderhandelen programma-aanbieders met de infrastructuuraanbieder over
de voorwaarden waaronder doorgifte kan plaatsvinden. Uiteindelijk is het de programmaaanbieder
die er - op basis van de onderhandelingen - voor kiest om zijn programma ook daadwerkelijk voor distributie aan te bieden en op welke wijze.
26. Dit uitgangspunt is onder andere bevestigd in de uitspraken van de Rechtbank 's- Gravenhage van 25 november 2003 en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juli 2004 in de zogeheten "Bollenstreekzaak".
27. Voornoemd uitgangspunt is ook leidend in het geval van de distributie van radio- en televisieprogramma's van de NPO. Het is de NPO die het laatste woord heeft ten aanzien van de doorgifte van zijn programma's en niet de aanbieder van een omroepnetwerk of
een programmaraad.
28. De Concertzender is door het Commissariaat bij besluit van 20 februari 2007 aangemerkt een goedgekeurd als neventaak, in de zin van artikel 13c, derde lid, van de Mediawet, van de NPO.
29. Op grond hiervan is het dan ook aan de NPO als rechthebbende om te bepalen of en hoe dit programma wordt aangeboden.
30. Zoals het Commissariaat meerdere malen heeft geoordeeld en inmiddels door vaste jurisprudentie is onderschreven, is de omstandigheid dat een programma-aanbieder niet wenst dat zijn programma beschikbaar is voor opname in het wettelijk minimumpakket, vergelijkbaar met het niet kunnen regelen van auteursrechten.
31. Hierbij dient vastgesteld te worden dat de programma-aanbieder uitdrukkelijk te kennen
heeft gegeven dat gekozen is voor een andere wijze van verspreiding van het programma dan in het wettelijk minimumpakket.
32. In dat geval ontbreekt immers de toestemming van de programma-aanbieder die een aanbieder van een omroepnetwerk nodig heeft om het advies terzake het wettelijk minimumpakket op te volgen.
33. Het Commissariaat stelt vast dat uit de brief van de NPO aan Casema van 21 september 2007 blijkt, dat de NPO de Concertzender niet beschikbaar stelt voor de doorgifte via de (analoge) FM-radiopakketten van Casema.
34. Het Commissariaat is van oordeel dat de NPO hiermee uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat zij niet wil dat het programma van de Concertzender wordt doorgegeven in het (analoge) wettelijk minimumpakket.
Conclusie
35. Uit het voorgaande volgt dat de vereiste toestemming van de NPO voor het doorgeven
van de Concertzender ontbreekt en dat dit voor Casema een zwaarwichtige reden is om af te wijken van het advies van de PRA.
standpunt over radio 227
36. Het Commissariaat blijft bij zijn oordeel dat Radio 227 in zijn e-mail van 10 april 2007
onmiskenbaar te kennen heeft gegeven dat haar programma niet beschikbaar is voor doorgifte aan alle aangeslotenen in de gemeente Amstelveen. Om haar moverende redenen heeft Radio 227 echter in haar bezwaarschrift en tijdens de hoorzitting van 2
oktober 2007 aangegeven, dat haar programma wel beschikbaar is voor de het wettelijk minimumpakket in de gemeente Amstelveen, mits Casema dit programma kosteloos doorgeeft.
37. Ingevolge artikel 82k, vijfde lid, van de Mediawet, kan een aanbieder van een omroepnetwerk slechts om zwaarwichtige redenen afwijken van het advies van een
programmaraad.
38. Anders dan Radio 227 meent, is in de Mediawet geen basis te vinden dat een in het wettelijk minimumpakket geadviseerd programma door de aanbieder van een omroepnetwerk te allen tijde kosteloos moet worden doorgegeven.
39. Indien een programma is geadviseerd in meergenoemd pakket zal met de aanbieder van
een omroepnetwerk in overleg moeten worden getreden over de voorwaarden van doorgifte.
40. De voorwaarden waaronder alsdan wordt gecontracteerd zijn van privaatrechtelijke aard.
41. Het Commissariaat heeft niet de bevoegdheid te treden in de beoordeling over de redelijkheid van de voorwaarden.
42. Het Commissariaat stelt vast dat Radio 227 met Casema op 6 juli 2006 tot overeenstemming was gekomen over de doorgifte van het programma Radio 227.
43. Het Commissariaat stelt voorts vast dat Radio 227 zich niet aan de overeenkomst wenst te houden en eenzijdig deze overeenkomst heeft opgezegd.
44. In alle redelijkheid is niet vol te houden dat Casema onder deze omstandigheden gedwongen kan worden om het programma van Radio 227 door te geven.
45. Casema heeft derhalve een zwaarwichtige reden om van het advies van de PRA voor wat betreft Radio 227 af te wijken en is er voor het opleggen van een boete geen aanleiding.
Conclusie
46. Het Commissariaat concludeert dat hetgeen door de PRA en Radio 227 in hun bezwaren naar voren is gebracht, niet
Bron: Kabelraden.nl/Commissariaat voor de Media
