Nieuws

Commissariaat wijst handhavingsverzoek verlengen radiotermijnen af

Het Commissariaat voor de Media heeft het handhavingverzoek van een aantal UPC programmaraden over het eenzijdig verlengen van de radiotermijnen door UPC met 1 jaar naar 2 jaar afgewezen. De programmaraden overwegen bezwaar aan te tekenen tegen de uitspraak.

Het Commissariaat komt tot de volgende conclusies

Strijd met artikel 82n, eerste lid, aanhef en onder b, van de Mediawetwet

Artikel 82n, eerste lid, aanhef en onder b, van de Mediawet bepaalt dat een programmaraad

beschikt over een reglement waarin in ieder geval regels zijn opgenomen over de geldigheidsduur

van het advies van een programmaraad. De Memorie van Toelichting (TK 2002-2003, 28 639, nr.

3, p. 11) geeft aan dat als leidraad hierbij kan dienen het door het Commissariaat vastgestelde

Modelreglement Programmaraden d.d. 20 november 2001 en dat programmaraden die dit

modelreglement overnemen in ieder geval voldoen aan de in dit artikel gestelde eisen. In het

Modelreglement Programmaraden is met betrekking tot de geldigheidsduur van het advies van een

programmaraad het volgende opgenomen:

Hoofdstuk 2. Het Modelreglement

2.8 Geldigheidsduur advies programmaraad

Een door de programmaraad uitgebracht advies geldt voor maximaal drie jaar en,

behoudens onvoorziene omstandigheden, voor minimaal n jaar.

Indien een programmaraad beschikt over een reglement als bedoeld in artikel 82n, eerste lid,

aanhef en onder b, van de Mediawet, waarin is vastgelegd dat de geldigheidsduur van zijn aan de

aanbieder van het omroepnetwerk te geven advies 1, 2 of 3 jaar is, dan voldoet die

programmaraad aan deze mediawettelijke eis. In dit reglement, vastgesteld door of ten behoeve

van de programmaraad, zijn regels opgenomen die betrekking hebben op het functioneren van

uitsluitend die programmaraad. Deze regels kunnen ook alleen de desbetreffende programmaraad

binden. Uit dien hoofde is de aanbieder van een omroepnetwerk niet gebonden aan de uit dit

reglement voortvloeiende verplichtingen, die zoals gezegd, uitsluitend de programmaraad

regarderen. Naar het oordeel van het Commissariaat handelt UPC, gezien het bovenstaande, niet

in strijd met artikel 82n, eerste lid, aanhef en onder b, van de Mediawet door het advies van de

PRH, waaraan door deze programmaraad op grond van zijn reglement een geldigheidsduur is

verbonden van 1 jaar, te laten gelden voor 2 jaar.

Strijd met artikel 82k van de Mediawet

Artikel 82k, eerste lid, van de Mediawet bepaalt dat een programmaraad de aanbieder van het

omroepnetwerk adviseert welke 25 radioprogrammas hij krachtens artikel 82i, eerste lid, van de

Mediawet ten minste uitzendt naar alle aangeslotenen op het netwerk. Het vijfde lid van dit artikel

schrijft voor dat de aanbieder van het omroepnetwerk dit advies volgt, tenzij zwaarwichtige redenen

zich daartegen verzetten. Het Commissariaat stelt vast dat UPC het PRH-advies d.d. 8 december

2004, waarbij de PRH aan UPC heeft geadviseerd over de samenstelling van het wettelijke

minimumpakket betreffende de radioprogrammas gedurende de periode 1juli 2005 tot 1 juli 2006,

heeft gevolgd. Het Commissariaat is van oordeel dat indien een advies van een programmaraad

leidt tot het uitzenden van een, naar de opvatting van zowel de programmaraad als de aanbieder

van het omroepnetwerk, pluriform samengesteld wettelijk minimumpakket van 25

radioprogrammas in de zin van het vierde lid van artikel 82k van de Mediawet, dan kan in

redelijkheid niet worden aangenomen dat die pluriformiteit wordt aangetast indien de

geldigheidsduur van dat advies wordt verlengd van 1 jaar naar 2 jaar. Bij zijn oordeel betrekt het

Commissariaat de bestendige gedragslijn van UPC, dat ingeval een programma-aanbieder op enig

moment ophoudt zijn programma voor uitzending via het omroepnetwerk aan te bieden, UPC de

betrokken programmaraden in de gelegenheid stelt een nieuw advies uit te brengen betreffende de

opengevallen plaats in het programmapakket. Naar het oordeel van het Commissariaat handelt

UPC, gezien het bovenstaande, niet in strijd met artikel 82k van de Mediawet door het advies van

de PRH, waaraan door deze programmaraad een geldigheidsduur is verbonden van 1 jaar, te laten

gelden voor 2 jaar.

Overigens stelt het Commissariaat vast dat het voornemen van UPC de geldigheidsduur van de

programmaraadadviezen te verlengen tot 2 jaar, geen aanleiding is geweest voor programmaaanbieders,

van wie het radioprogramma (nog) niet in het wettelijke minimumpakket is opgenomen,

zich tot hem te wenden met een vergelijkbaar verzoek als dat van de programmaraden. Mede met

inachtneming van deze omstandigheid is het Commissariaat van oordeel dat het door UPC, en een

aanbieder van een omroepnetwerk in het algemeen, aan de programma-aanbieders verschaffen

van een meerjarige zekerheid voor zover het betreft het uitzenden van hun radioprogrammas niet

onredelijk is, en een hoger belang dient dan het verschaffen van de zekerheid aan

programmaraden dat zij ten minste 1 advies per jaar uitbrengen over de samenstelling van het

radioprogrammapakket.

Download hier de gehele uitspraak

Download 10312_uitspraak_verlengen_termijnen.pdf

Bron: Kabelraden.nl

Reacties:

Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.

Reageer

Let op: verplichte velden zijn gemarkeerd (*)

Code invoeren
Neem deze code over in het onderstaande veld
Algemeen
Mail toekomstige reacties naar mij.