Nieuws
Antwoorden op vragen kamerlid Orgu over analoge doorgifte 3voor12 in Haarlem
Programmaraden
Thema's
Antwoorden op de schriftelijke vragen van Mevr. rg van de Tweede Kamer aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mw. Van der Laan, en de minister van Economische Zaken over de analoge doorgifte van 3voor12 in Haarlem na advies van de programmaraad Haarlem.
Vragen
Heeft de Haarlemse programmaraad kabelexploitant UPC geadviseerd voor het komende televisie-seizoen het publieke digitale muziekkanaal 3 voor 12 door te geven in het analoge wettelijk basispakket? Zo ja, hoe beoordeelt u het feit dat een publiek kanaal dat is ontwikkeld voor digitale distributie nu mogelijk in een beperkte regio analoog beschikbaar komt?
Ja, de Programmaraad Haarlem heeft UPC geadviseerd vanaf juli 2006 tot en met juni 2007 het programma 3 voor 12 in het basispakket op te nemen. De visie van het kabinet is dat de publiek gefinancierde programmas op verschillende platforms toegankelijk moeten zijn, ongeacht de wijze van distributie (analoog/digitaal). Het is aan de publieke omroep daarin keuzes te maken. De VPRO stelt op dit moment dezelfde programma-inhoud aan iedereen ter beschikking via het internet. Bovendien biedt UPC het programma 3 voor 12 als digitale dienst aan in een aanvullend pakket. Indien daarnaast dit programma eveneens analoog zou worden doorgegeven is daarvoor toestemming van de publieke omroep vereist. De publieke omroep heeft hierover nog geen besluit genomen en ik kan daarom hierover geen mededelingen doen.
2 Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat het publieke beslag van de landelijke publieke omroep op de schaarse beschikbare analoge capaciteit wordt uitgebreid, mede in het licht van de gewenste stimulering van digitale televisie die de Kamer bij de laatste begrotingsbehandeling bij motie nogmaals kamerbreed heeft onderschreven? Zo neen, waarom niet?
Nee, ik deel deze mening niet. De programmaraden hebben op grond van art 82j van de Mediawet de taak om te adviseren over de programmas die een kabelexploitant minimaal uitzendt naar alle aangeslotenen. Dit betreft het wettelijke minimumpakket van 15 televisieprogrammas waarvan 7 programmas in ieder geval in het pakket moeten zijn opgenomen. Daarmee is de invloed op het totale beslag van de analoge capaciteit beperkt. De rol van de programmaraden blijft bestaan zolang digitalisering, keuzevrijheid en marktwerking niet in voldoende mate garanties geven voor een pluriform programma-aanbod. Zoals gesteld in de eerdere kabelbrieven, vindt het kabinet dat het aan de markt is om de digitalisering verder vorm te geven. De rol van de overheid beperkt zich daarbij tot het actief wegnemen van belemmeringen voor de digitalisering door de markt. In aanvulling op de Omschakelbrief die recent aan de Kamer is gestuurd, zal ik in reactie op het WRR rapport nader ingaan op de rol van de overheid bij de digitalisering van de media. Voor wat betreft de rol van de publieke omroep in de digitalisering verwijs ik naar het kabinetsstandpunt over de toekomst van de publieke omroep Met het oog op morgen.
3 Wat is het standpunt van de betreffende kabelexploitant op het advies van deze programmaraad?
UPC zal in maart, zodra zij alle adviezen van de programmaraden binnen heeft, het advies van de programmaraad Haarlem beoordelen.
4 Deelt u de mening dat het een onwenselijke ontwikkeling is dat, indien UPC gevolg geeft aan het advies van de programmaraad, de trend is gezet dat alle door de publieke omroep ontwikkelde ( en nog te ontwikkelen) digitale kanalen door elke programmaraad in het analoge basispakket kunnen worden gekozen? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord op vragen 1 en 2
5 Deelt u de mening dat met de mogelijke analoge doorgifte van een digitaal kanaal een tegengestelde ontwikkeling wordt gecreerd dan werd beoogd bij het mogelijk maken van de ontwikkeling van digitale kanalen door de publieke omroep? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord op vragen 1 en 2
6 Wat zijn de financile consequenties van een dergelijke ontwikkeling?
De doorgiftevergoedingen voor themakanalen is onderdeel van de lopende onderhandelingen tussen de kabelexploitanten en de publieke omroep over het kabelcontract. Deze onderhandelingen zijn nog niet afgerond. Ik kan daarom geen mededelingen doen over de financile consequenties. De partijen verwachten voor 1 maart met een oplossing te komen die voor alle partijen aanvaardbaar is.
7 Hoe moet deze potentile ontwikkeling Europees-rechtelijk worden beoordeeld?
Van belang is in dit verband artikel 31 van de universele dienstenrichtlijn (richtlijn 2002/22/EG). Op grond van dit artikel kan een lidstaat redelijke doorgifteverplichtingen opleggen, indien een netwerk voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel is om programmas te ontvangen. Gelet op het feit dat kabeltelevisie voor het overgrote deel van de Nederlandse huishoudens wordt gebruikt voor de ontvangst van programmas is aan de laatste voorwaarde voldaan.
Een redelijke uitleg van de doorgifteplicht zal in het algemeen met zich meebrengen dat een programma, waarvoor een doorgifteplicht geldt, wordt verspreid conform de techniek die de meeste kijkers en luisteraars gebruiken voor de ontvangst van programmas. In hoeverre het opnemen van het programma 3 voor 12 in het basispakket (het pakket zoals bedoeld in artikel 82i, eerste lid van de Mediawet) als redelijk is te beschouwen indien de programmaraad daartoe adviseert, is niet aan mij om te beoordelen. In eerste instantie is dat aan UPC, die daarbij een beroep zou kunnen doen op artikel 82k, vijfde lid, van de Mediawet. Vervolgens is het aan de toezichthouder, het Commissariaat van de Media, als handhavende instantie om te beoordelen of een eventueel beroep van UPC op dit artikel gerechtvaardigd is.
8 Welke maatregelen bent u, mede in het licht van de motie-rg c.s. 2) die u verzoekt een plan van aanpak voor het stimuleren van digitalisering van de media vorm te geven, bereid te nemen, mochten de betrokken partijen overgaan tot distributie van het betreffende kanaal in het analoge basispakket? Welke instrumenten heeft het Commissariaat voor de Media om deze ontwikkeling tegen te gaan?
Zie antwoord op vraag 1 en 7
9 Op welke wijze zult u de betrokken partijen, in het bijzonder de publieke omroep, ervan overtuigen dat dit een ongewenste ontwikkeling is en analoge distributie van de publieke omroep beperkt moet blijven tot de drie must carry kanalen?
Zie antwoord op vraag 1
Bron: Ministerie OC&W
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
