Medianieuws
Minister haalt

Thema's
In antwoord op vragen van de tweede kamer tijdens de behandeling van de mediabegroting schreef de minister het volgende op 7 december:
Programmaraden
De leden van de fracties van het CDA, de PvdA en de ChristenUnie stelden vragen over de invloed van kijkers en luisteraars op de samenstelling van het kabelpakket. In antwoord daarop heb ik opgemerkt dat daarvoor nu programmaraden bestaan, maar dat hun invloed afneemt en dat ik daarom naar een alternatief zoek. Graag neem ik in deze brief de gelegenheid wat langer bij de problematiek stil te staan.
Via de media informeren mensen zich over de wereld, wisselen zij opvattingen uit en geven zij vorm
aan cultuur. Daarom is het belangrijk dat alle burgers een gevarieerd mediamenu onder handbereik
hebben. Voor de distributie van radio en televisie betekent dit in essentie dat de overheid waakt over detoegang tot distributienetwerken, voor makers en gebruikers. Voor radio is vooral toegang tot de ether belangrijk, voor televisie is kabel nog altijd het dominante netwerk. Deskundigen verwachten dat alternatieven als digitale ether, satelliet en IPTV de komende jaren beperkt voor concurrentie zorgen.
De machtspositie van kabelbedrijven wordt nog versterkt doordat zij monopolist zijn in hun regio en er in heel Nederland nog maar twee grote internationale kabelbedrijven over zijn, naast een aantal lokale kleinere kabelbedrijven. Tegen die achtergrond zal het kabinet door wet- en regelgeving voor de kabel de belangen van burgers én omroepen blijven beschermen.
Invloed neemt af
In Nederland adviseren sinds de jaren negentig programmaraden over de samenstelling van het
basispakket op de kabel. De programmaraden doen goed werk, maar hun invloed neemt af. Daarvoor
zijn drie oorzaken. Ten eerste adviseert de programmaraad in feite alleen over het analoge pakket en niet over de digitale pakketten die nu in opkomst zijn. Ten tweede adviseert de programmaraad binnen het analoge televisieprogrammapakket uiteindelijk maar over 8 van de gemiddeld 32 kanalen.
Weliswaar adviseert de programmaraad volgens de Mediawet over 15 kanalen, maar daarvan zijn al 7 voorgeschreven voor landelijke, regionale en lokale publieke omroepen (inclusief 2 kanalen van de
Nederlandstalige Belgische publieke omroep). Ten derde kunnen omroepen en kabelbedrijven
onderling afspreken een zender niet op te nemen in het basispakket. Sinds een uitspraak van de
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zogenoemde Bollenstreekzaak, kan een
advies van de programmaraad dit niet verhinderen.
Er is, kortom, reden om op zoek te gaan naar een alternatief voor het programmaradenmodel. Als
alternatief heb ik het co-reguleringsmodel voorgesteld. Kabelbedrijven worden in de Mediawet
verplicht tot marktonderzoek, het instellen van een klantenpanel en voorlichting aan de klanten en het Commissariaat controleert de naleving daarvan. Vandaar de term ‘co-regulering': een combinatie van wetgeving en zelfregulering. Een voordeel van dit systeem is dat burgers ook invloed krijgen op het digitale programmapakket. Verder leidt het tot lastenverlichting voor de kabelbedrijven die geen
programmaraden meer hoeven te onderhouden en voor omroepen die hun zender niet meer hoeven te presenteren aan programmaraden. Na langdurig onderhandelen is er met de kabelsector
overeenstemming over dit model bereikt. Ook de Consumentenbond en de VNG hebben daarmee
ingestemd.
Brief omroepdistributie
In het kamerdebat van 26 november bemerkte ik dat een aantal fracties aarzelt over de merites van hetco-reguleringsmodel. Zij zouden in elk geval ook willen weten of het mogelijk is de positie van
programmaraden te versterken. Naar aanleiding daarvan heb ik de bepaling over het coreguleringsmodel uit het wetsvoorstel voor de Multimediawet gehaald. Dat geeft mij de mogelijkheid om de voor- en nadelen van de verschillende modellen nog eens op een rij te zetten en nadere vragen van uw Kamer te beantwoorden. Ik kom op dit onderwerp terug in de brief over omroepdistributie die de Tweede Kamer volgend voorjaar krijgt. Deze brief schrijf ik samen met de staatssecretaris van Economische Zaken.
Bron: Ministerie OC&W
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
