Rapporten en onderzoeken

Verslag symposium 'Effe zappen'. Het kijkgedrag van multicultureel Nederland - via Miramedia

Een aanzienlijk deel van onze vrije tijd brengen we voor de televisie door. Maar waar kijken Nederlanders met een niet-Nederlandse achtergrond nu precies naar? In hoeverre speelt het hebben van een andere moedertaal een rol bij de keuze tussen een Nederlandse en een buitenlandse zender? Hoe multicultureel is de Nederlandse televisie nu eigenlijk? Deze en andere vragen kwamen aan bod op het symposium Effe Zappen, dat op 17 maart plaatsvond op de Universiteit van Tilburg. Het symposium was georganiseerd door Studium Generale.

Diversity marketing

Tot slot komt Nalini Hirasingh van bureau Etnomedia aan het woord. Zij zet haar activiteiten op het gebied van diversity marketing uiteen. Eerst legt ze het verschil tussen etno- en diversity marketing uit. Etnomarketing is specifiek gericht op afzonderlijke etnische groepen, terwijl diversity marketing zich op zeer verschillende groepen richt (mannen/vrouwen, homos/heteros, Turkse en Marokkaanse Nederlanders). Diversity marketing richt zich op de vraag wat deze groepen gemeen hebben, niet op de verschillen.



Nalini Hirasingh benadrukt de onzin van een definitie als allochtonen, en de tegenstelling tussen wij en zij. Het is beter te spreken van Marokkaanse Nederlanders i.p.v. allochtonen. Je moet Nederland als uitgangspunt nemen.



Vervolgens laat ze het publiek een aantal reclamefilmpjes zien:

- Douwe Egberts met twee oudere vrouwen die in jongerentaal met elkaar praten (Ben je bitch niet ..)

- Uniekaas

- Ben

- Calv: verandering van slogan in de loop der jaren: van Wie is er niet groot mee geworden? naar Hoe groot wil je worden? (met de laatste slogan vallen nieuwe Nederlanders niet buiten de boot)

- Knorr: roti is een typisch Hindoestaans gerecht, maar wordt in de Knorr-reclame gepromoot door een Creools uitziende jongen die van oorsprong Antilliaans is.



Tot slot geeft ze een paar voorbeelden van multiculturele websites die Etnomedia heeft ontwikkeld: hindustani.nl, suriname.nl, jobplaza.nl & kleurrijknet.nl



Na afloop van de presentatie volgt een debat met in het panel twee meiden van Marokkaanse afkomst, n Antilliaanse, n Bosnische en n Chinees/Indonesisch meisje. Het debat wordt gevolgd aan de hand van een aantal stellingen. Zo luiden twee stellingen:



- 650.000 satellietschotels dragen niet bij tot integratie in de Nederlandse samenleving

- Nederlandse soaps zijn niet aantrekkelijk voor islamitische jongeren vanwege de vrije moraal



Tijdens de discussie komt het gemis aan kleur in Nederlandse programmas aan bod; een Marokkaans meisje kijkt met haar ouders liever naar Maroc 1, omdat er dan niet telkens gezapt hoeft te worden. Het panel wil vooral meer kleur op Nederlandse televisie. Volgens het panel kijken allochtone Nederlanders liever naar satellietzenders omdat ze iets missen op de Nederlandse tv.



Een jongen in het publiek die satellietschotels verkoopt, merkt op dat hij veruit de meeste schotels aan autochtone Nederlanders verkoopt (80-90%).

Multiculturele televisie

Hoe multicultureel is de Nederlandse televisie nu eigenlijk? Giovanni Massaro van Mira Media laat zien dat pas vanaf midden jaren negentig er meer kleur op de Nederlandse televisie is te zien. Tot de jaren 70 was Donald Jones de enige migrant op tv, daarna zien we tot midden jaren tachtig migranten op tv als achtergrond of als thema. Vanaf de jaren tachtig komen migranten wat vaker aan bod in dragende rollen, maar vanaf midden jaren negentig zien we ook Nederlands drama rondom en met migranten (zoals Bradaz).



Mira Media heeft door middel van een kijkerspanel met jongeren bekeken hoeveel allochtonen nu precies in Nederlands drama te zien zijn. Dit percentage blijkt hoger dan verwacht: 18% van de personages in soaps en (politie)series zijn allochtoon. De commercile zenders doen het wat dit betreft beter dan de publieke zenders. Alleen in kwalitatief Nederlands drama zijn nog steeds weinig allochtonen te zien.



Naar aanleiding van de serie Najib en Julia (AVRO) ontstond er veel discussie op de website van de serie, vooral door allochtone jongeren. Dit ging o.a. over de Berbercultuur, in deze serie wordt Berbers gesproken, over stereotypen, deze worden in de serie bewust en genuanceerd gebruikt. Ook werd er gediscussieerd over de realiteitswaarde van de serie en de identificatiemogelijkheden die de serie opriep. Ook de goede acteerprestaties van de cast werden geprezen.

Nationale trots

Abderrahman El Aissati, ook docent Letteren in Tilburg, is zelf van Marokkaanse afkomst en weet dus veel van de Marokkaanse groepen in Nederland. De televisie is in veel Marokkaanse gezinnen in Nederland aanwezig, maar vaak als achtergrondmedium tijdens gesprekken. El Aissati heeft met een aantal studenten het initiatief genomen om een meertalige TV-zender (voornamelijk Nederlands (50%), maar ook Berber, Arabisch en Frans) op te richten in Nederland. Het gaat op deze zender niet zozeer om de taal, maar meer om de beelden die men te zien krijgt (bijvoorbeeld als het gaat om moslims). Allochtone Nederlanders hebben behoefte aan eigen programmas, aan herkenning.



De tweede generatie Marokkanen spreken onderling meer Nederlands dan de tweede generatie Turken. Volgens El Aissati leeft het gevoel van nationale trots onder Turken veel sterker dan onder Marokkanen. Er is namelijk een groot verschil tussen Marokko en Turkije: Marokko is als natie recentelijk ontstaan, terwijl Turkije al heel lang een imperium vormt. RTM, de Marokkaanse staatszender, is een pan-Arabische zender waarop de Marokkaanse nationale trots amper uitgedragen wordt. Terwijl 2M, een privzender voornamelijk gericht op Marokko, Spanje en Frankrijk, en minder op het Midden-Oosten, al veel meer bezig is met de nationale identiteit. Pas recentelijk worden er in Marokko programmas in het Berbers uitgezonden. 40-50% van de Marokkanen in Nederland spreekt Berbers, de rest Arabisch.

De-etnisering

Vervolgen komt Ad Backus, docent aan de Faculteit Letteren van de Universiteit van Tilburg, aan het woord. Hij is gespecialiseerd in de taal- en mediabeleving van Turken. Turken kijken via de satelliet naar dezelfde soort programmas als Nederlanders: sport, series, soaps. Ouderen kijken ook veel naar nieuwsprogrammas. Waarom kijken Turken veel naar satellietzenders? Dit heeft een affectieve waarde: in Nederland is Turks zijn een groot deel van hun identiteit, net als het Nederlands zijn een groot deel van hun identiteit bepaalt als ze in Turkije zijn. Het gemengde van de identiteit van de migrant komt op vele manieren tot uitdrukking, zoals bijvoorbeeld ook in taalkeuze. Verder waarderen Turken de kwaliteit van de programmas, vroeger was er alleen staatstv (TNT).



Vervolgens wijst Backus het publiek op de resultaten van een onderzoek van Millikowski[1] (2000) over de-etnisering: televisie uit Turkije confronteert kijkers met het moderne Turkije. Dit moderne Turkije is heel anders dan het oude Turkije van hun ouders en hun socialisatie. Hierdoor wordt een genuanceerder beeld van Turkije verkregen. In Nederland heerst het beeld van de onderdrukte moslimvrouw. Maar wat blijkt: uit de televisieprogrammas blijkt weinig verschil tussen het gedrag van Nederlandse meiden in Nederlandse soaps en van Turkse meiden in Turkse soaps. Algemeen: de conceptualisering van Turkse cultuur en identiteit die de Turkse jongeren van huis uit meegekregen hebben, blijkt niet te kloppen. De grenzen tussen Turks en Nederlands zijn niet zo scherp. Turken in Turkije blijken in veel opzichten meer op Nederlanders te lijken dan op Turken in Nederland. Bovendien wordt het romantische beeld van het mythische en perfecte thuisland vervangen door een meer realistisch en banaal beeld.



De etnische groep moet als heterogeen gezien worden: er is net zoveel variatie binnen een minderheid als binnen de meerderheid. Turken verschillen in culturele en morele opvattingen, waarbij factoren als leeftijd/generatie, afkomst van stad of platteland, en progressieve versus conservatieve inslag belangrijke factoren zijn.

Kijkgedrag

Voor dit symposium waren vijf sprekers uitgenodigd. Voorzitter Peter Broeder, universitair docent aan de Letterenfaculteit, kondigde als eerste Cees van Eyk aan, directeur van onderzoeksbureau MCA Communicatie. Hij beet het spits af met een presentatie over het mediagedrag van allochtone Nederlanders. Zijn presentatie was gebaseerd op gegevens uit onderzoek van MCA Communicatie (in opdracht van Kabelraden.nl) van januari 2005, het onderzoek Mediagebruik Etnische Publieksgroepen van de Publieke Omroep van juni 2004, en het evaluatieonderzoek van de grootstedelijke multiculturele zender MTNL (januari 2004). Autochtone Nederlanders blijken vaker 2 of meer TVs in huis te hebben dan allochtone Nederlanders. De meeste Turken hebben maar 1 toestel in huis. Ongeveer de helft van de ondervraagde Marokkanen en Turken in het MCA onderzoek heeft thuis de beschikking over zowel kabel als schotel.



Wat Nederlandse TV-zenders betreft, blijken allochtone Nederlanders voornamelijk naar commercile stations te kijken. Marokkanen kijken vaker naar de Nederlandse publieke zenders dan Turken. Turken kijken voornamelijk naar buitenlandse zenders als TRT, Eurosport, CNN, ATV, Kanal D & Show TV. De drie laatstgenoemde kanalen zijn Turkse amusementszenders. 38% van de Turken kijkt naar TNT via de kabel. 49% van de Turken kijkt via de schotel naar ATV. 60% van de Marokkanen kijkt via de schotel naar Al Jazeera.



Gemiddeld kijken autochtone Nederlanders ongeveer 15 uur televisie per week, onder Antillianen en Surinamers komt dit neer op het dubbele: 30 uur per week. 13% van de Turken en 19% van de Marokkanen kijkt thuis niet vaak naar Nederlandse TV-programmas. Hiervan is bijna 60% ouder dan 45 jaar, heeft 60-80% maximaal LBO wat opleidingsniveau betreft en spreekt de meerderheid overwegend de eigen taal.



Allochtone Nederlanders blijken vaker te zappen dan autochtone Nederlanders. Marokkanen zappen vaak weg als er iets onwelvalligs (seks) op tv is. Onder allochtonen gebeurt dit vaker dan onder Nederlanders.



Allochtone Nederlanders hebben de volgende TV wensen:

- een uitgebreider aanbod internationale zenders op de kabel;

- meer nieuws, speelfilms & eigen programmas;

- meer multiculturele TV;



Conclusies:

1. TV is een belangrijk medium (veel uren worden aan het kijken naar televisie besteed);

2. Correlatie tussen mate van integratie en kijken naar Nederlandse TV;

3. Populariteit eigen zenders blijft groot, maar zal wat afnemen (vanwege hoger opleidingsniveau en hogere mate van integratie).

Reacties:

Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.

Reageer

Let op: verplichte velden zijn gemarkeerd (*)

Code invoeren
Neem deze code over in het onderstaande veld
Algemeen