Rapporten en onderzoeken
Notitie Rob van den Hoven van Genderen over programmaraden in Europees perspectief
Thema's
Rob van den Hoven van Genderen hield op 18 maart een inleiding over programmaraden in Europees perspectief. Naar aanleiding van deze dag schreef hij de volgende notitie voor het blad Javi.
Programmaraden, internet en elektronische communicatie, een toekomstbeeld?
Drs. R. van den Hoven van Genderen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Informatietechnologie en Recht
E-mailadres: RvandenHoovenvanGenderen@UJG.NL
Op de dag dat de Koningin-moeder Juliana overleed (20 maart 2004) exact 70 jaar na haar grootmoeder Emma, komt NRC Handelsblad met een waarschuwend artikel over de juridisering van de samenleving met als gevolg de verharding en conflictorintatie van die maatschappij, met name op zakelijk vlak.
In het tijdperk van Koningin Juliana was de maat menselijker, de wereld eenvoudiger, vriendelijker en zij was het toonbeeld hiervan. Inmiddels is die wereld harder, wordt bestierd door informatiemonopolisten en bepaalt die informatie de omvang van contracten en vaak de processtukken als de verhoudingen tussen partijen op het scherpst van de snede worden uitgevochten.
De voorkeur die het NRC uitspreekt voor mediation, bemiddeling om tot een oplossing te komen in plaats van het kostbare juridische gevecht aan te gaan, is ook zeker de richting die Juliana had aangesproken.
De werkelijkheid is anders. Afgelopen donderdag was ik aanwezig bij het tweede jaarcongres van www.kabelraden.nl, het landelijk steunpunt voor de 56 programmaraden in Nederland. Die programmaraden hebben een bijzondere rol in het internettijdperk. Zij zijn op grond van de Mediawet in artikel 82k opgericht om een advies te geven over de invulling van de schaarse ruimte op de kabel. De programmaraad geeft een advies over de samenstelling van het basispakket (15 tv-zenders en 25 radiozenders) en daarnaast soms over het gehele standaardpakket (het pakket dat naar alle abonnees wordt uitgezonden).
De bedoeling is dat zij een pluriform pakket adviseren, dat voor alle kijkers en luisteraars iets te bieden heeft. Hiermee probeert de wetgever ervoor te zorgen dat de belangen van de consument in een monopoliesituatie (kijkers kunnen niet kiezen uit verschillende kabelaanbieders of voor hun eigen zenders) toch voldoende zijn gewaarborgd. Alternatieve infrastructuuraanbieders als ether(satelliet), internet, en digitenne worden (nog) niet als serieuze opties beschouwd.
Hoewel omroepdiensten evenzo deel uitmaken van het regelgevend kader voor elektronische communicatie gaat men er echter tot nu toe van uit dat die strengere regels, en met name de mededingsrechtelijke aspecten, niet van toepassing zijn, of in ieder geval dat die soep niet zo heet wordt opgediend dat de mond in juridisch opzicht wordt gebrand. Het effect van het advies is dat sommige programmazenders niet op de kabel verschijnen hetgeen voor de kabelexploitant commercieel ongunstig kan uitvallen. Als men het niet eens is met dit advies kan men bij het Commissariaat voor de Media beroep aantekenen tegen een beslissing van de programmaraad. Ook hier zullen met name mededingingsrechtelijke argumenten in de toekomst zwaarder gaan tellen. Daarmee wordt het meer een zaak voor OPTA en NMa. Als voorbeeld verwijs ik naar de zaak waarbij het Commissariaat voor de Media, in afwijking van het advies van de programmaraad heeft besloten dat UPC Eurosport in Friesland niet hoeft door te geven. De programmaraad had Eurosport in haar basispakket opgenomen. Echter UPC en Eurosport waren overeengekomen dat in gebieden waar UPC digitaal beschikbaar is, de zender alleen nog maar digitaal wordt doorgegeven. Eurosport is een zender die vergoeding vraagt voor doorgifte. Het Commissariaat is van oordeel dat deze pan-Europese afspraken mogelijk zijn. De programmaraad Friesland overweegt beroep.
Ook wil het kabinet af van de situatie dat kabelmaatschappijen de tv-kijker alleen pakketten met veel programmas aanbieden. Het gaat met de kabelsector overleggen over een vastrechtmodel. Evenals bij internet en telefonie wordt dan een vast bedrag in rekening gebracht voor de aansluiting op het netwerk. Vervolgens wordt betaald naarmate men programmas wenst te ontvangen. De vraag is of het adviesmodel van de programmaraad bij dit voorgestane toegangsmodel past.
Evenals bij de overige telecommunicatie dient de toegang tot de kabel immers voor verschillende partijen open te staan en daarmee de concurrentie te bevorderen. Op grond van hoofdstuk 6 van de nieuwe Telecommunicatiewet moet elke partij in principe de mogelijkheid krijgen om zijn diensten aan te bieden over de elektronische communicatienetwerken. Omroep is een van de 18 productmarkten die door de OPTA worden bezien als markt die in aanmerking komt voor ex ante regulering in verband met het optreden van partijen met aanmerkelijke marktmacht. Niet zo vreemd, UPC, Casema en Essent hebben 85% van de kabelmarkt in handen. Hoewel nu nog vaak gescheiden, is het waarschijnlijk dat de kabelmaatschappijen een gentegreerd pakket gaan aanbieden van interactieve diensten, internet en omroep, overigens geheel in lijn met de bedoeling van het elektronische communicatiekader. De programmaraden mogen tot nu toe slechts adviseren over de programmas. Maar zouden zij niet tevens dienen te adviseren over de interactieve programma's die zeker in de toekomst zullen worden aangeboden.
Verder is het nog onduidelijk hoe de selectieprocedure in het advies zich verhoudt met de doorgifte verplichting zoals die in artikel 31 van de Universeledienstenrichtlijn is neergelegd.
Artikel 31
De lidstaten kunnen ten aanzien van nader bepaalde radio- en televisieomroep-netten en -diensten aan de onder hun bevoegdheid ressorterende ondernemingen die elektronische communicatienetwerken aanbieden welke voor de distributie van radio- of televisie-uitzendingen naar het publiek worden gebruikt, redelijke doorgifteverplichtingen opleggen indien deze netwerken voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel zijn om radio- en televisie-uitzendingen te ontvangen. Dergelijke verplichtingen worden alleen opgelegd indien zij noodzakelijk zijn om duidelijk omschreven doelstellingen van algemeen belang te verwezenlijken en moeten evenredig en transparant zijn.
Is het advies een uitwerking van het algemeen belang en wordt in meer transparantie en een rechtvaardiger verdeling voorzien? Welke overwegingen zijn redelijk genoeg om concurrentie te doorkruisen?
Aangezien de programmaraden geen rechtspersoonlijkheid hebben, is het niet ondenkbaar dat de programmaleden hoofdelijk worden aangesproken op hun besluiten. Dit zou gezien de reactie tijdens het congres op deze mogelijkheid de ambitie voor deelname aan programmaraden niet doen toenemen.
Adviezen op het gebied van toegang tot elektronische communicatiediensten kunnen worden beschouwd als censuur, paternalisme en concurrentiebelemmering. Toch is in het verleden serieus gedacht over de instelling van internetredacteurs, sommige aanbieders selecteren al, niet welgevallige diensten worden geweigerd, overigens zonder dat er sprake is van schaarste. Maar ook diensten die in strijd zijn met het recht kunnen worden gedentificeerd. Is daarmee de rol van programmaraden positief te duiden? En is er perspectief voor de toekomst? Maar dan wel op grond van duidelijke criteria, een wettelijke status en met een mogelijkheid om de conflicten zo veel mogelijk in de minne te schikken, de (informatie)wereld is al hard genoeg.
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
