Rapporten en onderzoeken

Vervolgbrief aan de kamer van kabelraden.nl

Op 2 september heeft kabelraden.nl een vervolgbrief gestuurd over de wetgeving voor programmaraden. Op 8 september zal in de kamer hierover in een wetgevingsoverleg gesproken worden.

Brief

Geachte leden,



In een brief van 2 april 2003 heb ik een aantal punten onder uw aandacht gebracht die volgens de programmaraden nadere aandacht zouden behoeven bij de wijziging van de Mediawet. Omdat de behandeling van deze wijziging enige tijd op zich heeft laten wachten geef ik u graag nogmaals een toelichting. In de bijlage treft u ons voorstel voor wijzigingen van de Mediawet aan.



Programmaraden zijn opgericht om een advies te geven over de invulling van de schaarse ruimte op de kabel. Doel van dit advies is om ervoor te zorgen dat de belangen van de consument in een monopolie-situatie toch voldoende zijn gewaarborgd. Kijkers moeten in het basispakket kunnen rekenen op een breed aanbod en daarbij niet alleen afhankelijk zijn van de commercile belangen van de kabelexploitant. Zo zijn het over het algemeen de programma-raden die er voor zorgen dat programmas voor kleinere doelgroepen, zoals het cultuur-programma Arte, of buitenlandse publieke omroepen als TRT (de Turkse zender) worden doorgegeven. De programmaraden worden echter beperkt in deze adviesbevoegdheid doordat in de voorliggende wijziging van de Mediawet het aantal tv-kanalen waarover geadviseerd wordt, wordt gefixeerd op vijftien (waarvan 7 zogenoemde must-carry-zenders). Dat wil zeggen dat programmaraden alle wensen van hun achterban moeten vervullen in 8 zenders. En dat terwijl er gemiddeld door de kabelexploitanten 28 zenders worden doorgegeven aan alle aangeslotenen. Wij stellen dan ook voor de bevoegdheden van de programmaraad uit te breiden, om daarmee de mogelijkheid om verschillende doelgroepen te voorzien te vergroten.



Als de adviesbevoegdheid wordt uitgebreid hoort daarbij ook dat programmaraden werken met een transparante adviesprocedure. In het huidige wijzigingsvoorstel voor de Mediawet wordt daarvoor al een aantal voorstellen gedaan. Wij voegen daar nog een nieuw voorstel aan toe.



Helaas ontbreekt in de wet nog steeds een regeling voor de financiering van programmaraden, zodat het voor veel programmaraden onmogelijk is om aan eisen van professionalisering te voldoen. Wij stellen voor in de wet vast te leggen dat de financiering een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van gemeenten en kabelexploitanten, met daarbij een uitwerking voor het geval deze niet tot overeenstemming komen.



Wij hopen dat u de programmaraden de bevoegdheden en middelen zult geven om een werkelijk pluriform pakket te adviseren dat rekening houdt met de wensen van de kijkers en luisteraars en voldoet aan de eisen van transparante en objectieve besluitvorming.



Met vriendelijke groet,





Marieke van Tuin- Pette

Kabelraden.nl, Landelijk Steunpunt Programmaraden







Amendement op wetsvoorstel 28 639 (Wijziging van de Mediawet)





1. Uitbreiding bevoegdheden



Het huidige artikel 82i Mediawet bevat een regeling met betrekking tot een basispakket en een daarvan deel uitmakend must-carrypakket. Het artikel bepaalt dat een aanbieder van een omroepnetwerk naar alle aangeslotenen tenminste vijftien televisieprogrammas en tenminste vijfentwintig radioprogrammas voor algemene omroep moet uitzenden. Aanvankelijk is deze wetsbepaling, in samenhang met artikel 82j lid 1 Mediawet (() van een door de aanbieder, met inachtneming van artikel 82i, vast te stellen aantal programmas) zo uitgelegd dat de Mediawet de exploitant verplicht een besluit te nemen over het aantal programmas dat hij wil aanbieden, met 15 tv-zenders als benedengrens.

In de Nota van Wijziging die artikel 82k Mediawet (over de instelling van een programmaraad) introduceerde, is een uitleg aan artikel 82i jo. 82j Mediawet gegeven die hiermee niet strookt, namelijk dat de programmaraad alleen adviseert over een basispakket van 15 zenders.

Deze restrictieve uitleg die in feite contra legem is, beperkt de inspraak van programmaraden. Deze beperking dreigt nu een absoluut karakter te krijgen doordat in het huidige wijzigings-voorstel het basispakket - waarover de programmaraden mogen adviseren ook wettelijk gefixeerd wordt op vijftien zenders.



En dat terwijl door de voortschrijdende technologische ontwikkelingen het pakket dat naar alle aangeslotenen wordt doorgegeven (meestal standaardpakket genoemd) veelal meer zenders dan 15 bevat (gemiddeld rond de 28). Dit betekent dat een programmaraad invloed heeft op minder dan 30% van het standaardpakket. De programmaraad kan immers maar adviseren over (15 7 mustcarry =) 8 zenders.



Daarbij moet het advies van de programmaraad ook nog pluriform zijn. De wetgever heeft die eis gesteld, juist om te voorkomen dat in het basispakket alleen die zenders worden opgenomen die een groot publiek trekken. Er zou ook ruimte moeten zijn voor zenders die vooral interessant zijn diverse kleinere groepen kijkers. Zonder tussenkomst van een programmaraad is de doorgifte van zenders als de buitenlandse publieke omroepen, Arte, Discovery Channel of National Geographic aan alle aangeslotenen veelal ondenkbaar.



Een advies van slechts 8 zenders biedt echter onvoldoende ruimte om te voldoen aan deze pluriformiteitseis. Wij stellen dan ook voor om het aantal van 15 zenders, dat nu in de wet wordt genoemd, te verhogen tot 18 zenders. De programmaraden hebben dan, naast de 7 must-carry zenders, de mogelijkheid om binnen een pakket van 11 zenders tot een plurifom voorstel te komen. De invloed van de programmaraad op de samenstelling van het gemiddelde standaardpakket zou daarmee stijgen naar 40%.



Ons voorstel luidt als volgt:



Artikel 82K nieuw:

1. In gemeenten waar een omroepnetwerk aanwezig is, stelt de gemeenteraad

een programmaraad in die de aanbieder van het omroepnetwerk adviseert welke

achttien televisieprogramma's voor algemene omroep en vijfentwintig

radioprogramma's voor algemene omroep hij krachtens artikel 82i, eerste

lid, ten minste uitzendt naar alle aangeslotenen op het netwerk." Etc.







2. Werkwijze van de programmaraad



Wanneer programmaraden meer bevoegdheden krijgen om een advies uit te brengen, zou de programmaraad ook nog meer dan nu het geval is inzicht moeten hebben in de wensen van kijkers en luisteraars. We stellen dan ook voor om in het nieuwe artikel 82n van de Mediawet een bepaling op te nemen die duidelijk maakt dat bij een transparant advies in ieder geval de mogelijkheid hoort om van gedachten te wisselen met programma-aanbieders en achterban (kijkers en luisteraars) over de inhoud van het advies. Deze gedachtewisseling kan zowel voorafgaand aan het advies plaatsvinden als op basis van een concept-advies.

Het desbetreffende artikel zou dan als volgt kunnen luiden:



Artikel 82n nieuw:



1. Een programmaraad beschikt over een reglement waarin in ieder geval regels zijn opgenomen over:

a. de wijze waarop van instelling, de taak en de samenstelling van de programmaraad kenbaar wordt gemaakt aan de aangeslotenen op het omroepnetwerk in het gebied waarop het advies van de programmaraad betrekking heeft, en

b. de totstandkoming, de inhoud, de vaststelling, de openbaarmaking en de geldigheidsduur van het advies van de programmaraad.

2. Het reglement van een programmaraad voorziet in een transparante adviesprocedure waarin ten minste is opgenomen op welke wijze de programmaraad belanghebbenden (daaronder begrepen de aangeslotenen op het omroepnetwerk en belanghebbende programma-aanbieders) in de gelegenheid stelt om hun zienswijze over het te nemen advies naar voren te brengen.



3. Aanvullend voorstel over financiering



Aan de programmaraden worden, terecht, in het voorstel veel eisen gesteld. Voor de uitvoering van die bepalingen is echter een budget nodig. Op dit moment is daarvoor, voor een deel van de programmaraden, nog niets geregeld. De toelichting bij artikel I, onderdeel A zegt over deze financiering: Het ministerie van OCenW heeft inmiddels aangegeven deze kosten voor landelijke (dus centrale) ondersteuning (NB: van programmaraden) te willen dragen, mits de gemeenten en de kabelexploitanten, respectievelijk hun vertegenwoordigers (de VNG en de VECAI), heldere afspraken maken over de financiering van de decentrale ondersteuning van de programmaraden.

In een rapport van van Naem en partners, opgesteld op verzoek van het ministerie van OCenW (november 2001) wordt een indicatie gegeven van de benodigde middelen ( 19.512,55 per jaar). Uit dit rapport blijkt verder dat het overgrote deel van de programmaraden voor meerdere gemeenten adviseert (16 gemeentelijke programmaraden).



In het volgende voorstel proberen we de opdracht die gemeenten en kabelexploitanten hebben gekregen om voor de financiering zorg te dragen verder uit te werken. Het voorstel beoogt duidelijk te maken tot wie de programmaraad zich kan wenden, indien de financiering niet (voldoende) is geregeld.



Voorstel:

Nieuw artikel:

De gemeente of gemeenten die een programmaraad hebben ingesteld en de aanbieder van omroepnetwerk komen overeen op welke wijze in de geldelijke ondersteuning die noodzakelijk is voor het functioneren van de programmaraad wordt voorzien. Voorzover een dergelijke overeenkomst ontbreekt wendt een programmaraad zich tot:

a. de gemeente, indien de programmaraad is ingesteld door n gemeenteraad voor het omroepnetwerk van die gemeente;

b.de aanbieder van het omroepnetwerk, indien de programmaraad is ingesteld door meerdere gemeenteraden conform artikel 82l, lid 2.

Reacties:

Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.

Reageer

Let op: verplichte velden zijn gemarkeerd (*)

Code invoeren
Neem deze code over in het onderstaande veld
Algemeen