Rapporten en onderzoeken
Evaluatie Commissariaat voor de Media
Thema's
Dit evaluatieverslag heeft twee onderdelen. Ten eerste een beschrijving van werkzaamheden en taakuitoefening in de periode 2003-2006, opgesteld door het Commissariaat voor de Media. Dit rapport biedt een doorkijk naar het jaar 2007 waar dit voor de beschrijving van de uiteindelijke resultaten of voor een beter begrip nuttig is. Het geeft een goed overzicht van de diverse taken die het Commissariaat vervult.
Daarnaast heeft ECORYS Nederland BV een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd, met als centrale vraagstelling of de wettelijke taken goed zijn vervuld in de periode 2003-2006 en of het Commissariaat uitvoering geeft aan zijn missie. Daarbij is onderzocht of de interne organisatie en bedrijfsvoering adequaat zijn en hoe betrokken organisaties in het toezichtsveld van het
Commissariaat oordelen over het functioneren van het Commissariaat.
Enkele bevindingen uit het ECORYS-onderzoek
De onderzoekers stellen vast dat het Commissariaat actief invulling geeft aan alle wettelijk opgedragen taken en deze in het overgrote deel van de gevallen goed tot zeer goed uitvoert. Een indicator voor de kwaliteit waarmee het Commissariaat zijn taken uitvoert is de mate waarin bezwaar en beroep wordt aangetekend en in hoeverre besluiten van het Commissariaat bij behandeling door beroepsinstanties stand houden. De onderzoekers stellen vast dat slechts in een heel beperkt deel van de gevallen het besluit moet worden aangepast. Dat is een positief signaal ten aanzien van de rechtmatigheid en proportionaliteit van de besluiten van het Commissariaat.
In de onderzochte periode is veel tijd gaan zitten in zendtijdtoewijzing aan kerkgenootschappen en
genootschappen op geestelijke grondslag, de zogeheten artikel 39f-zendtijd. De onderzoekers stellen vast dat het Commissariaat op het gebied van zendtijdtoe wijzing goed heeft gefunctioneerd: toen duidelijk was dat het oude systeem van toewijzing vanwege de toename van het aantal aanvragen en historisch gegroeide ongelijkheden niet langer houdbaar was, heeft het Commissariaat op een goede wijze zijn verantwoordelijkheid genomen. De besluiten van het Commissariaat zijn, met uitzondering van het toewijzen van zendtijd aan twee moslimorganisaties, bij de rechter overeind gebleven.
Een belangrijke taak van het Commissariaat is het toezicht op naleving van de wettelijke regels door
publieke en commerciële omroeporganisaties. Uit de verzamelde feiten en visies van betrokkenen komt naar voren dat het Commissariaat die taak op serieuze en professionele wijze invult. Het algemene beeld ten aanzien van de kwaliteit van dit toezicht is positief. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat geen reden is om te twijfelen aan de rechtmatigheid van het handelen van het Commissariaat.
Een ander belangrijk onderdeel uit het takenpakket van het Commissariaat betreft het financieel toezicht op publieke omroepinstellingen. Dit onderwerp is in het ECORYS-onderzoek globaal aan de orde geweest, aangezien de Algemene Rekenkamer momenteel een specifiek onderzoek uitvoert naar de financiering van de landelijke publieke omroep. Niettemin is ECORYS, mede ook gezien de
overwegend positieve tot zeer positieve reacties van betrokkenen, positief over de wijze waarop het
Commissariaat zijn taken op het gebied van financieel toezicht vervult.
Dan de efficiëntie van het Commissariaat. De onderzoekers stellen vast dat het Commissariaat een
organisatiestructuur heeft die op logische wijze aansluit bij het takenpakket. Staffuncties zijn, de
omvang van de organisatie in aanmerking nemend, adequaat ontwikkeld. Productie-indicatoren zoals
aantallen besluiten, sancties, bezwaar en beroepsprocedures alsmede de juridische houdbaarheid van besluiten geven volgens hen een beeld van een professionele organisatie die werk aflevert van goede kwaliteit.
De onderzoekers stellen vast dat uit de ruime taakopdracht van het Commissariaat voortvloeit dat deze ook een adviesfunctie heeft. Er is ruimte om in het Jaarverslag en in de jaarlijkse Handhavingsbrief opmerkingen te maken die betrekking hebben op beleid en uitvoering. Het ministerie OCW legt voorstellen tot wijziging van de Mediawet en het Mediabesluit aan het Commissariaat voor ter beoordeling van handhavings- en uitvoeringsaspecten.
De onderzoekers wijzen erop dat het Commissariaat incidenteel de vrijheid neemt om ongevraagd te
adviseren. Een voorbeeld daarvan is de reactie van het Commissariaat op het rapport van de
visitatiecommissie-Rinnooy Kan in 2004. De onderzoekers menen dat een wettelijke basis voor ongevraagd advies ontbreekt en geven in overweging om hier duidelijkheid te verschaffen.
Relatie met andere toezichthouders
Het Commissariaat heeft met de overige toezichthouders werkafspraken op maat gemaakt. Zo is met de NMa een samenwerkingsprotocol getekend, met het Agentschap Telecom een convenant opgesteld en met de OPTA een bevoegdhedenverdeling gemaakt. De onderzoekers stellen vast dat de huidige situatie heel bevredigend is: daar waar de werkterreinen elkaar raken zijn goede afspraken gemaakt en in de praktijk gebracht om samen te werken respectievelijk ‘forumshopping' te voorkomen.
Enkele verbeterpunten
Het totaal oordeel van ECORYS over het functioneren van het Commissariaat is (sterk) positief. Toch doen de onderzoekers enkele suggesties voor verbetering.
Zo raden zij aan om de beleidsregels van het Commissariaat (verder) te verbeteren en partijen die
onder hun toezicht vallen (nog) intensiever te betrekken door middel van consultaties.
Door enkele respondenten werden opmerkingen gemaakt over gebrek aan transparantie; dat zou volgens de onderzoekers aanleiding moeten zijn om de interne processen en de communicatie (opnieuw) kritisch te bezien en waar mogelijk te verbeteren.
Ten aanzien van de zogeheten ‘evenementenzenders' - zenders die voor een korte periode (maximaal enkele weken) uitzendingen verzorgen met een lokaal karakter - merken de onderzoekers op dat hiervoor twee vergunningen vereist zijn: één van het Commissariaat om te mogen uitzenden en één van het Agentschap Telecom om de ether te mogen gebruiken. Hier adviseren de onderzoekers om te komen tot een één-loketsituatie.
