Rapporten en onderzoeken
Invloed consumenten moet beter dan kabinet wil
Thema's
De consument moet meer te zeggen hebben over het kabelaanbod, inclusief het digitale pakket. Dat is de mening van de programmaraden. Het huidige kabinetsvoorstel om programmaraden te vervangen door een stelsel van co-regulering regelt deze consumenteninvloed onvoldoende.
Het afgelopen jaar is er een uitgebreide gedachtewisseling geweest van leden van programmaraden waaruit blijkt dat zij verwachten dat op afzienbare termijn een situatie gerealiseerd wordt waarin consumenten vrij kunnen kiezen voor welke programmas zij al dan niet willen betalen.
Op dat moment is een collectieve regeling van de consumenten-invloed niet langer noodzakelijk. Het bestaan van programmaraden of klantenpanels is daarbij geen doel op zich.
Omdat het aanbod van kanalen op dit moment harder lijkt te groeien dan de capaciteit van de netten blijft er sprake van schaarste op de kabel. De kabel is bovendien voor veel consumenten de aangewezen manier om radio- en tv-zenders tot zich te nemen. Een bijzondere regeling voor de kabel blijft dus de komende tijd noodzakelijk.
Om de balans in de driehoeksverhouding tussen consument, programma-aanbieder en kabelexploitanten in stand te houden dient de consument een stem te hebben in de vraag waar hij wel of niet voor wil betalen. Op dit moment is er nog sprake van dominate aanbieders met een beperkt aantal pakketten en kunnen alleen de programmaraden dat tegenwicht bieden. Programmaraden komen echter bij de uitvoering van hun taak een aantal knelpunten tegen.
Het huidige kabinetsvoorstel bevat elementen die die knelpunten kunnen verminderen. Maar het regelt niet wat het zou moeten doen: vergroting van de invloed van de consument. Consumenten krijgen de mogelijkheid om vrijblijvend mee te praten in een klantenpanel of hun mening te geven in marktonderzoek, maar geen mogelijkheid om hun mening daadwerkelijk doorgevoerd te krijgen bij de kabelexploitant. Juist in deze tijd van machtsconcentraties op de kabel (fusies en overnamens vullen de kranten) zou verhoogde aandacht voor de consumenten-invloed verwacht mogen worden.
Co-regulering de oplossing?
Programmaraden menen dat het huidige voorstel voor co-regulering wel tegemoet komt aan een aantal van de gesignaleerde knelpunten.
Programmaraden streven er naar kijkers en luisteraars invloed te geven op het gehele kabelpakket. Zij menen daarbij dat het kabelaanbod breed samengesteld moet zijn. Onwenselijk is bijvoorbeeld dat kijkers die iets anders willen dan de commercieel interessante zenders, altijd moeten overstappen op een duurder pluspakket. Zij juichen het dan ook toe dat deze uitbreiding van consumenteninvloed naar het gehele pakket uitgangspunt van het co-reguleringsmodel.
Georganiseerde consumenteninvloed kan alleen functioneren als de vertegenwoordigers voldoende middelen hebben. Programmaraden hebben in een aantal gevallen problemen vanwege een beperkt (of geen!) budget. Het nieuwe voorstel biedt de mogelijkheid om deze financiering neer te leggen bij de kabelexploitant.
Al met al brengt het voorstel echter een wezenlijke verslechtering voor de kabelconsument:
-Er ontstaat eenheidsworst in het kabelaanbod. Grote kracht van de huidige gedecentraliseerde advisering is dat het rekening houdt met regionale verschillen, zowel tussen consumenten als bij aanbieders. Zenders hebben de mogelijkheid om hun eigen plaatsje te veroveren en worden minder snel van de markt gedrukt door grote aanbieders die landelijke contracten kunnen afsluiten. Het voorgestelde marktonderzoek daarentegen bevoordeelt reeds bestaande, grote aanbieders. Nieuwe zenders en mensen met specifieke interesses (allochtonen, ouderen, kinderen) zullen daarin per definitie minder gehoord worden. Wat mensen niet kennen kunnen ze ook niet missen
-De kabelexploitant zal bij de samenstelling van het pakket risicos uit de weg willen gaan. Sommige specifieke doelgroepen zijn commercieel niet interessant. Als deze doelgroepen dan ook niet in het marktonderzoek naar voren komen, wordt dit effect nog versterkt;
-Het voorgestelde model lijkt als oplossing hiervoor een kwalitatieve toets in te voeren. Het is echter onduidelijk welke kwaliteit bij die toets nagestreefd wordt;
-Bovendien, en dit is het belangrijkste punt, ontbreekt in het voorstel de mogelijkheid om opvolging van deze toets af te dwingen. In de praktijk blijkt immers nu ook al dat de kabelexploitant steeds nieuwe manieren vindt om af te wijken van het programmaraad-advies. Dat is niet in het belang van de consument. Het co-reguleringsmodel maakt deze vrijblijvendheid alleen maar groter.
Het is bovendien opvallend dat een dergelijke vrijblijvende regeling toch zoveel rompslomp met zich meebrengt: er moet op meerdere punten toetsing door het Commissariaat plaatsvinden, kabelexploitanten kunnen een keuze maken tussen twee systemen (waardoor er dus ook landelijk 2 systemen naast elkaar blijven bestaan) er moeten nieuwe (representatieve!) klantenpanels worden ingesteld en voorlichting aan de consument is verplicht gesteld.
Programmaraden willen graag met het kabinet van gedachten wisselen over de gewenste vorm van consumenteninvloed. Sinds de kabelbrief van 18 maart 2004 is dit voornemen meermalen uitgesproken, maar nog nimmer ten uitvoer gebracht. Dit terwijl programmaraden vaak al jarenlang de belangen van consumenten behartigen en hun brede praktijkervaring graag zouden inzetten voor het verbeteren van de regeling op dit punt.
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
