Thema's
Jurisprudentie
Commissariaat wijst bezwaar UPC inzake France Culture af

Vorige jurisprudentie
Volgende jurisprudentie
Programmaraden
Zenders
Thema's
Het Commissariaat voor de media heeft het bezwaar van UPC tegen de eerdere beslissing van het Commissariaat (16 november 2004), waarin UPC verplicht werd om France Culture door te geven, afgewezen. Dat betekent dat UPC France Culture moet blijven doorgeven (zie Kabelraad 06 voor de eerste uitspraak).
Onderstaand is een samenvatting van de argumentatie van UPC en de Adviescommissie opgenomen. De Adviescommissie is een onafhankelijke commissie, die het Commissariaat adviseert voordat zij uitspraak op bezwaar doen.
Bezwaren van UPC
Auteursrechtelijke aspecten
UPC stelt dat het onmogelijk was de auteursrechten voor de doorgifte van het programma van France Culture te regelen. Uit de correspondentie met BUMA en Radio France mocht UPC concluderen dat het niet mogelijk was de auteursrechten voor France Culture te regelen tegen het gebruikelijke nultarief, hetgeen in lijn is met het UPC-distributiebeleid.
Strijd met het recht
Het beleid van UPC komt erop neer dat, als een radioprogramma niet onder de collectieve BUMA-regeling valt, dit programma rechtenvrij moet worden aangeboden. Indien het Commissariaat UPC dwingt in strijd met dit beleid te handelen door de auteursrechten-vergoeding voor doorgifte van France Culture wel te voldoen, terwijl UPC van andere vergelijkbare programma-aanbieders verlangt dat zij deze kosten zelf dragen, zou zij in strijd handelen met een op haar rustende wettelijke verplichting tot het voeren van een non-discriminatiebeleid.
Wettelijk minimumpakket niet pluriform
UPC is van mening dat het advies van de Programmaraad Haarlem (PRH) over het basispakket evident niet voldoet aan het wettelijk vereiste van een pluriforme samenstelling. De PRH heeft zijn advies volledig laten bepalen door de voorzienbare inhoud van de rest van het standaardpakket en zich in zijn advies bijna uitsluitend gericht op special interestprogrammas.
Voorts heeft de PRH niet alle betrokken belangen bij zijn advisering meegewogen, nu hij weinig begrip heeft getoond voor de redelijke belangen van UPC en hij geen andere, vergelijkbare zender heeft willen adviseren waaraan geen doorgiftekosten verbonden waren, en hij daarentegen halsstarrig bleef vasthouden aan zijn oorspronkelijke advies, alsof er geen enkele belemmering was voor UPC om de radiozender France Culture in het pakket op te nemen.
Financieel-economische exploitatiemogelijkheden
Het standpunt van het Commissariaat, dat de geschatte vergoeding van 0,08 per aansluiting per jaar voor UPC geen zodanige financile gevolgen zal hebben dat de exploitatie van het netwerk daardoor in gevaar komt, is niet onderbouwd. Het Commissariaat heeft hiermee onvoldoende acht geslagen op de indirecte consequenties van zijn besluit.
UPC stelt dat, als zij de auteursrechtenvergoeding voor doorgifte van France Culture volledig op zich neemt, dit zal leiden tot een extra kostenpost van minimaal 100.000,- per jaar. Dit vormt mede gezien de kleine doelgroep die een zender als France Culture aanspreekt een onevenredig hoge kostenpost, die resulteert in een verhoging van het abonnementsgeld of een kostenstijging voor UPC, die niet evenredig en noodzakelijk is als bedoeld in artikel 31 van de Universele Dienstenrichtlijn.
Bovendien zijn de negatieve financile gevolgen van het voorliggende besluit niet alleen direct maar ook, vanwege de non-discriminatieplicht van UPC, indirect; ook andere programma-aanbieders in eenzelfde positie als France Culture zullen met een beroep op het non-discriminatiebeginsel van UPC gelijke behandeling gaan eisen, waardoor haar een enorme lastenverhoging staat te wachten.
UPC schat de extra kosten op een totaalbedrag van 7,4 miljoen per jaar. UPC heeft daarbij aangegeven dat zij de extra kosten niet in het abonnementsgeld wil doorberekenen omdat zij tot n landelijk uniform tarief wil komen. UPCs economische exploitatie zou ernstig worden bemoeilijkt indien zij gedwongen zou worden om per gebied weer verschillende tarieven te gaan berekenen, als gevolg van de keuze van een programmaraad. Dit zou leiden tot een aanzienlijke administratieve belasting. Bovendien zou dit leiden tot een concurrentieachterstand ten opzichte van bijvoorbeeld, Digitenne, KPN TV, en de satelliet. (.)
Tot slot heeft UPC ter hoorzitting haar bezwaar aangevuld in die zin, dat zij verzoekt om vergoeding van schade die zij lijdt als het bestreden besluit in stand blijft. Als er al enige aanleiding bestaat om het bestreden besluit materieel in stand te laten, dan kan dat volgens UPC alleen als evenredig worden aangemerkt als zij compensatie ontvangt voor de kosten die daar rechtstreeks aan verbonden zijn. Om die reden vraagt UPC subsidiair in deze procedure om schadevergoeding van in elk geval het bedrag dat zij voor doorgifte van France Culture moet betalen.
Advies Adviescommissie
Ten aanzien van de gestelde conclusie van UPC dat het niet mogelijk is om de auteursrechten te regelen, meent de Adviescommissie dat er onvoldoende is aangevoerd om tot die slotsom te komen. Er zou volgens de Adviescommissie sprake zijn van zon onmogelijkheid als de aanbieder van het programma France Culture (Radio France) had aangegeven dat zij niet wil dat dit programma in het wettelijk minimumpakket wordt opgenomen. Radio France heeft echter aangegeven dat zij daartegen geen bezwaar heeft. De Adviescommissie wijst er op dat UPC de mogelijkheid heeft zelf de auteursrechten te regelen. De Adviescommissie is van oordeel dat het in strijd handelen met haar eigen beleid, door zelf de auteursrechten te betalen op zichzelf niet als een zwaarwegende reden kan worden beschouwd. Het voldoen aan een wettelijke verplichting prevaleert boven het handelen conform het eigen beleid.
De Adviescommissie wijst er voorts op dat UPC op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten die zouden samenhangen met de doorgifte van France Culture onevenredig (of onevenredig hoog) en niet noodzakelijk zouden zijn. Evenmin is aannemelijk gemaakt dat het zelf regelen van de auteursrechten zou leiden tot het gesuggereerde gevaar voor de financieel-economische exploitatiemogelijkheden van het netwerk. De Adviescommissie is van oordeel dat UPC niet aannemelijk heeft gemaakt dat er meer programma-aanbieders in dezelfde situatie als Radio France zijn welke met succes dezelfde behandeling zouden kunnen eisen, noch dat als die programma-aanbieders er wel zouden zijn het bedoelde effect dan daadwerkelijk zou volgen, en dat er dan onevenredig hoge kosten en/of gevaar voor de financieel-economische exploitatiemogelijkheden van haar netwerk zou(den) ontstaan.
Daarbij wijst de Adviescommissie er nog op dat wanneer het totale wettelijk minimumpakket te duur zou worden, dit een zwaarwegende reden voor afwijking van het advies kan opleveren. Dat in casu zich een dergelijk geval voordoet is de Adviescommissie echter niet gebleken.
De Adviescommissie onderschrijft de stelling niet dat (reeds) sprake is van zwaarwichtige redenen als er een programma is geadviseerd waarvan de doorgifte kosten veroorzaakt die de programma-aanbieder niet bereid is te dragen.
De omstandigheid dat bepaalde informatie mogelijk ook via andere kanalen beschikbaar is, kan volgens de Adviescommissie niet leiden tot de conclusie dat UPC daarom niet meer gehouden zou zijn aan de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit Mediawet.
De Adviescommissie merkt ten aanzien van de door UPC gestelde tekortkomingen in het advies van de PRH op, dat UPC op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat het al of niet doorgeven van France Culture beslissend is voor de vereiste pluriformiteit van het, voor het overige aanvaarde, wettelijk minimumpakket. De stelling van UPC dat het uitgebrachte advies niet voorziet in een voldoende pluriform wettelijk minimumpakket, kan volgens de Adviescommissie, ook als zij op zichzelf juist zou zijn, niet als een zwaarwegende reden voor de afwijking van het advies van de PRH terzake worden aangemerkt.
Voorts wijst de Adviescommissie erop dat anders dan UPC suggereert de PRH niet de plicht heeft om bij de bepaling van zijn advies (tevens) rekening te houden met de (gestelde) financieel-economische en mogelijke andere belangen van UPC. De stelling van UPC dat het advies, nu dit niet is aangepast aan haar bezwaren, gebrekkig zou zijn en zij daarom niet gehouden was dat advies op te volgen, treft volgens de Adviescommissie geen doel.
Wat betreft UPCs verzoek om vergoeding van schade merkt de Adviescommissie op dat er vraagtekens gezet kunnen worden bij het door UPC gekozen woord schade. Hetgeen UPC vergoed zou willen hebben, zo begrijpt de Adviescommissie, zijn namelijk de kosten voor de rechten die samenhangen met de voor haar wettelijk verplichte doorgifte van France Culture. De Adviescommissie is van oordeel dat de kabelexploitant, als openbaarmaker, de plicht heeft om de regeling van deze rechten voor zijn rekening te nemen.
De Adviescommissie is van mening dat het Commissariaat niet aansprakelijk is voor de kosten die voor UPC voortvloeien uit het opvolgen van een wettelijke plicht, ook als het bestuursorgaan UPC aanzet tot het gevolg geven aan die plicht. De plicht tot doorgifte van een geadviseerde zender (welke doorgifte mogelijk kosten meebrengt) komt immers voort uit de wet. De Adviescommissie wijst het verzoek van UPC het Commissariaat te adviseren de schade (of kosten) te vergoeden die voortvloeit (voortvloeien) uit de handhaving van het bestreden besluit, af.
Inmiddels wordt Radio France Culture doorgegeven in Haarlem.
Download 9396_02-06-2005_bezwaar_france_culture.doc
Reacties:
- 2008-11-29 23:56:311.Dr H.m.vos
- Dat FCult. in Haarlem inmiddels wordt doorgegeven, is mij nog niet gebleken. Dit advies wil ik U geven: pak het economisch 'geïnspireerde' vervlakkingsbeleid van UPC aan. Ik pleit niet voor mijzelf.