Jurisprudentie
Het Commissariaat: UPC mag advies Programma-adviesraad Oost over RTBF Musiq3 terzijde schuiven.
Het Commissariaat: UPC mag advies Programma-adviesraad Oost over RTBF Musiq3 terzijde schuiven. Programma-adviesraad Oost (PAO) had in zijn advies het radioprogramma RTBF Musiq3 (RTBF3) opgenomen. UPC geeft aan dat zij niet in staat is RTBF3 in voldoende kwaliteit te ontvangen en daarmee ook niet in staat om dit programma in voldoende kwaliteit door te geven aan haar abonnees. Het commissariaat spreekt uit dat UPC, gelet op artikel 82i, eerste lid, van de Mediawet, verplicht is de radioprogrammas onverkort, ongewijzigd en gelijktijdig met de oorspronkelijke uitzending via het omroepnetwerk uit te zenden. Met ongewijzigd wordt bedoeld dat het signaal van het programma in de kwaliteit moet worden doorgegeven, zoals het wordt aangeboden. Nu UPC het signaal van RTBF3 niet in voldoende kwaliteit kan ontvangen, is het voor UPC niet mogelijk het programma in de oorspronkelijke kwaliteit door te geven aan haar aangeslotenen.
Toelichting
De PAO heeft in zijn radioadvies 2005 over het basispakket de zender RTBF 3 opgenomen. Na het uitbrengen van het advies heeft de PAO bij brief aan UPC laten weten dat als het voor UPC niet mogelijk is dit programma door te geven, France Musiques als vervangend programma wordt aangewezen. De PAO geeft wel aan dat het eerder genoemde programma de voorkeur verdient.
In maart 2005 deelt UPC mee aan de PAO dat zij niet in staat is RTBF3 in voldoende kwaliteit te ontvangen en daarmee ook niet in staat is om dit programma in voldoende kwaliteit door te geven aan haar abonnees. UPC deelt mee het genoemde alternatief (France Musiques) te zullen doorgeven.
De PAO geeft bij brief aan dat zij de reden van UPC om het advies niet op te volgen niet accepteert en verzoekt UPC om het signaal van RTBF3 van derden, bijvoorbeeld Essent Kabelcom, af te nemen. Volgens UPC is dit echter geen redelijke oplossing. Daarop vraagt de PAO het Commissariaat over te gaan tot bestuursrechtelijke handhaving. UPC deelt in die procedure mee aan het Commissariaat dat ze van Essent Kabelcom een opgave van de kosten voor aanvoer van het signaal heeft ontvangen. Deze bedragen nmalig minimaal 30.000 euro en vervolgens ca. 2.000 euro per jaar. Volgens UPC heeft de aanbieder van RTBF3 aangegeven deze kosten niet op zich te willen nemen.
Standpunt partijen
De PAO is van mening dat UPC geen zwaarwichtige reden heeft om van het advies af te wijken. Hij meent dat UPC voldoende mogelijkheden heeft om de zender RTBF3 wel in goede kwaliteit door te geven. Het advies ten aanzien van het programma France Musiques was bedoeld in het geval de doorgifte, en dus niet de ontvangst, van RTBF 3 niet mogelijk was.
UPC stelt het volgende. RTBF 3 kan alleen via de ether worden ontvangen en niet via de satelliet. De zendmast van UPC in Helmond, die deze signalen kan oppikken, kan echter signalen van RTBF3 slechts in beperkte kwaliteit ontvangen. UPC wil deze kwaliteit niet doorgeven aan haar abonnees. Voor UPC is het gebruik maken van de diensten van een andere kabelexploitant geen optie.
UPC zal dan ook het alternatief aangegeven programma, France Musiques, doorgeven. UPC is primair van mening dat zij daarmee het advies van de programmaraad opvolgt.
Mocht het Commissariaat van mening zijn dat UPC wl afwijkt van het advies, dan meent zij:
- daar zwaarwichtige redenen voor te hebben in de technische sfeer;
- dat opvolging van het advies leidt tot een onvoldoende pluriform programmapakket, nu het radioadvies zeven klassieke zenders bevat;
- dat het opvolgen van het advies in strijd komt met het transparante en non-discriminatoire distributiebeleid van UPC. UPC verlangt namelijk van alle programma-aanbieders dat zij de signalen van hun programmas aanleveren bij het regionale kopstation, en zou dat dus ook van RTBF3 moeten eisen. Indien kabelexploitanten de plicht hebben om niet of slecht te ontvangen programmas van derden te betrekken, dan zou dit tot gevolg hebben dat programmaraden om het even welk buitenlands programma zouden kunnen adviseren. Kabelexploitanten zouden dan maar moeten zien hoe ze aan een kwalitatief acceptabel signaal komen.
- De lasten voor UPC wegen niet op tegen het belang dat de aangeslotenen op het omroepnetwerk verzekerd zijn van de ontvangst van het programma.
Beoordeling Commissariaat
In de eerste plaats stelt het Commissariaat vast dat UPC inderdaad is afgeweken van het advies van de PAO voor wat betreft het programma RTBF 3. Het Commissariaat acht zich dan ook bevoegd inhoudelijk in te gaan op het verzoek om handhaving en ziet zich voor de vraag gesteld of er in dit geval voro UPC zwaarwichtige redenen aanwezig waren om van het advies van de PAO ten aanzien van RTBF3 af te wijken. Hierover is het Commissariaat het volgende van oordeel.
Het Commissariaat kan UPC niet volgen in haar oordeel dat het advies een onvoldoende pluriform programma-aanbod tot gevolg heeft. Het primaat om te beoordelen welke programmas in het wettelijk minimunpakket horen berust bij de programmaraad. Het Commissariaat is van oordeel dat de PAO bij zijn advisering heeft voldaan aan zijn wettelijke opdracht.
Met betrekking tot de technische (on)mogelijkheden is het Commissariaat het volgende van oordeel.
Gelet op artikel 82i, eerste lid, van de Mediawet, moet UPC de 15 televisie- en 25 radioprogrammas waarover de programmaraad adviseert onverkort, ongewijzigd en gelijktijdig met de oorspronkelijke uitzending via het omroepnetwerk uitzenden.
Met ongewijzigd is volgens het Commissariaat bedoeld dat het programma in de kwaliteit moet worden doorgegeven, zoals het wordt aangeboden. UPC heeft voldoende aannemelijk kunnen maken dat zij het signaal van RTBF3 in onvoldoende kwaliteit kan ontvangen, althans dat de aanbieder van RTBF3 niet in staat is of bereid is dit signaal in voldoende kwaliteit aan te leveren, zodat het voor UPC ook niet mogelijk is het programma in de oorspronkelijke kwaliteit door te geven aan haar aangeslotenen.
Uit de wetsgeschiedenis over zwaarwichtige redenen is af te leiden dat de wetgever heeft willen voorkomen dat de kabelexploitant door het advies in een positie wordt gebracht waarin opvolging daarvan in strijd met de Mediawet zou handelen. In dit geval is het Commissariaat van oordeel dat UPC door het advies van de programmaraad over RTBF3 in een zodanige positie is gebracht dat zij in strijd moet handelen met het bepaalde in artikel 82 i, eerste lid, van de Mediawet.
Het belang dat de aangeslotenen hebben bij doorgifte van RTBF3 weegt ook niet op tegen de belangen van UPC die hiermee worden geschaad. UPC wil het door de PAO als reserve geadviseerde France Musiques wel in voldoende kwaliteit doorgeven. Dit programma komt uit hetzelfde taalgebied en besteedt aandacht aan nagenoeg dezelfde muziek als RTBF3.
Met inachtneming van de omstandigheden van dit geval en bij afweging van alle betrokken belangen, ziet het Commissariaat dan ook geen grond voor een handhavingsmaatregel zoals door de PAO verzocht.
Toelichting
De PAO heeft in zijn radioadvies 2005 over het basispakket de zender RTBF 3 opgenomen. Na het uitbrengen van het advies heeft de PAO bij brief aan UPC laten weten dat als het voor UPC niet mogelijk is dit programma door te geven, France Musiques als vervangend programma wordt aangewezen. De PAO geeft wel aan dat het eerder genoemde programma de voorkeur verdient.
In maart 2005 deelt UPC mee aan de PAO dat zij niet in staat is RTBF3 in voldoende kwaliteit te ontvangen en daarmee ook niet in staat is om dit programma in voldoende kwaliteit door te geven aan haar abonnees. UPC deelt mee het genoemde alternatief (France Musiques) te zullen doorgeven.
De PAO geeft bij brief aan dat zij de reden van UPC om het advies niet op te volgen niet accepteert en verzoekt UPC om het signaal van RTBF3 van derden, bijvoorbeeld Essent Kabelcom, af te nemen. Volgens UPC is dit echter geen redelijke oplossing. Daarop vraagt de PAO het Commissariaat over te gaan tot bestuursrechtelijke handhaving. UPC deelt in die procedure mee aan het Commissariaat dat ze van Essent Kabelcom een opgave van de kosten voor aanvoer van het signaal heeft ontvangen. Deze bedragen nmalig minimaal 30.000 euro en vervolgens ca. 2.000 euro per jaar. Volgens UPC heeft de aanbieder van RTBF3 aangegeven deze kosten niet op zich te willen nemen.
Download 9884_25-10-2005-_rtbf.doc
Standpunt partijen
De PAO is van mening dat UPC geen zwaarwichtige reden heeft om van het advies af te wijken. Hij meent dat UPC voldoende mogelijkheden heeft om de zender RTBF3 wel in goede kwaliteit door te geven. Het advies ten aanzien van het programma France Musiques was bedoeld in het geval de doorgifte, en dus niet de ontvangst, van RTBF 3 niet mogelijk was.
UPC stelt het volgende. RTBF 3 kan alleen via de ether worden ontvangen en niet via de satelliet. De zendmast van UPC in Helmond, die deze signalen kan oppikken, kan echter signalen van RTBF3 slechts in beperkte kwaliteit ontvangen. UPC wil deze kwaliteit niet doorgeven aan haar abonnees. Voor UPC is het gebruik maken van de diensten van een andere kabelexploitant geen optie.
UPC zal dan ook het alternatief aangegeven programma, France Musiques, doorgeven. UPC is primair van mening dat zij daarmee het advies van de programmaraad opvolgt.
Mocht het Commissariaat van mening zijn dat UPC wl afwijkt van het advies, dan meent zij:
- daar zwaarwichtige redenen voor te hebben in de technische sfeer;
- dat opvolging van het advies leidt tot een onvoldoende pluriform programmapakket, nu het radioadvies zeven klassieke zenders bevat;
- dat het opvolgen van het advies in strijd komt met het transparante en non-discriminatoire distributiebeleid van UPC. UPC verlangt namelijk van alle programma-aanbieders dat zij de signalen van hun programmas aanleveren bij het regionale kopstation, en zou dat dus ook van RTBF3 moeten eisen. Indien kabelexploitanten de plicht hebben om niet of slecht te ontvangen programmas van derden te betrekken, dan zou dit tot gevolg hebben dat programmaraden om het even welk buitenlands programma zouden kunnen adviseren. Kabelexploitanten zouden dan maar moeten zien hoe ze aan een kwalitatief acceptabel signaal komen.
- De lasten voor UPC wegen niet op tegen het belang dat de aangeslotenen op het omroepnetwerk verzekerd zijn van de ontvangst van het programma
Beoordeling Commissariaat
In de eerste plaats stelt het Commissariaat vast dat UPC inderdaad is afgeweken van het advies van de PAO voor wat betreft het programma RTBF 3. Het Commissariaat acht zich dan ook bevoegd inhoudelijk in te gaan op het verzoek om handhaving en ziet zich voor de vraag gesteld of er in dit geval voro UPC zwaarwichtige redenen aanwezig waren om van het advies van de PAO ten aanzien van RTBF3 af te wijken. Hierover is het Commissariaat het volgende van oordeel.
Het Commissariaat kan UPC niet volgen in haar oordeel dat het advies een onvoldoende pluriform programma-aanbod tot gevolg heeft. Het primaat om te beoordelen welke programmas in het wettelijk minimunpakket horen berust bij de programmaraad. Het Commissariaat is van oordeel dat de PAO bij zijn advisering heeft voldaan aan zijn wettelijke opdracht.
Met betrekking tot de technische (on)mogelijkheden is het Commissariaat het volgende van oordeel.
Gelet op artikel 82i, eerste lid, van de Mediawet, moet UPC de 15 televisie- en 25 radioprogrammas waarover de programmaraad adviseert onverkort, ongewijzigd en gelijktijdig met de oorspronkelijke uitzending via het omroepnetwerk uitzenden.
Met ongewijzigd is volgens het Commissariaat bedoeld dat het programma in de kwaliteit moet worden doorgegeven, zoals het wordt aangeboden. UPC heeft voldoende aannemelijk kunnen maken dat zij het signaal van RTBF3 in onvoldoende kwaliteit kan ontvangen, althans dat de aanbieder van RTBF3 niet in staat is of bereid is dit signaal in voldoende kwaliteit aan te leveren, zodat het voor UPC ook niet mogelijk is het programma in de oorspronkelijke kwaliteit door te geven aan haar aangeslotenen.
Uit de wetsgeschiedenis over zwaarwichtige redenen is af te leiden dat de wetgever heeft willen voorkomen dat de kabelexploitant door het advies in een positie wordt gebracht waarin opvolging daarvan in strijd met de Mediawet zou handelen. In dit geval is het Commissariaat van oordeel dat UPC door het advies van de programmaraad over RTBF3 in een zodanige positie is gebracht dat zij in strijd moet handelen met het bepaalde in artikel 82 i, eerste lid, van de Mediawet.
Het belang dat de aangeslotenen hebben bij doorgifte van RTBF3 weegt ook niet op tegen de belangen van UPC die hiermee worden geschaad. UPC wil het door de PAO als reserve geadviseerde France Musiques wel in voldoende kwaliteit doorgeven. Dit programma komt uit hetzelfde taalgebied en besteedt aandacht aan nagenoeg dezelfde muziek als RTBF3.
Met inachtneming van de omstandigheden van dit geval en bij afweging van alle betrokken belangen, ziet het Commissariaat dan ook geen grond voor een handhavingsmaatregel zoals door de PAO verzocht.
Download 7034_biref_hanhaving_adviesraad_oost_rtbf.doc
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
