Jurisprudentie
UPC krijgt boete van 50.000 euro voor niet doorgeven van Arte in Gelderland Oost, UPC hoeft TCM niet door te geven en kanaaldeling toe te staan richting UPC

Vorige jurisprudentie
Volgende jurisprudentie
Programmaraden
Zenders
Thema's
De programmaraad Gelderland-Oost had bij brief van 3 januari 2005 om bestuurlijke handhaving gevraagd jegens UPC inzake het uitzenden van de televisieprogrammas ARTE, Turner Classic Movies en NDR3 in het wettelijk minimumpakket. Arte en TCM waren in kanaaldeling geadviseerd. De programmaraad adviseert voor de gemeenten Aalten, Brummen, Dinxperlo, Doetinchem, Gendringen, Hengelo, Lichtenvoorde, Lochem, Ruurlo, Bergh, Vorden, Warnsveld, Zelhem en Zutphen.
De programmaraad had zijn advies op 23 april kenbaar gemaakt aan UPC. UPC weigerde echter het advies uit te voeren.
Bij brief van 13 september 2004 deelt UPC aan de PGO mee dat TCM schriftelijk heeft laten weten niet beschikbaar te zijn voor doorgifte. Ter zitting van 24 februari 2005 deelt UPC mee dat het programma NDR3 op 1 maart 2005 aan het wettelijk minimumpakket zal worden toegevoegd.
uitspraak
In de uitspraak zegt het Commissariaat over Arte :
Zoals het Commissariaat in zijn eerdere beslissingen inzake de Stichting Programmaraad Rotterdam/UPC/ARTE (16 november 2004), de Programmaraad Haarlem/UPC/France Culture (16 november 2004) en de Stichting Algemene Programmaraad/UPC/ARTE (24 maart 2005), heeft geoordeeld, gaat het in dergelijke kwesties om de vraag of UPC de auteursrechtelijke aspecten ten aanzien van het doorgeven in Nederland van het programma ARTE niet kan of niet wil regelen.
Verwijzend naar voormelde beschikkingen komt het Commissariaat ook in de onderhavige kwestie tot het oordeel dat de door UPC aangevoerde argumenten om het programma ARTE niet uit te zenden niet als zwaarwichtige redenen kunnen worden beschouwd. Mede, omdat de aangevoerde argumenten grotendeels overeenkomen met de argumenten, die in voormelde zaken zijn ingebracht.
TCM
Het Commissariaat stelt in casu vast dat programma-aanbieder van TCM, bij brief van 17 augustus 2004, UPC gemotiveerd in kennis heeft gesteld van het feit dat het programma niet beschikbaar is voor doorgifte in het analoge pakket van de gemeenten waarvoor de PGO adviseert. Het Commissariaat is van oordeel dat de aanbieder van het programma TCM hiermee uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat is gekozen voor een andere wijze van doorgifte van haar programma dan in (analoge) wettelijk minimumpakket dan wel standaardpakket.
NDR3
UPC heeft ter zitting aangegeven dat zij het advies van de PGO ten aanzien van het programma NDR3 op 1 maart 2005 zal opvolgen. Het Commissariaat is van oordeel dat UPC het advies ten aanzien van dit onderdeel dan ook opvolgt en dat derhalve geen sprake is van een overtreding als bedoeld in artikel 82k, vijfde lid, van de Mediawet.
Kanaaldeling
Het Commissariaat heeft in zijn brief van 24 maart 2004, kenmerk ZKZ-001296-ho, aan de PGO meegedeeld dat een aanbieder van een omroepnetwerk gerechtigd is om aan te geven welk kanaal (of kabelfrequentie) aan een programma wordt toegewezen. De programmaraad noch het Commissariaat kan een aanbieder van een omroepnetwerk dwingend voorschrijven welk kanaal (of kabelfrequentie) hij moet reserveren voor een programma. De aanbieder van een omroepnetwerk is daar vrij in, zolang hij voldoet aan zijn verplichting die volgt uit het bepaalde in artikelen 82i, eerste lid, en 82k, eerste lid, van de Mediawet. Hij moet dus het wettelijk minimumpakket van 15 televisie- en 25 radioprogrammas, waarvan de programmaraad de samenstelling of inhoud heeft vastgesteld, uitzenden naar alle aangeslotenen op zijn omroepnetwerk(en). Dit geldt evenzo voor kanaaldeling. Indien een programma-aanbieder geen volledig programma uitzendt dan heeft de aanbieder van een omroepnetwerk de bevoegdheid om de frequentie voor de duur dat deze niet wordt benut toe te wijzen aan een andere programma-aanbieder. Eveneens is dat het geval indien een programma-aanbieder niet permanent wenst te beschikken over zijn toegewezen kabelfrequentie.
Ten overvloede merkt het Commissariaat hier op dat een programmaraad zwaarwegend adviseert over 15 televisie- en 25 radioprogrammas en niet over kanalen of kabelfrequenties. Voorts is in de wet opgenomen dat een programmaraad desgevraagd mag adviseren over een groter programmapakket of over het totale aanbod van programmas van een omroepnetwerk. Uiteraard staat het een programmaraad vrij om gevraagd en ongevraagd over allerlei zaken te adviseren, zoals het opstellen van een reservelijst of kanaaldeling. Het gewicht van de adviezen van de programmaraad is echter verschillend. Mediawettelijk is enkel het advies over de eerste 15 televisieprogrammas (en 25 radioprogrammas) zwaarwegend. Over de rest kan en mag de programmaraad adviseren. De aanbieder van een omroepnetwerk is echter niet aan een dergelijk advies gebonden, maar kan daarvan afwijken, ook al worden geen zwaarwichtige redenen aangevoerd.
Het Commissariaat concludeert derhalve dat UPC het advies van PGO ten aanzien van kanaaldeling niet dient op te volgen.
Conclusie
Het Commissariaat stelt vast dat UPC zonder zwaarwichtige redenen is afgeweken van het advies van de PGO om het programma ARTE in het wettelijk minimumpakket televisieprogrammas op te nemen. Ten aanzien van de programmas TCM en NDR3, kanaaldeling en het afwijken van de door de PGO geadviseerde implementatiedatum ziet, met inachtneming van de omstandigheden van dit geval en bij afweging van alle betrokken belangen, het Commissariaat geen grond voor een handhavingsmaatregel jegens UPC, zoals door de PGO verzocht.
Gelet op het feit dat UPC in dit geval is afgeweken van een advies ten aanzien van een televisieprogramma en alle aangeslotenen op het omroepnetwerk in de gemeenten waarvoor de PGO adviseert, verstoken blijven van het programma ARTE, is een boete van 50.000,-, op zijn plaats.
Download 9395_14-06-2005-_gelderland_oost-_arte.doc
Download 3934_brief_cvdm,_handhaving_tv-advies_04-05.doc
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
