Jurisprudentie
Bezwaar Programmaraad Gelderland Oost verschuiven advies termijnen door UPC afgewezen
Vorige jurisprudentie
Programmaraden
Thema's
Het Commissariaat voor de Media heeft het bezwaar dat de programmaraad Gelderland Oost had ingediend afgewezen.
Gezien het bezwaarschrift van 4 juni 2004 van de Programmaraad Gelderland-Oost tegen het besluit van het Commissariaat voor de Media van 18 mei 2004, waarbij het Commissariaat voor de Media het verzoek van de Programmaraad Gelderland-Oost, om bestuurlijke handhaving van het bepaalde in 82k, tweede lid, van de Mediawet, jegens UPC Nederland, heeft afgewezen,
Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,
Gelet op het bepaalde in het artikel 82k, tweede lid, artikel 134 en artikel 135 van de Mediawet,
Gelet op de Beleidsregels inzake afwijken door aanbieder van een omroepnetwerk van programmaraadadvies (handhaving van artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet) van
9 oktober 2001,
Overwegende:
1. Procedure
Bij brief van 9 april 2004 verzoekt de Programmaraad Gelderland-Oost (hierna: de PGO) het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) om bestuursrechtelijke handhaving, omdat UPC Nederland (hierna: UPC) niet op of omstreeks 1 april 2004 is overgegaan tot implementatie van het radioadvies voor de periode 2004-2005.
Bij besluit van 18 mei 2004 heeft het Commissariaat het verzoek van de PGO afgewezen.
De PGO heeft zich niet met dit besluit kunnen verenigen en heeft daartegen bij brief van 4 juni 2004 bezwaar aangetekend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het Commissariaat op 29 juli 2004 de PGO en UPC gehoord. Het verslag van deze hoorzitting zal worden nagezonden.
2. Relevante feiten
UPC is de aanbieder van de omroepnetwerken in de gemeenten Aalten, Brummen, Dinxperlo, Doetinchem, Gendringen, Hengelo, Lichtenvoorde, Lochem, Ruurlo, Bergh, Vorden, Warnsveld, Zelhem en Zutphen. De omroepnetwerken in voornoemde gemeenten zijn gekoppeld en functioneren feitelijk als n omroepnetwerk.
De PGO is de door de gemeenteraden van bovengenoemde gemeenten ingestelde programmaraad, die UPC, op grond van artikel 82k, eerste lid, van de Mediawet, adviseert welke 15 televisieprogrammas en 25 radioprogrammas ten minste worden uitgezonden naar alle aangeslotenen op het omroepnetwerk.
Bij brief van 28 augustus 2003 deelt UPC aan de PGO mee dat de jaarlijkse implementatiedatum van het advies voor televisie zal worden verzet van 1 september naar 1 juli. Tevens deelt UPC in deze brief mee dat de jaarlijkse implementatiedatum van het radioadvies zal worden verzet van
1 april naar 1 juli. Ten behoeve van de periode 2004-2005 verzoekt UPC de PGO om uiterlijk
1 januari 2004 zijn advies voor radio en televisie af te geven.
Bij e-mail van 29 augustus 2003 deelt de PGO aan UPC mee dat hij niet zonder meer akkoord gaat met de gewijzigde implementatiedata.
Bij brief van 12 november 2003 verzoekt UPC aan de PGO zijn televisieadvies 2004-2005 uiterlijk
1 maart 2004 af te geven, zodat op 1 juli 2004 dit advies tegelijkertijd met het radioadvies 2004-2005 kan worden gemplementeerd.
Bij brief van 22 november 2003 deelt de PGO aan UPC mee dat hij niet akkoord kan gaan met de wijziging van de implementatiedatum.
Bij brief van 19 februari 2004 deelt UPC aan de PGO mee dat zij de implementatiedatum van 1 juli zal handhaven. Zij deelt tevens mee dat zij, indien het tv-advies op een later tijdstip dan 1 maart wordt ontvangen, geen invoering van het advies per 1 juli kan garanderen.
Per e-mail van 11 maart 2004 bevestigt UPC de ontvangst van het radioadvies 2004-2005 van de PGO en deelt mee dat als het advies technisch uitvoerbaar is, de implementatie van het advies op 1 juli 2004 zal plaatsvinden.
Bij brief van 3 mei 2004 deelt UPC aan de PGO mee dat hij het radioadvies 2004-2005 overneemt en per 1 juli 2004 invoert, met uitzondering van het programma Radio 192.
3. Ontvankelijkheid
Nu het bestreden besluit bij brief van 19 mei 2004 aan de PGO is verzonden en het bezwaarschrift dateert van 4 juni 2004 heeft de PGO tijdig bezwaar gemaakt. Tevens zijn de gronden van bezwaar binnen de door het Commissariaat daartoe gestelde termijn ingediend.
Nu het bezwaarschrift en de gronden daarvan door de PGO tijdig zijn ingediend, de PGO als belanghebbende kan worden aangemerkt en overigens aan alle wettelijke vereisten is voldaan, is hij ontvankelijk in zijn bezwaren.
4. Bezwaren
Het Commissariaat heeft kennis genomen van de bezwaren van de PGO, zoals verwoord in zijn brief van 4 juni 2004 en zoals toegelicht op de hoorzitting ten overstaan van het Commissariaat op 29 juli 2004.
Die bezwaren kunnen als volgt worden samengevat.
Volgens de PGO is er geen wettelijke bepaling die UPC het recht geeft om tijdelijk het advies van de PGO niet uit te voeren. UPC heeft niet kunnen aantonen wat voor haar de zwaarwichtige redenen zijn om het advies niet op 1 april 2004 te implementeren. Volgens de PGO is het Commissariaat in deze zaak dan ook bevoegd om handhavend op te treden. Nu ontstaat door de handelwijze van UPC een hiaat in de werkwijze van de PGO. Als UPC naar eigen inzicht de datum van invoering van het advies kan bepalen, dan ontstaat het gevaar dat ze het helemaal niet invoert. Dat kan nooit de bedoeling van de wetgever zijn geweest.
Volgens de PGO gaat het Commissariaat voorbij aan de consumentenbelangen die worden geschaad door het wijzigen van de zenderindeling in een vakantieperiode;
De PGO bestrijdt dat UPC de programmaraden gemotiveerd over de wijziging heeft genformeerd. De reden om tot gelijktijdige implementatie van het radio- en televisieadvies over te gaan is niet nader toegelicht. Uit een inventarisatie van het landelijk steunpunt Kabelraden.nl, blijkt niet dat de meerderheid van de programmaraden heeft geadviseerd volgens de nieuwe data.
De wetgever heeft de programmaraden niet ingesteld met de intentie om kabelexploitant de vrije hand te geven voor wat betreft de uitvoering van het advies. Het advies dient in principe terstond en onverwijld te worden gemplementeerd, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. De PGO acht het echter reel en in het belang van de consument dat de kabelexploitant voldoende tijd krijgt om het advies te implementeren. De termijn die UPC nu neemt voor de implementatie vindt de PGO niet reel.
Standpunt Commissariaat
Ten aanzien van het tijdelijk niet uitvoeren van een advies, merkt het Commissariaat op dat dit noodzakelijkerwijs met zich brengt dat gedurende een langere periode uitvoering wordt gegeven aan het daaraan voorafgaande advies van de PGO.
Zoals in het bestreden besluit staat aangegeven komen de argumenten van UPC om de implementatiedatum voor alle adviezen van de programmaraad in haar verzorgingsgebied gelijk te stellen, het Commissariaat niet onredelijk voor.
Het Commissariaat stelt vast dat UPC, door af te wijken van invoeringsdatum, geen enkele bepaling uit de Mediawet overtreedt. Noch blijkt uit de parlementaire geschiedenis van de Mediawet dat UPC hiermee in strijdt handelt met de geest en bedoeling van de Mediawet. Zoals in het bestreden besluit is aangegeven, kan alleen een bestuursrechtelijke maatregel worden genomen, indien een wettelijk voorschrift is overtreden.
5. Conclusie
Het Commissariaat concludeert dat hetgeen door de PGO in de bezwaarprocedure naar voren is gebracht, niet kan leiden tot een ander oordeel dan dat welke vervat is in het bestreden besluit.
6. Besluit
I. Het Commissariaat besluit tot ongegrondverklaring van de bezwaren van PGO tegen het besluit van 18 mei 2004.
II. Het Commissariaat handhaaft zijn besluit van 18 mei 2004 met dien verstande dat de motivering op voorstaande wijze wordt aangevuld.
Download 3660_uitspraak_bezwaar_gelderland_oost.doc
Download 3152_bezwaarschrift__programmaraad_gelderland_oost-_termijnen.doc
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
