Jurisprudentie
Uitspraak Rechtbank: Casema- Bollenstreek
Vorige jurisprudentie
Volgende jurisprudentie
Programmaraden
Op 25 november j.l. heeft rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van Casema (eiseres) tegen het Commissariaat voor de Media (CvdM, verweerder). De rechtbank heeft het beroep van Casema gegrond verklaard en het besluit van het CvdM vernietigd. Het Commissariaat zal waarschijnlijk in beroep gaan bij de Raad van State via een spoedprocedure.
In het onderstaande wordt ingegaan op die onderdelen van de uitspraak die van belang zijn voor programmaraden. De onderstaande teksten geven een samenvatting; de gehele tekst is onderaan na te lezen in een document.
Toelichting: ontstaan en loop van het geding
Op 14 juni 2002 heeft de programmaraad Bollenstreek geadviseerd over het basispakket. Daarop heeft Casema laten weten dat het advies met betrekking tot de opname van de programma's RTL4, Yorin en SBS6 niet overgenomen kon worden, omdat deze programma-aanbieders geen toestemming geven voor opname van de programma's in het basispakket. (NB: Casema kent een fysieke scheiding tussen basis- en standaardpakket. Abonnees kunnen kiezen tussen het beperkte (basis) pakket of het uitgebreidere basis + standaardpakket, uiteraard tegen een hoger tarief).
De programmaraad heeft vervolgens (17 september 2002) handhaving van het advies gevraagd bij de het CvdM.
Het CvdM heeft op 10 december de programmaraad in het gelijk gesteld. Op het daarop volgende bezwaarschrift van Casema heeft het CvdM besloten de boete, die in eerste instantie was opgelegd, om te zetten in een "voorwaardelijke boete", en voor de rest de uitspraak te handhaven.
Hiertegen heeft Casema beroep ingesteld bij de rechtbank.
Motivering Casema
Casema geeft aan dat zij een zwaarwichtige reden had om af te wijken van het advies van de programmaraad. Er was geen toestemming de genoemde programma's te vespreiden via het basispakket. Van Casema kan niet verwacht worden dat zij inbreuk maakt op de rechten van de commerciele omroepen en zich blootstelt aan civielrechtelijke acties en strafrechtelijke vervolging. De wetsgeschiedenis noemt deze situatie als een voorbeeld waarin sprake is van een zwaarwichtige reden als bedoeld in artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet. (...)
Casema meent dat haar belang moet worden gesteld boven het belang van de programmaraad, gelet op de omstandigheid dat het merendeel van de aangeslotenen niet verstoken blijft van ontvangst van de betreffend programma's en gelet op het feit dat zij wordt blootgesteld aan vorderingen uit hoofde van wanprestatie en auteursrechtinbreuk en gezien de grote gevolgen voor haar bedrijfsvoering.
Motivering rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank moet voorop gesteld worden dat - anders dan eiseres veronderstelt - het enkele feit dat programma-aanbieders geen toestemming verlenen voor doorgifte van hun programma's via het wettelijk minimumpakket, niet de conclusie rechtvaardigt dat reeds op basis daarvan met succes een beroep kan worden gedaan op het bestaan van zwaarwichtige redenen voor de kabelexploitant om af te wijken van het advies van de programmaraad. Naar het oordeel van de rechtbank doet een dergelijke veronderstelling onvoldoende recht aan allerlei nuances die bij de beantwoording van de vraag of met succes een beroep kan worden gedaan op het bestaan van zwaarwichtige redenen, moeten worden betrokken.
Op grond van artikel 82k, tweede lid van de Mediawet rust op de kabelexploitant de verplichting om het advies van de programmaraad voor zover dit het wettelijk minimumpakket betreft, op te volgen. (...) Deze verplichting brengt met zich dat de kabelexploitant in beginsel al het nodige moet doen om te voldoen aan deze verplichting. Anders gezegd: op de kabelexploitant rust een verplichting zich ervoor in te spannen dat gevolg kan worden gegeven aan het advies van de programmaraden. Dat betekent dat van de kabelexploitant verwacht mag worden dat hij niet zonder slag of stoot gehoor geeft aan de wens van de programma-aanbieders.Dat is niet anders als de belangen van de kabelexploitant en de programma-aanbieders bij doorgifte van de programma's in het standaardpakket parallel lopen. Ook in dat geval zal moeten worden bezien of het standpunt van de programma-aanbieders ruimte laat voor onderhandelingen ten einde te voorkomen dat men in een situatie belandt waardoor het opvolgen van het advies van de programmaraad onmogelijk wordt. De kabelexploitant heeft in deze een eigen verantwoordelijkheid. Hij kan dus niet in alle gevallen waarin de programma-aanbieder te kennen heeft gegeven dat hij niet langer wenst dat zijn programma's in het basispakket worden uitgezonden, los van de omstandigheden van de concrete situatie, zonder meer gevolg geven aan de wens van de programma-aanbieder om zich vervolgens met succes te beroepen op het bestaan van zwaarwichtige redenen.
De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval aannemelijk is geworden dat de programma-aanbieders zich van meet af aan op het standpunt hebben gesteld dat hun programma's niet langer mochten wroden doorgegeven via het basispakket. Dat er ondanks deze opstelling van de programma-aanbieders nog voldoende ruimte bestond voor Casema om te bewerkstelligen dat deze programma's toch via het basispakket mochten worden doorgegeven, is niet gebleken.
(..)
De rechtbank heeft daarbij tevens in aanmerking genomen het feit dat de nadelige gevolgen voor de consument bij het niet opvolgen van het advies in het onderhavige geval beperkt zijn. Niet gezegd kan worden dat de programma's door de opstelling van de programma-aanbieders niet dan wel in aanzienlijk mindere mate beschikbaar zijn voor de televisie in de regio waarin Casema exploiteert.
(..)
Conclusie
De rechtbank komt tot de volgende conclusie. Gelet op het feit dat Casema geconfronteerd werd met het ontbreken van toestemming voor doorgifte van de betreffende programma's via het door Casema aangeboden basispakket en niet gezegd kan worden dat Casema de haar geboden ruimte in het standpunt van de programma-aanbieders onvoldoende heeft aangegrepen om alsnog toe te werken naar een situatie waarin voldaan kon worden aan het advies van de programmaraad, vormt het ontbreken van toestemming van de programma-aanbieders in het onderhavige geval een zwaarwichtige reden voor Casema om af te wijken van het advies van de programmaraad.
Download 1938_bollenstreek_casema.pdf
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
