Jurisprudentie

Bezwaar UPC verplichting Animal Planet door te geven ongegrond verklaard

Jurisprudentie

Het Commissariaat voor de Media (CVDM) heeft vastgesteld dat zijn eerdere besluit UPC op haar verplichting te wijzen het programma Animal Planet in de gemeente Haarlem uit te zenden, dient te worden gehandhaafd

Er zijn geen zwaarwichtige redenen om van het advies van de Programmaraad Haarlem (PRH) om Animal Planet in het basispakket op te nemen af te wijken. De programmaraad had in haar televisie-advies 2002-2003 Animal Planet opgenomen. UPC echter weigerde Animal Planet door te geven, omdat de zender een kleine vergoeding vraagt voor doorgifte. De PRH is toen naar het CVDM gegaan om UPC te dwingen de zender op te nemen in het basispakket. Het CVDM heeft de PRH gelijk gegeven en UPC gewezen op haar verplichting Animal Planet in Haarlem door te geven. UPC deed dit niet direct waarna de PRH via het dreigen met een kort geding als niet onmiddelijk met uitzenden van Animal Planet werd gestart in Haarlem, de doorgifte afdwong.

UPC is in beroep gegaan tegen de uitspraak en weer in het ongelijk gesteld door het CVDM.

de Rechtbank Rotterdam is in zijn uitspraken d.d. 17 september 2002 (inzake Programmaraad Zuid-Holland Zuid/Rijnmond/Rotterdam/UPC/Eurosport) met het Commissariaat van oordeel dat een programmaraad te zeer in zijn taak (een pluriform wettelijk minimumpakket samenstellen) wordt beperkt indien nimmer programmas zouden mogen worden geadviseerd ten aanzien waarvan de aanbieder enige vergoeding verlangt; indien de vrees/verwachting dat betaling aan de ene programma-aanbieder ertoe zou kunnen leiden dat ook andere programma-aanbieders een vergoeding vragen, wordt aanmerkt als een zwaarwichtige reden om van het programmaraadadvies af te wijken, dan zou de programmaraad nimmer een programma kunnen adviseren waarvoor de aanbieder een vergoeding verlangt, hetgeen de programmaraad nu juist, ook volgens de rechtbank, in zijn taak belemmert; daarenboven heeft UPC op geen enkele wijze aangetoond dat de betaling van een vergoeding, voor uitzending van het programma Animal Planet, aan Discovery alsmede de bovenbedoelde vrees/verwachting van precedentwerking, en aldus gevolg gevend aan het advies van de PRH, de financieel economische exploitatiemogelijkheden van haar omroepnetwerk in gevaar brengt; de aanduiding geringe vergoeding is slechts voor het onderscheid tussen een substantile vergoeding, die de exploitatie in gevaar kan brengen, en een geringe vergoeding, waarvan betaling niet kan worden aangemerkt als een zwaarwichtige reden; van de mediawettelijke verplichting het advies van een programmaraad op te volgen zal UPC niet kunnen worden ontheven, ook niet indien de door UPC opgestelde en te hanteren uitgangspunten ten behoeve van de, met name toekomstige, distributie van televisieprogrammas daarmee in strijd zijn; van een zwaarwichtige reden, als bedoeld in artikel 82k, tweede lid, Mediawet is geen sprake; de uitzending van Animal Planet geschiedde tot en met 31 december 2002 op grond van de tussen UPC en Discovery overeengekomen Binding Short Form Agreement d.d. 9 augustus 2001; ten behoeve van de uitzending van dit programma voor de periode met ingang van 1 januari 2003 zijn partijen nog in onderhandeling; UPC heeft aangegeven dat de onderhandelingen zich in een afrondende fase een kwestie van enkele weken bevinden; het Commissariaat blijft derhalve van oordeel dat er geen sprake is van een extreme situatie die voor UPC een zwaarwichtige reden oplevert om van het PRH-advies af te wijken; overigens vindt UPC de hoogte van de door Discovery verlangde vergoedingen voor analoge en digitale uitzendingen van Animal Planet tezamen excessief; UPC geeft aan dat, indien zij geweten had dat Animal Planet beschikbaar zou blijven voor analoge uitzending, de hoogte van de vergoeding voor digitale uitzending een stuk lager was uitgevallen; echter UPC klaagt over vergoedingen waarover, voor wat de hoogte betreft, op enig moment overeenstemming is bereikt; nu UPC en Discovery inmiddels in onderhandeling zijn getreden met betrekking tot een overeenkomst voor ten minste de periode van 1 januari tot 1 september 2003, met als uitgangspunt de hiervoor bedoelde vergoedingen, handhaaft het Commissariaat zijn oordeel dat er ook in dit opzicht geen sprake is van een extreme situatie, die het afwijken van het PRH-advies rechtvaardigt; het Commissariaat geeft in zijn bestreden besluit geen oordeel over de redelijkheid van de door UPC gestelde voorwaarden; het Commissariaat stelt slechts vast dat er geen overeenstemming bestaat tussen partijen omtrent het uitzenden van Animal Planet; het Commissariaat handhaaft zijn oordeel dat de inhoud van de overeenkomst met de gemeente Haarlem geen zwaarwichtige reden bevat om van het programmaraadadvies af te wijken; het Commissariaat kan UPC niet volgen in haar constatering dat hij het kennelijk nodig gevonden heeft zijn beleid te wijzigen; niets is minder waar, nu het Commissariaat, ook in het door UPC naar voren gehaalde besluit en de beslissing op bezwaar, al geoordeeld heeft over de financieel-economische aspecten van een programmaraadadvies; volgens de Rechtbank Rotterdam (uitspraak 17 september 2002) is het Commissariaat daartoe ook bevoegd; het Commissariaat handhaaft zijn standpunt dat een afwijking van de weloverwogen keuze van de PRH met betrekking tot n van de drie overige specifieke interesseprogramma'sde pluriformiteit in meer of mindere mate aantast; de bezwaren worden ongegrond verklaard.

Reacties:

Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.

Reageer

Let op: verplichte velden zijn gemarkeerd (*)

Code invoeren
Neem deze code over in het onderstaande veld
Algemeen