Jurisprudentie

Commissariaat verplicht UPC Concertzender door te geven in Haarlem, besluiten over Amstelveen herzien

Jurisprudentie

Het Commissariaat voor de Media heeft de programmaraad Haarlem gelijk gegeven in een zaak die zij tegen UPC hadden aangespannen aangezien deze de Concertzender niet wou doorgeven. UPC weigerde het advies van de programmaraad Haarlem uit te voeren, waarop deze op 2 oktober 2007 naar het Commissariaat stapte. Het Commissariaat had uiteindelijk 7 maanden nodig om tot een uitspraak te komen! UPC dient nu binnen twee maanden in Haarlem Concertzender door te geven.
UPC beweerde dat de zender niet beschikbaar was voor analoge doorgifte, omdat er geen overeenkomt kon worden bereikt met de publieke omroep over betaling voor doorgifte. De Programmaraad Haarlem stelde echter dat Concertzender wel beschikbaar was, maar niet onder de voorwaarden van UPC. In eerdere uitspraken had het Commissariaat immers reeds gesteld dat een kleine vergoeding voor doorgifte geen zwaarwichtige redenen tot weigering hoeft te betekenen. Het Commissariaat heeft nu deze lezing bevestigd met deze uitspraak. Dit betekent dat Concertzender zeker is van kabeldistributie indien programmaraden de radiozender adviseren in het basispakket
Het Commissariaat heeft met deze beslissing ook de uitspraken betreffende programmaraad Amstelveen en de Concertzender herzien. De programmaraad Amstelveen had in een soortgelijke zaak namelijk 2 keer ongelijk gekregen van het Commissariaat. De programmaraad Amstelveen had beroep aangetekend tegen de eerdere uitspraken bij de rechtbank Amsterdam, maar krijgt nu alsnog het gelijk van het Commissariaat. Casema krijgt een boeten en moet de zender ook alsnog doorgeven in Amstelveen.

Dwonload Uitspraak Commissariaat Concertzender

Download Pleitnota_haarmlem_concertzender.doc

Uitspraak

De procedure
Bij brief van 2 oktober 2007, ontvangen op 5 oktober 2007, verzoekt de Programmaraad
Haarlem (hierna: PRH) het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat) om UPC
Nederland B.V. (hierna: UPC) de Mediawet te doen naleven met betrekking tot het volgen van
zijn Advies en motivatie radiopakket 2007-2008 (hierna: Advies) voor zover het betreft het
programma de Concertzender. Bij brief van 4 januari 2008 verzoekt het Commissariaat UPC
de motivering, die aan haar standpunt over het niet opvolgen van het Advies ten grondslag
ligt, aan hem te doen toekomen. Bij brief van 18 januari 2008 ontvangt het Commissariaat het
standpunt van UPC.

Op grond van het bepaalde in artikel 4:7 en artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht
heeft het Commissariaat de PRH, UPC en de Nederlandse Publieke Omroep (hierna: NPO, de
aanbieder van het programma de Concertzender) op 22 januari 2008 in de gelegenheid
gesteld te worden gehoord. De NPO heeft met kennisgeving afgezien van de mogelijkheid te
worden gehoord. Het verslag van de hoorzitting wordt nagezonden.

De relevante feiten
UPC is de aanbieder van het omroepnetwerk in de gemeente Haarlem. De PRH is de door de
raad van de gemeente Haarlem ingestelde programmaraad, die UPC op grond van het
bepaalde in artikel 82k, eerste lid, van de Mediawet adviseert welke 15 televisie- en welke 25
radioprogramma's op grond van artikel 82i, eerste lid, van de Mediawet ten minste worden
uitgezonden naar alle aangeslotenen op het omroepnetwerk (het wettelijk minimumpakket)
In het Advies 2007/2008 heeft de PRH onder meer het radioprogramma Concertzender
Classic geadviseerd in het wettelijke minimumpakket. In een brief van 27 september 2007 van
de NPO aan UPC memoreert de NPO dat zij recentelijk met onder meer UPC een
overeenkomst heeft gesloten over de uitzending van de reguliere televisieprogramma's
Nederland 1, 2 en 3, de themakanalen en de radioprogramma's 1 t/m 6 en FunX. De
uitzending van de diverse (web)radioprogramma's is, aldus de NPO in deze brief, niet
begrepen in deze overeenkomst. Naar aanleiding van een programmaraadadvies is
vervolgens overleg geweest tussen de NPO en UPC of een van die (web)radioprogramma's,
te weten de Concertzender, zou kunnen worden uitgezonden op basis van de
standaardvoorwaarden die UPC hanteert voor de uitzending van radioprogramma's. UPC
heeft daarmee ingestemd, mits de NPO vooraf akkoord zou gaan met de gebruikelijke
(financiële) condities van UPC die aan een dergelijke uitzending verbonden zijn. Daarop heeft
NPO aangegeven geen budget beschikbaar te hebben voor de uitzending van de
Concertzender, zodat de NPO en UPC hebben geconcludeerd dat het programma
Concertzender niet zal worden uitgezonden in de FM-radioprogrammapakketten van UPC.
Deze conclusie is overigens ook getrokken met Casema, @Home en Multikabel.

In een emailbericht van 9 december 2007 van de NPO aan de PRH is een en ander
bevestigd. Desgevraagd heeft de NPO het Commissariaat met emailbericht van 28 januari
2008 meegedeeld dat het bovengenoemde emailbericht van 9 december 2007 in geen enkel
opzicht het standpunt van de NPO wijzigt, zoals dat verwoord is in de genoemde brief van 27
september 2007. Daarop heeft het Commissariaat de NPO met brief van 27 maart 2008
gevraagd of de NPO de Concertzender niet beschikbaar stelt voor uitzending in het wettelijke
minimumpakket. Bij brief van 11 april 2008 meldt de NPO dat zij niet bereid was en is
middelen uit te trekken voor de kosten die verbonden zijn aan de uitzending van de
Concertzender, en dat de betrokken aanbieders van omroepnetwerken de NPO hebben laten
weten dat zij eveneens niet bereid zijn deze kosten voor hun rekening te nemen, waardoor de
facto de Concertzender niet beschikbaar is voor betaalde uitzending in de (analoge) FMradiopakketten, aldus de NPO.

De bevoegdheid van het Commissariaat
Het Commissariaat is op grond van het bepaalde in artikel 134 van de Mediawet belast met
het toezicht op de naleving van onder meer het bepaalde in artikel 82k, vijfde lid, van de
Mediawet. Op grond van het bepaalde in artikel 2.1, onder a en b, van de Beleidsregels kan
het Commissariaat op verzoek van de programmaraad van wiens advies wordt afgeweken
overgaan tot bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in artikel 82k, vijfde lid, van de
Mediawet, voor zover het gaat om het al dan niet opnemen van een programma in het
wettelijke minimumpakket.

Het standpunt van de PRH
In de brief van 27 september 2007 is niet meer te lezen dan dat de Concertzender wel
beschikbaar is voor uitzending maar dat de NPO daarvoor niet wenst te betalen. De PRH ziet
hierin geen zwaarwichtige reden voor UPC om het Advies niet te volgen. Het Commissariaat
heeft immers in eerdere besluiten aangegeven, dat een kleine vergoeding geen zwaarwichtige
reden is om een programmaraadadvies niet te volgen. Nu de NPO geen vergoeding vraagt
voor de uitzending van de Concertzender en slechts gratis wenst te worden uitgezonden ziet
de PRH daartoe voor UPC geen enkele belemmering. De Concertzender is beschikbaar voor
uitzending, zij het niet onder de voorwaarden (betaling) die UPC stelt.

Het standpunt van UPC
Uit de hiervoor aangehaalde brief van 27 september 2007 van de NPO aan UPC volgt dat de
vereiste toestemming voor het uitzenden van de Concertzender ontbreekt. De NPO stelt de
Concertzender niet beschikbaar voor uitzending via het omroepnetwerk van UPC. Dit is voor
UPC een zwaarwichtige reden om af te wijken van het Advies. UPC verwijst hierbij naar de
beslissing van het Commissariaat van 4 december 2007 op het bezwaar van de
Programmaraad Amstelveen (hierna: PRA) betreffende de weigering van Casema het advies
van de PRA te volgen voor zover het betreft onder meer de Concertzender.

Het standpunt van het Commissariaat
Algemeen
Ingevolge artikel 82k, eerste lid, van de Mediawet adviseert de programmaraad de aanbieder
van een omroepnetwerk over de samenstelling van het op grond van artikel 82i, eerste lid, van
de Mediawet verplichte pakket van 25 radioprogramma's (en 15 televisieprogramma's). Dit
verplichte pakket wordt aangeduid als het wettelijke minimumpakket. Slechts om
zwaarwichtige redenen kan de aanbieder van een omroepnetwerk van dit advies afwijken. Het
Commissariaat stelt vast dat de PRH een programmaraad is als bedoeld in artikel 82k, eerst
lid, van de Mediawet. De PRH adviseert zwaarwegend over de 25 radioprogramma's die UPC
moet uitzenden (het wettelijke minimumpakket).

Artikel 3 van de Beleidsregels geeft een aantal zwaarwichtige redenen aan die een afwijking
van het programmaraadadvies kunnen rechtvaardigen. Hierbij is, aldus de toelichting op artikel 3, aansluiting gezocht bij hetgeen daarover in de wetsgeschiedenis naar voren is
gebracht. Uit de wetsgeschiedenis (EK 1996-1997, 24 808, nr. 227b, blz. 5/6) komt naar voren
dat zwaarwichtige redenen gelegen kunnen zijn in het in gevaar brengen van de financieeleconomische exploitatiemogelijkheden van het omroepnetwerk. Ook kan het zijn dat de
auteursrechtelijke aspecten niet kunnen worden geregeld, of dat er door de programmaraad te
veel dure programma's worden geadviseerd en daardoor de abonnementsprijs voor de
aangeslotenen fors dient te stijgen. Tevens kan de aanbieder van het omroepnetwerk
afwijken van het advies indien het een illegaal programma betreft waarvoor geen binnen- of
buitenlandse toestemming is gegeven of een van de op grond van artikel 82i, eerste lid, van
de Mediawet verplicht door te geven programma's niet in het advies is opgenomen, dan wel
de programmaraad een onvoldoende divers programmapakket adviseert, hetgeen in strijd is
met de wettelijke taakopdracht van de programmaraad. In de toelichting bij artikel 3 van de
Beleidsregels is voorts aangegeven, dat deze opsomming van zwaarwichtige redenen niet
uitputtend is bedoeld en dat niet valt uit te sluiten dat in voorkomende gevallen andere
gronden als zwaarwichtige redenen een rechtvaardiging kunnen vormen om het advies van
een programmaraad niet te volgen.

De Concertzender
Het Commissariaat stelt vast dat tussen de NPO en UPC, voor zover van belang in het kader
van het onderhavige verzoek van de PRH, geen overeenstemming is bereikt over de
uitzending van de Concertzender. Het Commissariaat volgt UPC niet in haar opvatting dat, nu
UPC en de NPO geen overeenstemming hebben bereikt over wie de kosten van het uitzenden
van de Concertzender voor haar rekening neemt, de NPO de Concertzender niet beschikbaar
stelt en UPC derhalve een zwaarwichtige reden heeft om van het PRH-advies af te wijken.
Vast te stellen is immers dat de enige reden waarom de Concertzender niet wordt
uitgezonden, is gelegen in de door UPC van NPO gevraagde vergoeding van de kosten van
doorgifte. De vraag is dus of in de bij deze door UPC gestelde voorwaarde betrokken
financieel-economische belangen voor UPC een zwaarwichtige reden is gelegen om af te
wijken van het advies van de PRH.
Het Commissariaat overweegt dat gelet op de wetsgeschiedenis van artikel 82k van de
Mediawet, niet kan worden aangenomen dat hier sprake is van een zwaarwichtige reden. Uit
de wetsgeschiedenis blijkt immers niet dat het betalen van een geringe vergoeding dan wel
het voor eigen rekening nemen van geringe kosten - het betreft het uitzenden van een
radioprogramma naar circa 66.000 aangeslotenen op het omroepnetwerk in Haarlem - als
zwaarwichtige reden moet worden beschouwd. Integendeel, ten tijde van de totstandkoming
van artikel 82i en 82k van de Mediawet werd in diverse exploitatiegebieden voor de uitzending
van de televisieprogramma's Eurosport en Discovery door aanbieders van omroepnetwerken
reeds een vergoeding betaald. De wetgever achtte dit toelaatbaar. Dit blijkt uit de Nota naar
aanleiding van het verslag (Tweede Kamer 1996-1997, 24808, nr. 5, blz. 17) in het kader van
de discussie over de omvang, indeling en prijs van de wettelijk minimum- en
standaardpakketten. Bij die gelegenheid is aangegeven dat de regering niet heeft willen
verbieden dat een aanbieder van een omroepnetwerk in voorkomende gevallen een geringe
vergoeding betaalt aan een programma-aanbieder voor de uitzending van het desbetreffende
programma. De regering geeft in voormeld verslag voorts aan dat zij geen problemen
verwacht wanneer programma's in het wettelijke minimumpakket komen, waarvan de
programma-aanbieders een geringe vergoeding verlangen. De regering komt tot deze
conclusie, omdat dit ook al het geval is met de programma's Eurosport en Discovery. Slechts
in het geval een programma-aanbieder een substantiële vergoeding verlangt is er naar het
oordeel van de regering plaats voor de vraag of een programma van een dergelijke aanbieder
in het wettelijke minimumpakket thuishoort. Het Commissariaat is van oordeel dat deze
opvatting van de wetgever over het verlangen door de programma-aanbieder van een geringe aanbieder niet wenst te voldoen aan de voorwaarde tot betaling van de door de aanbieder van
het omroepnetwerk te maken kosten.

Bij gelegenheid van de beroepsprocedure die volgde op een vergelijkbaar handhavingverzoek
van de PRH jegens UPC betreffende het radioprogramma France Culture heeft UPC tijdens
de rechtbankzitting op 6 april 2006 desgevraagd voorgerekend dat de kosten voor UPC voor
het uitzenden van dat radioprogramma naar 66.000 aangeslotenen slechts € 2640,- (€ 0,04
per aansluiting) tot € 5280,- (€ 0,08 per aansluiting) per jaar bedragen. De Rechtbank
Amsterdam overwoog daarbij het niet aannemelijk te achten dat de financieel-economische
exploitatiemogelijkheden van UPC als gevolg van deze kosten in gevaar werden gebracht. Het
Commissariaat acht het niet aannemelijk dat de omvang van de kosten voor UPC van het
uitzenden van de Concertzender naar de 66.000 aangeslotenen in Haarlem substantieel
afwijkt van die voor het uitzenden van France Culture. In het gegeven dat door de NPO niet
de door UPC te maken kosten voor het uitzenden van de Concertzender zullen worden
vergoed is voor UPC derhalve geen zwaarwichtige reden gelegen om af te wijken van het
PRH-advies. Een en ander leidt dan ook tot de conclusie dat het niet volgen van dit advies
door UPC is aan te merken als een overtreding van het bepaalde in artikel 82k, vijfde lid, van
de Mediawet, zodat het Commissariaat op grond van het bepaalde in de artikelen 134 en 135
van de Mediawet bevoegd is tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan UPC.

Ter afwering van deze conclusie heeft UPC nog gewezen op de beslissing van het
Commissariaat van 4 december 2007 op het bezwaar van de PRA, waarbij door het
Commissariaat niet is teruggekomen op zijn eerdere weigering om op verzoek van die
programmaraad jegens Casema handhavingmaatregelen te treffen, terwijl daardoor Casema
om dezelfde reden als hier door UPC geweigerd is om het programmaraadadvies op te volgen
om het programma Concertzender door te geven in haar omroepnetwerk te Amstelveen. Het
Commissariaat wijst er op dat hij bij nader inzien besloten heeft de beslissing op bezwaar van
4 december 2007 ambtshalve in te trekken en besloten heeft alsnog de bezwaren van de PRA
gegrond te verklaren en onder herroeping van de eerdere weigering een bestuurlijke boete
aan Casema wegens overtreding van het bepaalde in artikel 82k, vijfde lid, van de Mediawet
op te leggen. De door UPC getrokken vergelijking van de onderhavige zaak met die zaak gaat
dan ook niet (meer) op.

Besluit
Ingevolge het bepaalde in artikel 134, eerste lid, en artikel 135, eerste lid, aanhef en onder a,
van de Mediawet legt het Commissariaat UPC een boete op van € 1,- vanwege overtreding
van het bepaalde in artikel 82k, vijfde lid, van de Mediawet.
UPC is gehouden het advies van de PRH tot opnemen van het programma Concertzender in
het wettelijke minimumpakket op te volgen. Indien UPC niet binnen 2 maanden na
bekendmaking van dit besluit de Concertzender alsnog uitzendt via haar omroepnetwerk in
Haarlem, zal het Commissariaat een nader besluit nemen ter handhaving van het bepaalde in
artikel 82k, vijfde lid, van de Mediawet.
Het Commissariaat voor de Media, 22 april 2008

Reacties:

2008-06-06 01:24:521.David De Jong
Herbert: Concertzender wordt ook via DVB-T nog gewoon uitgezonden free to air.

Ook is het zo dat toen het Concertzender was, niet betaald werd voor kabeldoorgifte. Sinds het Radio 6 is, wordt WEL betaald voor kabeldoorgifte. Eigenaardig, nietwaar?

Het steeds maar klakkeloos kunnen wijzigen van format voor ook publieke zenders zonder dat programmaraden daar iets over te melden hebben, is toch ook merkwaardig? Als je wel Concertzender wil maar geen Radio 6 als programmaraad, dan laat de NPO dat overigens niet toe...terwijl de programmaraad nooit gevraagd had om Radio 6 hoe nobel Radio 6 ook is!

2008-05-01 16:30:232.Herbert Visser
Dat kwam echter niet door UPC. De Concertzender had een mooie landelijke kabeldekking gerealiseerd, totdat de Publieke Omroep besloot die kabelfrequenties te gaan gebruiken voor Radio 6. Dat je nu Radio 6 hoort op de kabel en niet de Concertzender, ligt dus aan de Publieke Omroep, en niet aan de kabelmaatschappij. De Concertzender mocht als internetzender wel blijven bestaan en mag ook worden doorgegeven op de kabel, alleen wil de Publieke Omroep er geen geld voor uitgeven.
Let wel op: indien de Concertzender opnieuw een mooi pakket kabelfrequenties krijgt, dan zal de Publieke Omroep vast besluiten er op den duur 'Radio 7' van te maken.

2008-03-19 12:37:113.Herman Van Buuren
Schandalig, dit gehakketak over de Concertzender op UPC Haarlem. Jarenlang is de Concertzender doorgegeven, tot de hutspotzender Radio 6 kwam, oftewel nog meer van hetzelfde. De kabel stikt van de popzenders, maar de Concertzender wordt zeker te 'elitair' gevonden. Overal slaat de vervlakking toe!


Reageer

Let op: verplichte velden zijn gemarkeerd (*)

Code invoeren
Neem deze code over in het onderstaande veld
Algemeen