Jurisprudentie
Commissariaat: Casema niet verplicht om MBC door te geven in Culemborg

Thema's
Op 7 november 2006 heeft het Commissariaat uitspraak gedaan op het handhavingsverzoek van de programmaraad Culemborg over doorgifte van MBC. Het Commissariaat oordeelde dat uit de overeenkomst tussen Casema en MBC voldoende blijkt dat de voorwaarden waaronder doorgifte van de programmasvan MBC kan plaatsvinden, betrekking hebben op de digitale doorgifte van die programmas. Het Commissariaat stelt dan ook vast dat de toestemming van de aanbieder om het programma ook analoog door te geven ontbreekt.
Toelichting
Onderstaand een korte samenvatting van de uitspraak. De gehele uitspraak is te vinden op onze website.
Programmaraadsadvies
In het concept-advies van 21 september 2005 neemt de Programmaraad Culemborg onder meer het programma MBC in het wettelijk minimumpakket op. Het programma TRT wordt als alternatief geadviseerd, indien door Casema duidelijk en onderbouwd, mocht blijken dat opname van het programma MBC in het wettelijk minimumpakket niet mogelijk is.
Op 31 oktober 2005 deelt Casema aan de Programmaraad Culemborg mee dat zij het advies zal opvolgen, met uitzondering van het programma MBC, omdat dit programma een betaal-tv programma is, hetgeen opname in het wettelijk minimumpakket onmogelijk maakt. De Programmaraad Culemborg verzoekt Casema om een nadere toelichting voor het niet overnemen van het advies ten aanzien van het programma MBC.
Bij brief van 24 februari 2006 deelt Casema aan de Programmaraad Culemborg mee, dat de aanbieder van het programma MBC slechts toestemming heeft gegeven voor digitale doorgifte van het programma en niet voor doorgifte in het (analoge) wettelijk minimumpakket.
Handhavingsverzoek
De Programmaraad wendt zich tot het Commissariaat omdat hij meent dat Casema geen zwaarwichtige reden heeft om van het advies af te wijken. Volgens de Programmaraad heeft de kabelexploitant de verplichting zich in te spannen om het advies op te volgen. De programmaraad is er in dit geval niet van overtuigd dat Casema al het mogelijke in het werk heeft gesteld om met de programma-aanbieder van MBC tot overeenstemming te komen tot doorgifte van haar programma in het (analoge) wettelijk minimumpakket. De programma-
aanbieder geeft namelijk wel toestemming tot doorgifte in het digitale pakket. Door Casema is niet nader onderzocht onder welke voorwaarden de programma-aanbieder van MBC eventueel bereid is om toestemming te geven voor analoge doorgifte van dit programma.
Casema meent dat uit de uitspraak van de Afdeling Rechtspraak in de Bollenstreek-zaak blijkt dat niet een (inspannings)verplichting rust op de kabelexploitant om met de programma-aanbieders in onderhandeling te treden over opname in het wettelijke minimumpakket. De Afdeling nam daarbij in ogenschouw dat in het geval een programma-aanbieder uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat is gekozen voor een andere wijze van verspreiding dan via het wettelijk minimumpakket, er sprake is van een zwaarwichtige reden om af te wijken van het advies.
Conclusie
Zoals uit de jurisprudentie is af leiden dient een programma-aanbieder uitdrukkelijk aan te geven dan wel uit de stukken dient onomstotelijk te blijken, dat de programma- aanbieder gekozen heeft voor een andere wijze van verspreiding dan via het wettelijke minimumpakket. Naar het oordeel van het Commissariaat rust op de kabelexploitant dan geen (inspannings)verplichting met de programma-aanbieder in onderhandeling te treden ten einde gevolg te kunnen geven aan het advies van de programmaraad.
Casema heeft aangevoerd dat ze met de aanbieder van het programma MBC overeenstemming heeft bereikt over de voorwaarden waaronder de distributie van het programma plaatsvindt. Door de programma-aanbieder van MBC en Casema is een overeenkomst gesloten waarbij onder andere is vastgelegd dat aan Casema toestemming is gegeven de Arabische betaaltelevisieprogrammas ART Variety Europe en MBC via het Digital Cable Networks te distribueren. Uit deze overeenstemming en hetgeen daarover is opgemerkt ter hoorzitting blijkt, althans is voldoende aannemelijk, dat de voorwaarden waaronder doorgifte van de programmas kan plaatsvinden, betrekking hebben op de digitale doorgifte van die programmas. Het Commissariaat stelt vast dat de toestemming van de aanbieder om het programma ook analoog door te geven ontbreekt.
Zoals uit voormelde jurisprudentie blijkt, zijn partijen gerechtigd om voor een bepaalde vorm
van distributie te kiezen. In dit kader heeft MBC er voor gekozen haar programmas in Nederland alleen digitaal beschikbaar te stellen. Het is ook aan een programma-aanbieder, als auteursrechthebbende, om te bepalen of en hoe een programma aan aanbieders van omroepnetwerken wordt aangeboden.
Op grond van het bovenstaande is het Commissariaat van oordeel dat Casema terecht een zwaarwichtige reden aanwezig heeft geacht op grond waarvan zij van het advies van de Programmaraad Culemborg ten aanzien van het programma MBC is afgeweken. Het verzoek van de Programmaraad Culemborg om bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in artikel 82k, vijfde lid, van de Mediawet, komt dan ook niet voor inwilliging in aanmerking.
Download 11939_uitspraak_mbc.pdf
Download 10611_brief_handhaving_190406.doc
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
