Jurisprudentie
Raad van State: UPC mag implementatiedatum advies programmaraad Gelderland-Oost verzetten van 1 april naar 1 juli.
Vorige jurisprudentie
Programmaraden
Thema's
Op 7 juni 2006 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in het hoger beroep van programmaraad Gelderland Oost (PGO) tegen UPC over het verzetten van de implementatiedatum van het advies van 1 april naar 1 juli. De Raad van State achtte het beroep ongegrond.
Korte samenvatting procesverloop
Op 18 mei 2004 heeft het CvdM het verzoek van PGO om handhavend op te treden afgewezen. PGO meende dat UPC niet eenzijdig kon beslissen de implementatiedatum van het advies te verzetten van 1 april (zoals de programmaraad had geadviseerd) naar 1 juli (het beleid van UPC). Ook het bezwaar tegen de afwijziging van dit verzoek werd op 12 oktober 2004 ongegrond verklaard.
Op 20 juni 2005 heeft de rechtbank Zutphen het beroep op deze uitspraak ongegrond verklaard.
PGO heeft hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Op 19 april is deze zaak ter zitting behandeld.
Overwegingen (samengevat)
Het geschil spitst zich toe op de vraag of UPC door de in het radioadvies voor de periode 2004-2005 gestelde implementatiedatum van 1 april 2004 niet te volgen en dit advies eerst per 1 juli 2004 te implementeren, in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 82k, tweede lid, van de Mediawet.
Achtergrond van de door UPC gekozen implementatiedatum is een beleidswijziging met ingang van 2004, waarbij is overgegaan tot een landelijke harmonisatie van de implementatiedata voor het wettelijk radio- en televisiepakket. PGO is tijdig ingelicht over deze wijziging, maar heeft niettemin in het radioadvies aangegeven uit te gaan van implementatie per 1 april 2004. UPC heeft het besluit per 1 juli geimplementeerd.
De rechtbank heeft overwogen dat de door UPC aangevoerde reden (NB: vooral bedrijfseconomisch van aard) om van de beoogde implementatiedatum af te wijken voldoende zwaarwegend is. Er is dus geen sprake van overtreding van artikel 82k tweede lid van de Mediawet.
De Raad van State meent echter dat helemaal niet is afgeweken van het advies van de programmaraad. Advisering door de programmaraad gaat over de samenstelling van het programmapakket. Uit de wet kan niet de verplichting voor de kabelexploitant worden afgeleid om een door de programmaraad geadviseerde implementatiedatum te volgen. Dit betekent dat alleen als het advies inhoudelijk niet wordt opgevolgd behoudens in geval van zwaarwichtige redenen sprake is van een overtreding. Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor, nu het door appellant geadviseerde programmapakket per 1 juli 2004 door UPC is geimplementeerd en daarvan niet kan worden gezegd dat dusdoende het advies inhoudelijk niet is opgevolgd.
De rechtbank is derhalve terecht, zij het op andere gronden, tot de slotsom gekomen dat het handhavingsverzoek door het Commissariaat afgewezen moest worden.
Download 10591_07-06-06_uitspraak_raad_van_state_termijnen.doc
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.
