Thema's
Jurisprudentie
Commissariaat oordeelt ook in bezwaar dat UPC geldigheidstermijn advies eenzijdig mag verlengen. Programmaraden gaan in beroep.
Vorige jurisprudentie
Programmaraden
In het vorige nummer van Kabelraad is de uitspraak gepubliceerd waarin het Commissariaat aangeeft dat UPC de geldigheidsduur van het radio-advies eenzijdig mag verlengen tot 2 jaar. Dit ondanks de handhavingsverzoeken van meerdere programmaraden. Inmiddels is ook de uitspraak op het bezwaarschrift van deze programmaraden gedaan. Het Commissariaat heeft UPC wederom in het gelijk gesteld.
Toelichting
Hieronder geven wij een samenvatting van het standpunt en de uitspraak van het Commissariaat. De gehele uitspraak (inclusief de argumenten van programmaraden en UPC) is te vinden op onze website.
Het reglement
Het Commissariaat stelt de vraag in hoeverre een derde (kabelexploitant, programma-aanbieder) gebonden is aan een voorschrift dat in een door de Mediawet verplicht gesteld programmaraadreglement is opgenomen. (..) Het Commissariaat is van oordeel dat een door een programmaraad ten behoeve van zijn functioneren vastgesteld reglement alleen de programmaraden zelf bindt. Er is geen reden om aan te nemen, uit de wettekst noch uit de toelichting bij de totstandkoming daarvan, dat met betrekking tot een in dat reglement opgenomen voorschrift over de geldigheidsduur van het advies, een uitzondering gemaakt moet worden.
De geldigheidsduur van het advies
Naar het oordeel van het Commissariaat is in de Mediawet niet een voor alle betrokkenen verbindend voorschrift opgenomen betreffende de geldigheidsduur van een programmaraadsadvies. De programmaraad en de kabelexploitant dienen derhalve noodgedwongen in overleg overeenstemming te bereiken over die geldigheidsduur. De vraag die in dit kader vervolgens beantwoording behoeft, is of, nu die overeenstemming niet is bereikt, UPC in redelijkheid is gehouden een jaarlijks door de programmaraad op grond van zijn reglement te verstrekken advies op te volgen, in plaats van een tweejaarlijks advies af te wachten.
UPC heeft een aantal beweegredenen naar voren gebracht. (..) Omstandigheden die de druk op de interne organisatie verhogen, al dan niet in verhouding tot de geringe wijzigingen in de samenstelling van het radioprogrammapakket, leggen naar het oordeel van het Commissariaat onvoldoende gewicht in de schaal om van de programmaraad te verlangen de frequentie te verlagen. Een programmaraad adviseert over de samenstelling van een programmapakket, slechts rekening houdend met de pluriformiteit ervan. Indien een programmaraad bij zijn advisering rekening zou moeten houden met de gevolgen van zijn advies voor de interne organisatie voor de kabelexploitant, dan zijn naar het oordeel van het Commissariaat de onafhankelijkheid van de programmaraad en de onafhankelijkheid van zijn advisering in het geding.
Belangen programma-aanbieders
De door UPC voorts naar voren gebrachte beweegredenen die de belangen van de aangeslotenen en de programma-aanbieders betreffen, zijn ook door de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State in verband gebracht met het programmaraadsadvies (Casema Bollenstreek). (..) De onzekerheid die de jaarlijkse advisering voor de programma-aanbieders en de aangeslotenen met zich brengt is, ook naar de opvatting van de Afdeling, een omstandigheid waarmee een kabelexploitant rekening mag houden; naar het oordeel van het Commissariaat niet alleen in het kader van het afwijken van een advies, maar ook in de aan het advies voorafgaande fase waarin overeenstemming moet worden bereikt over de geldigheidsduur van het advies. De belangenafweging tussen de programma-aanbieder die gedurende twee jaar in de gelegenheid wordt gesteld zijn programma uit te zenden en de programma-aanbieder die een jaar langer moet wachten om mogelijk geadviseerd te worden is door UPC op redelijke gronden in het voordeel van eerstgenoemde beslecht.
Het advies
De programmaraad adviseert uitsluitend over de samenstelling van het programmapakket. De geldigheidsduur van het advies is geen onderdeel daarvan in die zin, dat de kabelexploitant het advies moet volgen tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten (uitspraak RvS 7 juli 2006).
Het Commissariaat stelt vast dat UPC het advies 2005-2006 heeft gevolgd. Het Commissariaat stelt verder vast dat UPC de programmaraad ruim voor de ingangsdatum van dat advies heeft laten weten dat zij de geldigheidsduur van het advies zal verlengen tot 2 jaar. Het Commissariaat is van oordeel dat UPC, nu er tussen de programmaraad en UPC geen overeenstemming bestaat over de geldigheidsduur van het advies, in redelijkheid niet is gehouden een jaarlijks advies op te volgen en daarvan slecht om zwaarwichtige redenen mag afwijken. (..) UPC heeft naar het oordeel van het Commissariaat in redelijkheid kunnen besluiten aan het advies 2005-2006 een geldigheidsduur van twee jaar te verbinden. (..) Het Commissariaat stelt vast dat UPC het advies 2006-2007 niet in behandeling heeft genomen. UPC wijkt met betrekking tot de periode 2006 2007 niet af van het advies van de programmaraad dat, met inachtneming van dit besluit, geldt voor de periode van 1 juli 2005 1 juli 2007. Voor handhaving van het bepaalde in artikel 82k, vijfde lid, van de Mediawet is derhalve geen plaats.
Het Commissariaat besluit de bezwaren van de programmaraden ongegrond te verklaren.
Download 11940_bezwaar_termijnen.pdf
Download 10480_bezwaarschrift-cvdm-pra-mei2006.pdf
Reacties:
Er is nog niet gereageerd, wilt u reageren? Vult u dan het onderstaande formulier in.